Kirgizië en daarna

De ontwikkelingen in de Centraal-Aziatische republiek Kirgizië lijken op het eerste oog het logische en toch verrassende vervolg te zijn op de vreedzame revoluties die rebellerende kiezers in Georgië en Oekraïne ontketenden. De Kirgizische president Askar Akajev werd vorige week verdreven na protesten tegen verkiezingsfraude en uit volkswoede over sociale en economische wantoestanden. Na een chaotisch verlopen machtswisseling is een voormalige oppositieleider, Koermanbek Bakijev, als waarnemend president gekozen. Ook in de meest verafgelegen uithoeken van het voormalige Sovjet-rijk accepteert een mondig electoraat niet langer dat geknoeid wordt met stembusuitslagen. De werkelijkheid in Kirgizië is gecompliceerd, maar het is begrijpelijk dat de oppositie in dictatoriaal geregeerde oud-Sovjetrepublieken hoop put uit de val van deze derde dominosteen. Waarom zou in Kazachstan, Oezbekistan of Wit-Rusland onmogelijk zijn wat zich in Georgië, Oekraïne en nu dus Kirgizië heeft voltrokken? De logica is niet ver te zoeken. De verrassing blijft de plaats en de broosheid van onbreekbaar geachte regimes.

Voor zowel Moskou als Washington is de Kirgizische kiezersopstand van belang. De Centraal-Aziatische republieken zijn sinds de aanslagen van 9/11 `frontstaten' in de oorlog tegen terrorisme en moslimfundamentalisten. Rusland en Amerika hebben militaire bases in het gebied. Internationaal-strategische belangen zijn hier door totalitaire en corrupte bestuurders handig gebruikt in hun strijd om de grondstoffen en het grote geld. Ze konden en kunnen rekenen op steun van Rusland en de VS, die de status quo doorbrekende gebeurtenissen in Kirgizië toch op z'n minst als lastig zullen hebben ervaren. Maar Washington begroet op voorspraak van president George W. Bush officieel iedere democratische ontwikkeling in de wereld. En Moskou leert zich aan te passen aan hedendaagse realiteiten. Waar de Russische president Poetin tijdens de Oekraïense revolutie de fout maakte te lang de verkeerde man te steunen – zíjn man – heeft hij nu snel de nieuwe machthebbers in Kirgizië omarmd. Het is een pragmatische opstelling, die het Kremlin ruimte verschaft. Maar het zal in Rusland ook als een teken van zwakte worden gezien. Moskou's invloedssfeer en Poetins imago als sterke man brokkelen in de visie van veel Russen af. Dit kan gevolgen hebben voor de stabiliteit van de Russische politiek.

Niemand anders dan het bedrogen en in opstand gekomen electoraat van Kirgizië kan het succes van deze politieke ommekeer claimen – als het een succes wordt. Het is verleidelijk om Amerikaanse ideeën over vrijheid en democratie van toepassing te laten zijn op omstandigheden in landen zo uiteenlopend als Kirgizië of Libanon. Dat is vergezocht, hoewel in het Kirgizische geval Amerikaanse steun in woord (Bush) en daad (geld) effect kan hebben gehad. Het zou Washington hebben gesierd als men in een eerder stadium de autoritaire en antidemocratische heersers in Centraal-Azië de waarheid had gezegd. Te lang zijn de belangen van de burgers daar ondergeschikt gehouden aan een geopolitieke ordening die van alles diende: antiterreur, militaire bases, olie en gas en vooral de zakken van regionale leiders. Stabiel was dat wel, maar met democratie en welvaart voor iedereen had het niets te maken. Dat hierin door een volksbeweging verandering kan komen, is winst. Het gaat er nu om stabiliteit èn democratie te bewerkstelligen in deze explosieve regio.