D66 moet de nieuwe generatie een kans geven 1

Wat in 1966 een revolutionair idee was een gekozen burgemeester, de verandering van het kiesstelsel etc., alles in het belang van de burger en zijn betrokkenheid bij het bestuur, is ingehaald door de tijd. Is dat zo? Ja, de D66 heeft zijn doel bereikt: alle partijen zijn onder de druk van de Europese realiteit allang overtuigd van belang de gekozen burgemeester, commissaris van de koningin, iets minder van de noodzaak van de verandering van het kiesstelsel en eventueel gekozen premier. Het is dan jammer dat de `grijze eminenties' niet begrepen hebben wat Dittrich, zijn fractie en de bewindslieden al begrepen hebben: het is binnen, zij het niet in het gewenste tempo, laten we nu de andere, voor het land belangrijke onderwerpen, binnenhalen.

Wat de oude onderwerpen betreft: de huidige critici wisten (bijna) 40 jaar lang geen begeerde succes te realiseren. Nu, bevrijd van de oude garde en de zetbazen, moeten Dittrich en de zijnen kijken hoe ze de zaak waarover eigenlijk de hele Tweede Kamer het eens is, naar een goed einde kunnen brengen. Want, hun morele gelijk zegt dat iemand die 40 jaar lang niet in staat was om iets binnen te halen geen recht heeft om zijn opvolger van verraad te betichten, simpelweg omdat hij (de opvolger) van tactiek verandert. En: heeft een generatie, geboren na de formulering van een idee, geen recht om dat idee te modificeren?

Van de gewone mensen wordt verwacht dat ze op 65-jarige leeftijd met pensioen gaan. Is dat van politici te veel gevraagd?

Kortom: Wiegel, Van Thijn en Van Mierlo hebben enorme verdienste voor de democratie, voor het land in het algemeen. Maar ze mogen de huidige en de toekomstige generaties de kans niet (proberen) ontnemen om de eigen toekomst te bepalen. Hun (carrière) kennende, weet ik dat ze dat vroeger of later zullen inzien.