Italiaans verzet tegen `de Hollanders'

De vrees voor buitenlandse overnames is groot in Italië. Buitenlanders stellen hogere eisen bij kredietverstrekkingen.

Alle hens aan dek dus.

Met het bod van ABN Amro op de Banca Antonveneta is het alle hens aan dek voor dat deel van de Italiaanse zakenwereld dat koste wat het kost wil voorkomen dat de Nederlanders de macht grijpen. Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van Antonveneta, half mei, moet blijken of ABN Amro er in is geslaagd om meer dan 50 procent van de aandelen in zijn bezit te krijgen. Tot die tijd zal een felle strijd woeden tussen ABN Amro en de Italiaanse opponenten onder leiding van Banca Popolare di Lodi.

Het is ook deze Banca Popolare di Lodi die ABN Amro ertoe heeft gedwongen om versneld te groeien in Italië. In november liet de Popolare di Lodi doorschemeren geïnteresseerd te zijn in de overname van Antonveneta en sindsdien is de bank bezig Italiaanse medestanders te verzamelen. Volgens Italiaanse media zou dit kamp inmiddels over 30 procent van de aandelen beschikken, terwijl ABN Amro inclusief convertibele obligaties op 18,75 procent zou komen. Onderhandelingen over een vergelijk tussen de twee banken hebben vooralsnog niets opgeleverd.

De Popolare di Lodi heeft op 23 maart bij de Italiaanse beurswaakhond Consob aangegeven 5,05 procent van de aandelen in portefeuille te hebben. De bank mag nu zonder controle van de Consob in stilte doorgroeien tot 15 procent en zal dat zeker proberen. Belangrijkste partners van Lodi in de strijd tegen ABN Amro zijn Unipol dat 2,1 procent heeft, maar mogelijk kan uitgroeien tot 5 procent en Edizione Holding dat 5 procent bezit, welke Lodi waarschijnlijk zal overnemen. Zeer invloedrijke partner van Lodi is vervolgens Deltaerre dat 10 procent bezit. Dit is een samenwerkingsverband van Noord-Italiaanse zakenlieden die willen dat Antonveneta Italiaans blijft.

De afgelopen dagen hebben enkele belangrijke kopstukken van Deltaerre zich publiekelijk tegen ABN Amro gekeerd. Zo heeft de zakenman Emilio Gnutti aangekondigd ook juridische stappen tegen ABN Amro te ondernemen als deze de overname doorzet. Ook EnnioDoris, de nummer één van de Italiaanse bank Mediolanum, sprak zich in een interview met de Corriere della sera uit tegen de Hollanders. Doris, die op persoonlijke titel 0,5 procent van Antonveneta bezit, zei te vrezen dat als zij Antonveneta overnemen, ,,de strategische leiding onvermijdelijk in Nederland komt te liggen''. En dat is waar veel Italiaanse ondernemers bang voor zijn. Zou het noodlijdende Fiat bijvoorbeeld net zo zeer zijn geholpen door buitenlandse banken als nu is gebeurd door de Italiaanse financiële instellingen? En hoe moet het met het midden- en kleinbedrijf?

Juist bij deze bedrijven bestaat nu veel angst voor de mogelijkheid van buitenlandse overnames. Traditioneel werden leningen verstrekt op basis van persoonlijke contacten tussen de bankdirecteur en de ondernemer. Analyse van de cijfers was secondair. Door de vele fusies van de laatste jaren klagen ondernemers volgens advocaat Cicenzo Pellegrini, die bedrijven financiële adviezen geeft, al over het toenemend aantal eisen dat banken stellen bij kredietverstrekkingen. Buitenlanders, zo is de vrees, zullen daar nog meer aan hechten.

Tot nu toe zagen al deze tegenstanders van een buitenlandse overname zich gesteund door de president van de Italiaanse bank Antonio Fazio. Die heeft steeds gezegd dat buitenlandse banken niet meer dan 15 procent van een Italiaanse bank mogen bezitten. Hij is hiervoor op de vingers getikt door de Europese Commissie.

Fazio moet de komende vier weken zijn oordeel vellen over het bod van ABN Amro en over een bod van de Spaanse bank BBVA op de Italiaanse Banca Nazionale di Lavoro. Hij staat daarbij onder grote druk van de Italiaanse politiek om zijn poot stijf te houden. Maar als hij dat doet zal ABN Amro waarschijnlijk een zaak tegen hem aanspannen bij het Europese Hof en maken de Nederlanders een redelijke kans om die te winnen.