Een bescheiden directeur

Hij is dol op dure horloges als die van Patek Philippe, maar draagt een Swatch. Een fraaie Waterman-vulpen wil hij wel hebben, maar die koopt hij niet omdat hij die gegarandeerd kwijtraakt. Een aardige villa in Blaricum bezit hij niet, hij heeft een normaal appartement in Amsterdam. Alleen aan Italiaanse Kiton-pakken gaat hij zich te buiten.

Emile Gostelie, de zojuist benoemde directeur van de Nederlandse vestiging van adviesbureau The Boston Consulting Group (BCG), is een bescheiden man, zegt zijn omgeving. De oorzaak daarvan ligt in zijn joods-katholiek calvinistische achtergrond, zegt hij zelf, waarmee hij verwijst naar zijn ouders. Zijn moeder is joods, zijn vader was een Brabander. En beiden waren ondernemer.

De 47-jarige Gostelie moet het Nederlandse filiaal van BCG, een strategische consultant die concurreert met McKinsey, Booz Allen Hamilton en Bain, naar buiten toe meer gezicht geven. Een gezicht dat is verdwenen sinds Hans Wijers, de voormalige minister van Economische Zaken, ruim twee jaar geleden vertrok naar chemiebedrijf Akzo Nobel als bestuursvoorzitter. BCG, waar nu circa 150 mensen werken van wie 100 adviseurs, zegt ondertussen gegroeid te zijn, maar de buitenwacht weet dat nauwelijks.

Gostelie is zoals zoveel strategieconsultants exact opgeleid. Hij begon na het atheneum in Bussum aan een studie technische natuurkunde in Delft, maar verruilde die na anderhalf jaar voor civiele techniek. Na zijn afstuderen in 1985 vertrok hij naar energiebedrijf Shell, om zich met de marketing van smeermiddelen bezig te houden. Maar Shell beviel hem uiteindelijk matig. Gostelie kon te weinig aan de knoppen zitten; hij voelde zich een onbetekenend radertje binnen het grote energieconcern.

Het plan werd geboren om consultant te worden. Shell hield hij voor gezien, en aan Insead begon hij een door hemzelf betaalde MBA-opleiding. Vervolgens pikte McKinsey hem op als summer associate om een paar maanden ervaring op te doen.

Maar de cultuur bij McKinsey was niet zijn cultuur, een aanbieding van dit bedrijf sloeg hij daarom naar eigen zeggen af. Hij had tijdens zijn MBA-studie ook gesprekken gevoerd met BCG, dat toen nog geen kantoor had in Nederland. En deze adviseurs spraken hem meer aan. ,,BCG is minder hiërarchisch dan McKinsey, BCG is meer mensgeoriënteerd. Het is hier losser en wilder'', verklaart Gostelie. Hij ging daarom in 1991 aan de slag in het Londense kantoor van BCG.

Drie jaar later kwam hij terug naar Nederland. BCG had door de overname van branchegenoot Horringa & De Koning een voet op Nederlandse bodem gekregen. Gostelie kwam binnen bij een clubje van zo'n vijftien mensen en leerde daar Hans Wijers en Co de Koning kennen, de twee mensen die hij als zijn belangrijkste leermeesters ziet. Het waren de jaren van `leren en afkijken'. Gostelie werkte zich een slag in de rondte en als beloning werd hij in 1996 vennoot bij BCG.

Wijers noemt Gostelie iemand met een `hoog voorhoofd', waarmee hij bedoelt dat hij sterk analytisch is. Verder vindt hij Gostelie `sprankelend'. ,,Als hij een kamer met mensen komt binnenlopen gebeurt er iets. Er straalt iets positiefs van hem uit.'' Een kritische noot kan Wijers, die Gostelie weinig ziet, niet snel vinden. Hoewel. Gostelie is volgens Wijers ,,nooit tevreden''. ,,Hij heeft last van overbescheidenheid, hoewel ik dat niet als hinderlijk heb ervaren.''

Gostelie zal zich als directeur van de Nederlandse vestiging meer dan ooit met klanten moeten bezighouden, en vooral nieuwe klanten moeten binnenhalen. Naar eigen zeggen bedient BCG al de meeste van de 25 grootste beursfondsen. Gostelie zal zich daarom ook nog meer een ondernemer moeten tonen dan hij al was. Maar oud-BCG-collega Jack Bakker, tegenwoordig directeur van vastgoedbedrijf Uni-invest, vindt hem geen ondernemer pur sang. ,,Het ondernemerschap biedt hem te weinig intellectuele uitdaging. Het is daarom ook niet iemand die straks het corporate life in gaat. Ik denk dat hij altijd adviseur blijft.''

Veel hobby's heeft Gostelie niet. Sinds kort heeft hij golf ontdekt, na zich daar jarenlang tegen te hebben afgezet. Verder vindt hij reizen leuk. Iets wat makkelijk gaat omdat hij geen kinderen heeft. En hij leest, maar aan managementliteratuur heeft hij een hekel. ,,Dat soort boeken prediken altijd de ultieme oplossing, terwijl die niet bestaat.''