Arm Hilversum

De bestuurders van de omroepverenigingen moeten nog een stapje terugdoen. Volgens het paasakkoord van de regeringscoalitiepartijen gaan ze van de Raad van Toezicht van de publieke omroep naar de Raad van Advies. Dit is de zoveelste aantasting in de tientallen jaren durende machtsworsteling van de publieke omroep. Ooit vormden de omroepvoorzitters de raad van bestuur, nu komen ze daar steeds meer tegenover te staan. De stagnatie is gebleven omdat de politieke partijen het hartgrondig oneens zijn. Het CDA hecht aan de zuilen, maar de liberalen willen die juist opheffen, terwijl het publiek wegvlucht naar commerciële zenders.

De onmogelijke praktijk van de publieke programmamakers is het laatste waarover de strijdende partijen zich zorgen maken. Wie een mooi programma bedenkt, moet twee bestuurslagen trotseren om het te kunnen maken: eerst de verscheidene chefs van zijn eigen omroep en vervolgens de netcoördinator, die er een plaatsje voor moet inruimen op het omroepschema. Deze dubbelstructuur remt de creativiteit. Omroepen maken niet wat de netcoördinatoren wensen en de netcoördinatoren doorkruisen de omroepstrategie. In zijn advies van vandaag aan staatssecretaris Van der Laan (Media, D66) stelt de Raad voor Cultuur terecht dat de huidige omroepstructuur `onwerkbaar' is. Arm Hilversum.

De publieke omroep is een onmogelijk compromis tussen een verouderde zuilenstructuur en opkomend overheidscentralisme. Hij moet tegelijkertijd hoge marktaandelen en reclameopbrengsten halen met populaire programma's, maar mag geen commercie bedrijven. Sport, het koningshuis en amusement trekken de hoogste kijkcijfers, maar nu ook de zender van John de Mol meeconcurreert om de lucratieve voetbalrechten, raken het publieke marktaandeel en daarmee de reclame-inkomsten in een glijvlucht.

Met het paasakkoord wordt de politieke worsteling voortgezet. Het CDA is weliswaar akkoord gegaan met een verdere machtsreductie voor de omroepen, maar ziet deze verenigingen als meer dan enkel productiehuizen. Aan de moeilijke overlegstructuur komt dus geen einde. In navolging van verscheidene adviesraden hebben de coalitiepartijen eindelijk afgesproken de rol van de publieke omroep beter te definiëren. In een lawaaiig commercieel landschap is de publieke omroep onmisbaar, maar hij komt te weinig toe aan zijn eigen missie van informatie, opinie, fictieseries, cultuur en wetenschap.

De publieke omroep kan niet langer aan gesubsidieerde commercie doen. In amusement wordt door de commerciële zenders al ruimschoots voorzien. Toch is het schrappen van een verplicht marktaandeel en van de reclames vruchtbaarder dan een discussie over het rekbare begrip amusement. Als de publieke omroep zijn commerciële activiteiten inperkt, zijn alleen twee netten – zoals de Raad voor Cultuur aanbeveelt – nog financieel haalbaar. Stroomlijning en concentratie is noodzakelijk. De bureaucratische zuilenguerrilla is daarbij niet behulpzaam. Een onafhankelijke positie ten opzicht van de overheid moet op een andere manier worden gegarandeerd. De belangrijkste toetssteen is dan de werkbaarheid in de dagelijkse praktijk.