VN wachten in Zuid-Soedan veel problemen

De Soedanezen zien argwanend de komst van VN-vredessoldaten in Zuid-Soedan tegemoet. Als het niet is uit vrees voor seksueel misbruik, dan wel uit bezorgdheid over de rol van Egypte.

Het gewichtige moment werd verpest door speculaties over seks. Na wekenlang touwtrekken verstrekte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vorige week eindelijk het mandaat voor een grote vredesoperatie in Zuid-Soedan. Het VN-hoofdkantoor in Khartoum lichtte triomfantelijk de Soedanese pers hierover in. De journalisten toonden zich niet onder de indruk en stelden vragen over mogelijk seksueel misbruik van de bevolking door VN-militairen. Jan Pronk, het hoofd van de VN-operatie in Soedan beloofde: ,,Wij zullen tonen dat het mogelijk is om je in te houden.'' De journalisten bleven vragen over seks afvuren, waarna VN-woordvoerder Radhia Achouri uit haar slof schoot: ,,Willen jullie soms dat wij alle VN-soldaten gaan castreren?''

Argwanend zien de Soedanezen de komst van de 10.000 man sterke VN-macht van soldaten en militaire waarnemers tegemoet. De voormalige rebellenbeweging SPLA (het Soedanese Volksbevrijdingsleger), wilde veel minder vredestroepen en de regering wenste aanvankelijk geen enkele betrokkenheid van VN-soldaten. ,,Er heerst aan beide zijden wantrouwen dat wij Soedan komen overnemen'', beaamt een hoge VN-medewerker.

In de Nubabergen, waar 750 Egyptische VN-soldaten worden gelegerd, drukken vertegenwoordigers van het SPLA en van de regering zich in gelijke bewoordingen uit: wij hopen dat de VN-troepen onze historische en culturele gevoeligheden respecteren. Ze bedoelen ieder iets anders. Afgevaardigden van de regering schimpten over de seksschandalen in Congo, waar tientallen VN-soldaten met jonge meisjes en prostituees het bed indoken. SPLA-commandanten maken zich veel meer zorgen over de komst van Egyptische VN-militairen. Egypte was ruim 150 jaar geleden berucht om de slavenhandel onder de zwart-Afrikaanse volkeren van de Nubabergen, een zeer dat nog steeds wordt gevoeld. Bovendien steunde Egypte tijdens de 21 jaar lange oorlog in Zuid-Soedan de regering in Khartoum.

De VN-soldaten krijgen een zware klus in het zuiden en de aangrenzende voormalige oorlogsgebieden in het noorden, zoals de Nubabergen. De meeste van de door de oorlog veroorzaakte problemen wachten nog op een oplossing. De grootste controverses zijn grondbezit, terugkerende vluchtelingen en oorlogsmisdaden.

Onder de toenmalige president Numeiry kwamen in de jaren zeventig en tachtig invloedrijke zakenlui uit de hoofdstad Khartoum en uit Egypte naar de Nubabergen waar de staat hun stukken land voor grootschalige landbouw toekende. Net als het merendeel van de Nuba's namen zij de benen tijdens de oorlog. Nu komen ze terug. In de afgelopen maanden verdubbelde de bevolking van de Nubabergen door de teruggekeerde vluchtelingen. Ieder eist zijn land weer op, dat inmiddels veelal door een ander is bezet. De grootgrondbezitters vinden bij hun aanspraken gehoor bij de regering, maar de kleine boertjes hebben veel problemen hun bezittingen terug te krijgen. De plaatselijke autoriteiten zeggen de belastingen van de grootgrondbezitters nodig te hebben. Mede wegens deze controverse zetten de VN dit jaar nog geen programma's op om vluchtelingen te laten terugkeren. Maar op eigen houtje zijn de afgelopen maanden al een half miljoen ontheemden naar hun oorspronkelijke woongebieden teruggegaan.

De Nubabergen, een regio zo groot als Oostenrijk, waren een van de zwaarst getroffen gebieden tijdens de oorlog. Het fundamentalistische regime van president Omar al-Bashir maakte de Nubabergen tot speerpunt bij zijn campagnes om de Afrikaanse bevolking te islamiseren en te arabiseren. Het zette daarbij milities van Arabische nomadische stammen in. Het gebied werd afgesloten van de buitenwereld en alleen aan de regering geallieerde islamitische organisaties mochten hulp verlenen aan de bevolking die in `beschermde dorpen' werd ondergebracht. Toen drie jaar geleden het vredesproces tussen Noord- en Zuid-Soedan begon, stond het erbarmelijke lot van de Nuba's bovenaan de agenda.

Tienduizenden Nuba's kwamen om het leven bij campagnes die lijken op de acties de afgelopen twee jaar van de Arabische milities in het westelijke Darfur. Maar ook het SPLA gedroeg zich niet altijd correct tegen de bevolking die het kwam bevrijden. SPLA en regering hadden dus een gemeenschappelijk belang om een amnestieregeling op te nemen in het begin dit jaar getekende vredesverdrag. ,,Geen berechting van aan de oorlog gerelateerde misdaden was het eerste waar beide partijen het over eens waren'', zegt een waarnemer. Buitenlandse onderhandelaars staken daar echter een stokje voor. De in het vredesverdrag opgenomen amnestie werd op het allerlaatste moment geschrapt, want anders zouden de VN het akkoord niet hebben kunnen ondertekenen. Volgens goed ingelichte bronnen sloten SPLA en regering wel een geheime overeenkomst waarbij vermoedelijk alsnog amnestie wordt verleend.

Daarmee is het laatste woord nog niet gevallen. De VN-vredesoperatie bevat ook waarnemers die gaan toezien op de mensenrechten in het zuiden. ,,Zij kunnen niet om de schendingen in het verleden heen'', meent een prominente Zuid-Soedanese journalist in Khartoum, ,,en ik zie niet hoe de VN alsnog akkoord kunnen gaan met een algehele amnestie''.