Onder de pet gebeurt het

De aandeelhouders van Reesink, een handelsbedrijf met ruim 300 medewerkers en veel aantrekkelijke vastgoed, komen morgen bijeen om een bod te bespreken van vastgoedbeheerder Van Herk. Hij biedt 70 euro per aandeel. De beurskoers (80 euro vanochtend) ligt daar al enige tijd boven. Dat wordt geen succesvol bod.

Bovendien zien Reesink-directeur B. ten Doeschate en de commissarissen niets in het bod. Zij schermen met een waarde van tenminste 100 euro per aandeel.

De strijd om Reesink, een bedrijf waarop menig opkoper de laatste twintig jaar zijn tanden heeft stukgebeten, illustreert niet alleen oplaaiende (vijandige) overnamelust, maar ook mankerende regelgeving.

Wie in Nederland een beursgenoteerd bedrijf wil kopen, dient een biedingsbericht te publiceren. Terwijl de informatie in jaarverslagen en kwartaalberichten steeds omvangrijker wordt, lijken biedingsberichten echter te verschralen. De blik van de bieder overheerst, terwijl je zou verwacht dat juist zoveel mogelijk informatie wordt aangedragen waarop de aandeelhouders van het doelwit hun beslissing kunnen baseren.

Neem het recente verhoogde bod op automatiseringsbedrijf PinkRoccade door concurrent Getronics, dat bijna ontregeld werd door een tegenbod van Ordina. Het biedingsbericht maakt weinig woorden vuil aan de manier waarop de top van PinkRoccade heeft besloten om met Getronics in zee te gaan en welke kandidaat-kopers het nakijken hadden. Voor de aandeelhouders is dat relevant: hoe meer kopers, hoe groter hun opbrengst.

Toevallig is een deel van die informatie dankzij de grootste aandeelhouder, de Nederlandse overheid, later wel in het publieke domein terechtgekomen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Zalm onder meer dat de staat al in december 2003 zakenbank Kempen & Co als adviseur inhuurde om op ,,een goed moment'' zijn aandelen te verkopen. De staat heeft dat wel aan Pink verteld, maar voor het beleggende publiek was dit nieuw. Tien maanden later deed Getronics zijn bod.

Ook Reesink-bieder Van Herk bezuinigt op informatie. Acht alinea's over zijn eigen reilen en zeilen zijn wat mager voor een biedingsbericht van 56 pagina's. En ook hier blijkt een voorgeschiedenis vol avances te bestaan, die Van Herk onder de pet houdt. In een `verweerschrift' zegt Reesink dat sinds medio 2004 enkele malen is gepraat, met een defitief nee op 1 december. Niemand die het wist. Maar Reesink heeft nog meer in petto: velen blijken zich de afgelopen maanden te hebben gemeld om het onroerend goed te gelde te maken.

Verwachting na morgen: doorbieden maar.