Het lot van ABN Amro

De strijd om de Italiaanse bankenmarkt is vanmorgen losgebarsten met een bod door ABN Amro van 6,3 miljard euro op Banca Antoniana Popolare Veneta – roepnaam Antonveneta. Gisteren voerde de Spaanse bankgigant BBVA zijn voornemen uit door 6,7 miljard euro te bieden op de Italiaanse Banca Nazionale Lavaro. Als deze biedingen slagen, dan ligt de Italiaanse bankenmarkt open voor andere buitenlandse partijen. Maar dat is een grote `als'. Italië schermde zijn markt tot nu toe af en beperkte het buitenlandse aandeelhouderschap in een bank tot maximaal 18 procent. Daarvoor was dan ook nog de persoonlijke toestemming nodig van president Fazio van de centrale bank. Bovendien kenmerkt de sector zich door complexe aandeelhoudersstructuren en enige afkeer van buitenlandse deelnemingen. Het Italiaanse bankenlandschap doet denken aan de versplintering tijdens de stadsstaten.

Het is juist die versplintering die Italië voor ABN Amro aantrekkelijk maakt. De financiële sector in Europa is toe aan een tweede golf van consolidering. De eerste golf vond voornamelijk binnen de eigen grenzen plaats; zie het ontstaan van ABN Amro en ING begin jaren negentig. Nederland was vroeg. Een groot deel van de rest van Europa volgde in de jaren daarna. BBVA is net zo goed het product van een nationale Spaanse fusie.

Massa is essentieel om zelfstandig te blijven in de bankensector, maar over de grenzen overnemen binnen de Europese Unie blijkt lastig. Banken worden intuïtief gezien als onderdeel van de nationale soevereiniteit. De kleine en gefragmenteerde Belgische markt werd pas na een jarenlang beleg opengebroken. In een groot deel van de EU zijn al nationale bankgiganten ontstaan. In Duitsland is wel sprake van fragmentatie, maar zit de markt met haar door de deelstaten beheerste Landesbanken potdicht. Italië is aantrekkelijk, niet omdat het per se zo'n veelbelovende markt is, maar vooral omdat er voor buitenlanders überhaupt nog te expanderen valt.

Tot nu toe zocht ABN Amro de groei in markten buiten de EU en dan met name in de Verenigde Staten en Brazilië, waar de bank door overnames een indrukwekkend bedrijf heeft opgebouwd. Maar massa die er straks toe doet, is vrijwel alleen in Europa op te bouwen. Het bod op het veel kleinere Antonveneta, waarin ABN Amro al een kleine 13 procent bezit, moet worden gezien als een gedurfde eerste stap. ABN Amro's bod is een dubbel experiment. Geven de Italiaanse autoriteiten toe aan de druk om buitenlandse aandeelhouders net zo te behandelen als binnenlandse? De Europese Commissie heeft daarop aangedrongen en president Wellink van toezichthouder De Nederlandsche Bank zou enkele weken geleden al een voorbereidend onderhoud hebben gehad met zijn Italiaanse evenknie Fazio.

Dan nog bestaat er de kans van verzet of een tegenbod. Mocht de Italiaanse veldtocht van ABN Amro op niets uitlopen, dan rest deze bank weinig anders dan op termijn aansluiting te zoeken bij een grotere combinatie, zo gaf de bestuursvoorzitter onlangs impliciet toe. Tegen die tijd zal het interessant worden om te zien of de Nederlandse autoriteiten dezelfde openheid betrachten voor buitenlandse overnemers als waar zij nu bij Italië zo op aandringen.