Facelift nodig voor Frankenstein-richtlijn

Om het Europese sociaal model te behouden moet de controversiële dienstenrichtlijn verzacht worden. Toch ontkomen de oude lidstaten niet aan een hervorming van hun sociale model. Het grote, goedkope en kwalitatief goede arbeidsaanbod uit de nieuwe lidstaten dwingt hen hiertoe, meent Mijke Houwerzijl.

Afgelopen week zag oud-Eurocommissaris Bolkestein zich in zijn ambities gedwarsboomd. Zijn ideaal van een vergaande liberalisering van het dienstenverkeer in de Europese Unie ging in rook op.

De Europese regeringsleiders hebben besloten dat het door Bolkestein geïnitieerde voorstel voor de dienstenrichtlijn inhoudelijk zal worden afgezwakt. De dienstenrichtlijn moet het `Europese sociale model' intact laten. Maar wat betekent dit politieke gebaar om de Fransen gerust te stellen nu eigenlijk?

De beoogde dienstenrichtlijn zou het Europese sociale model verder onder druk zetten, zo was de kritiek. Dat heeft te maken met de ondermijning van het `werklandbeginsel', een steunpilaar van het huidige sociale stelsel: migrerende werknemers mogen in andere lidstaten (alleen) aan het werk tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de ingezeten werknemers. Het doel is om migrerende werknemers te beschermen, maar ook om de steeds opnieuw opduikende angst weg te nemen dat migranten banen inpikken door zich goedkoper aan te bieden (sociale dumping). Door invoering (én handhaving!) van dit beginsel zouden vreemdelingenhaat en sociale onrust geen kans krijgen, dachten de oprichters van de Europese Economische Gemeenschap. Dit vonden zij van belang voor het hogere ideaal van vrede en veiligheid in Europa dat schuil gaat achter de economische integratie van de lidstaten.

De grote vernieuwing van de beoogde dienstenrichtlijn bestaat uit de invoering van een onvoorwaardelijk `oorsprongslandbeginsel'. Juist het onvoorwaardelijke karakter is hier het nieuwe. Bij invoering van het oorsprongslandbeginsel hoeft een Belgische ondernemer die tijdelijk naar Nederland gaat om hier een dienst te verrichten, zich niet te storen aan de regels die gelden voor zijn Nederlandse concurrenten. Wel moet hij zich blijven houden aan de Belgische regels.

Voor het Europese sociaal model levert dit geen problemen op als het arbeidsvoorwaardenniveau en de regeldruk in beide landen globaal op hetzelfde niveau staan. Dit is in België en Nederland het geval. Bij dienstenverkeer vanuit bijvoorbeeld Polen naar Nederland kan onvoorwaardelijke invoering van het oorsprongslandbeginsel echter anders uitpakken. Het Poolse loodgietersbedrijf kan tegen een veel lager tarief dan zijn Nederlandse concurrent een opdracht aannemen. Voorzover de Poolse loodgieter als zelfstandige zonder personeel werkt, geniet hij dus het volle voordeel van de (waarschijnlijk) lagere tarieven en administratieve lasten in zijn oorsprongsland.

Dit concurrentievoordeel wordt ingedamd als de loodgieter voor de uitvoering van de dienst zijn werknemers vanuit Polen naar Nederland detacheert. In dat geval geldt namelijk de Detacheringsrichtlijn. Deze bepaalt dat een basispakket aan Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden als ondergrens van toepassing is op de Poolse gedetacheerde werknemers zolang zij in Nederland aan het werk zijn. Toch blijft het arbeidskostenvoordeel gedeeltelijk in stand omdat de gedetacheerde werknemers sociaal verzekerd blijven in Polen. Ook fiscaal vallen gedetacheerde werknemers meestal onder het stelsel van het oorsprongsland.

Er wordt geen limiet gesteld aan de tijdelijkheid van een dienst. Hierdoor zou een Poolse onderneming jarenlang op grotendeels Poolse voorwaarden op de Nederlandse markt kunnen opereren onder het mom van elkaar opvolgende tijdelijke opdrachten.

In de praktijk vergroot invoering van de dienstenrichtlijn bovendien nog de uitvoeringsproblemen die nu al bestaan bij de handhaving van de Detacheringsrichtlijn. Hoe moet de Nederlandse overheid controleren of de Belgische en de Poolse onderneming zich bij het uitvoeren van de dienst houden aan de regels uit hun eigen land?

Hiervoor is in de dienstenrichtlijn een systeem van samenwerking en informatie uitgedacht tussen de overheidsinstanties uit het oorsprongsland en het land waar de dienst plaatsvindt. Indachtig het oorsprongslandbeginsel, is hierbij de rol van het land waar de dienst plaatsvindt teruggedrongen ten gunste van de overheid in het land van oorsprong.

Nederland is dus bij het toezicht op de buitenlandse ondernemers deels afhankelijk van de efficiëntie, medewerking en betrouwbaarheid van de Belgische en de Poolse autoriteiten. Het hemd is echter nader dan de rok.

Hoe hard zal de Poolse inspectie lopen als met frauduleuze praktijken van een Poolse dienstenverrichter in Nederland de werkgelegenheid van veel Poolse gedetacheerde werknemers is gemoeid?

Door de combinatie van het onvoorwaardelijke oorsprongslandbeginsel, het oneindige karakter van het dienstenverkeer en de moeilijke handhaafbaarheid, zal de dienstenrichtlijn het sociale model in de oude lidstaten vroeger of later onder druk zetten. En dit was natuurlijk ook precies de bedoeling.

Europa moest immers in 2010 de meest concurrerende economie van de wereld worden.

Inmiddels is dit toch al onrealistische doel van zijn drammerigheid ontdaan: 2010 is als streefjaar verlaten onder druk van de politieke realiteit.

Daarom is er nu ruimte om het voorstel voor de dienstenrichtlijn opnieuw te doordenken, zorgvuldiger te formuleren en beter af te stemmen op de al bestaande Europese rechtspraak en regelgeving.

Het heeft zes jaar geduurd voordat de minstens zo controversiële detacheringsrichtlijn werd aangenomen. Het eindvoorstel had een socialer gezicht dan de eerste inzet.

De dienstenrichtenlijn staat nog maar één jaar op de rol. Om het Europese sociaal model te behouden zal ook hier water bij de wijn moeten worden gedaan. Toch ontkomen de oude lidstaten niet aan een hervorming van hun sociale model. Het grote, goedkope en kwalitatief goede arbeidsaanbod uit de nieuwe lidstaten dwingt hen hiertoe. Om hiervoor draagvlak te creëren is tijd nodig en vooral ook extra aandacht voor de positie van de lagergeschoolde werknemers. Anders gaan hun onderbuikgevoelens met de Europese integratie aan de haal. Dat de dienstenrichtlijn in Frankrijk als `Frankenstein'-richtlijn bekendstaat, mag gelden als bewijs.

Dr. Mijke Houwerzijl is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Onlangs verscheen haar proefschrift `De Detacheringsrichtlijn'.