Mark Ruffalo

Laatbloeier Mark Ruffalo (`We don't live here anymore') is het klassieke voorbeeld van de acteur die als barkeeper zijn brood verdiende en zich zelfs door een hersentumor niet liet tegenhouden.

Het is een film op zichzelf. Je komt uit een coiffeursfamilie. Je hebt hopeloos haar, waar zelfs je kappende moeder en drie broers en zussen geen model in kunnen brengen. En het wordt nog erger. Je bent al langer barkeeper dan acteur. Maar acteur wil je zijn. Dus je doet wel meer dan 800 keer tevergeefs auditie. En dan is er die kleine film You Can Count on Me (2000) die dankzij Oscar-nominaties opeens heel groot wordt. Dat is wat je in Hollywood nodig hebt. Een doorbraak. Want dan beginnen de dominosteentjes te vallen. En op te vallen. Een grote rol in het Amerikaanse Burgeroorlog-epos Ride with the Devil (1999) van Ang Lee lag er al. Plotseling is ook die andere Aziaat-die-het-in-Amerika-heeft-gemaakt, John Woo, in je geïnteresseerd en cast hij je voor zijn oorlogsfilm Windtalkers. Je staat derde op de credits na Robert Redford in de gevangenisfilm The Last Castle (2001). En M. Night Shyamalan wil je graag in zijn graancirkelfilm Signs.

Wacht. Stop. Maar was het wel Mark Ruffalo (22 november 1967, Kenosha, Wisconsin) die in Signs tegenover Mel Gibson speelde? Het leek er wel op: getroebleerde blik, diepliggende ogen, geboetseerde gelaatstrekken. Maar waar was die milde glimlach gebleven die over de gezichten van al Ruffalo's personages zweeft?

Nee, dat was niet Mark Ruffalo. Hij had die rol moeten afzeggen. Hij lag op dat moment met een verband om zijn hoofd in het ziekenhuis. Hersentumor.

Ruffalo overleefde, genas en speelde na 2002 meer rollen dan hij tot dan toe had gedaan vanaf zijn speelfilmdebuut in 1993 met A Song For You, een van die direct-naar-de-videotheek gedirigeerde gevallen.

Commercieel doen is niet Ruffalo's sterkste kant. Natuurlijk wilde hij nadat hij Signs was misgelopen ook wel eens aan de klatergoudpot van Beverly Hills ruiken. Pogingen daartoe met typische Hollywood `romkoms' (goed Nederland voor romantische komedies) mislukten hopeloos: zowel tegenover Gwyneth Paltrow in de melige stewardessenfilm A View from the Top (2003) als Jennifer Gardner in 13 Going on 30 (2004).

Ruffalo is pas romantisch als zijn personages gevaarlijk zijn, zoals Jane Campion bewees toen ze hem castte in de erotische thriller In the Cut tegenover Meg Ryan (2003). Dat levert misschien niet altijd commercieel gewin op, maar wel artistieke waardering. Sindsdien doet hij ook niet moeilijk meer over expliciete seksscènes. Al kwam er in het de overspelfilm We Don't Live Here Anymore die nu in de bioscopen draait nog een heel bijzondere vorm van acteertechniek bij kijken. Ruffalo: ,,Wat pas echt moeilijk is, is een seksscène opnemen terwijl je ervoor moet zorgen dat er uiteindelijk `niets' in beeld komt. Dan moet je dus poedelnaakt rondlopen om precies te kunnen zien waar alles zit, met de bedoeling dat je er uiteindelijk niets van ziet. Een nachtmerrie!''