Corporaties tarten minister Dekker

Zeven woningcorporaties weigeren activiteiten te staken die volgens minister Dekker (Volkshuisvesting) ontoelaatbaar zijn. Daarmee lopen zij het risico onder verscherpt toezicht van het ministerie te komen of boetes te krijgen.

De gewraakte activiteiten zijn onder meer leningen aan personeelsleden, aan een blijf-van-mijn-lijf-huis, het incasseren van andere betalingen dan huren en de aanleg van een glasvezelnetwerk. De corporaties vinden dat de activiteiten juist wel binnen hun taak passen: huurhuizen bouwen en exploiteren. Bovendien staan de leningen al jaren in de boeken zonder dat het ministerie commentaar gaf.

Vier maanden geleden gaf het ministerie dertien corporaties tot eind maart tijd de activiteiten te staken. Ze zouden geen `volkshuisvestelijk karakter' hebben, het geld kon beter in de achterblijvende bouw van huizen worden gestoken. Tientallen andere corporaties moeten het ministerie uitleg geven over activiteiten waar het ministerie vraagtekens bij zet, zoals de exploitatie van een streekmuseum.

De zeven corporaties, in Deventer, Oss, Heerenveen, Enschede, Gorinchem, Roosendaal en Hellendoorn, hebben samen 43.700 huurhuizen met een gemiddelde maandhuur van 347 euro. Het aantal huurhuizen moet de komende jaren flink stijgen: bij sommige corporaties is het aantal mensen op de wachtlijst hoger dan het aantal woningen dat ze verhuren.

,,Ik ga niet op mijn rug liggen, met de pootjes omhoog'', zegt directeur H. Windmüller van Brabant Wonen uit Oss. Deze corporatie weigert een lening van 2,2 miljoen euro van een blijf-van-mijn-lijf-huis terug te vragen. ,,Dan wordt het maar een robbertje vechten met de minister, desnoods voor de rechter.''

De corporaties, samen goed voor 2,4 miljoen woningen, 40 procent van alle Nederlandse huizen, zijn inzet van politieke strijd. De Tweede Kamer onderzoekt de corporaties, die tot tien jaar geleden financiële banden hadden met de overheid, maar nu op eigen benen staan. Zij worden wel gecontroleerd door VROM.

verhuurders: pagina 16