Eilandjes blijven verstoken van hulp

Nias en Simeulue, de eilanden voor de westkust van Sumatra die maandagavond werden getroffen door een zware aardbeving, zijn ook vandaag verstoken gebleven van hulp van buitenaf. Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over het aantal slachtoffers dat is gevallen.

Reddingswerkers die onder het puin zoeken naar overlevenden moesten het stellen zonder technische hulpmiddelen. Brandstof, medicijnen, voedsel en drinkwater worden schaars.

Het vliegveld van Gunung Sitoli, de hoofdplaats van Nias, is door de beving zwaar gehavend en kan alleen helikopters en sportvliegtuigjes aan. De twee Hercules-vliegtuigen die Australië ter beschikking heeft gesteld voor transport van hulpgoederen, kwamen niet verder dan Sibolga, een havenstadje aan de westkust van de provincie Noord-Sumatra. Slecht weer bemoeilijkte vandaag het transport per helikopter van medicijnen, brandstof en drinkwater.

Een woordvoerder zei vandaag dat president Susilo Bambang Yudhoyono buitenlandse – ook militaire – hulp verwelkomt. Singapore heeft enkele Chinooks, helikopters die zware vrachten kunnen vervoeren, aangeboden voor transport van machines voor het reddingswerk, maar die waren vandaag nog niet ter plaatse. De Verenigde Naties, die nauw betrokken zijn bij de hulpverlening aan Atjeh, de provincie op de noordpunt van Sumatra die op 26 december werd getroffen door een verwoestende tsunami, hebben een coördinatiepost voor hulp aan Nias ingericht in Sibolga.

Overlevenden en reddingswerkers worstelden vandaag met materiaalproblemen. Zij doorzochten het puin met schoppen, tangen en ijzeren staven, want op Nias zijn geen kranen, bulldozers of graafmachines. Tot dusverre is maar één Niasser levend van onder het puin gehaald. Een groep Fransen van de organisatie Brandweerlieden zonder Grenzen voer per boot van Atjeh naar Nias en ging aan de slag met krikken. Vanochtend wisten zij een jongeman die bekneld zat in de benedenverdieping van zijn huis te ontzetten. Hij bleek slechts licht gewond.

Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over het aantal slachtoffers van de onderzeese beving van maandagavond. De gouverneur van Noord-Sumatra hield het dodental vandaag op 1.000, maar ambtenaren vrezen dat dit tot 2.000 kan oplopen. Nias lijkt het zwaarst getroffen, maar er is bijna niets bekend over de kleinere eilanden, dichter bij het epicentrum.

De overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor coördinatie van rampenbestrijding meldde vandaag dat er op Simeulue, benoorden Nias, 17 doden waren geborgen. Er zouden nog veel meer lichamen zijn gevonden, die bij gebrek aan technische middelen nog niet geëvacueerd konden worden. De autoriteiten schatten dat er op Simeulue zo'n honderd doden zijn gevallen.

Het districtshoofd, Darmili, zei per sateliettelefoon alleen informatie te hebben over het dodental in de hoofdplaats Sinabang en niets te weten over de dorpen op het eiland, want de verbindingen zijn verbroken. Hij sprak van een groot tekort aan levensmiddelen, medicijnen en bloed.

Zijn de berichten over Simeulue schaars, volstrekt onbekend is het lot van het eilandje Banyak, halverwege Nias en Simeulue en nagenoeg in het epicentrum. In Medan, de hoofdstad van Noord-Sumatra, circuleerde vanochtend het – onbevestigde – bericht dat er ginds 300 doden zijn gevallen.