Democratische verlamming in Irak

Twee maanden na de verkiezingen in Irak is er nog geen regering. Gedwongen samenspraak heeft tot verlamming geleid.

President Bush zei gisteren dat de Irakezen van hun land ,,een positief voorbeeld voor het hele Midden-Oosten'' maken. Maar veel Iraakse burgers zelf zijn op het ogenblik aanzienlijk minder te spreken over de democratische voortgang.

Kort voor Bush sprak was de tweede zitting van de twee maanden geleden gekozen Nationale Assemblee in een chaos veranderd na de bekendmaking van de waarnemend voorzitter dat de verkiezing van een voorzitter opnieuw werd uitgesteld. Parlementsleden sprongen op en leverden scherpe kritiek op het onvermogen van de politieke leiders tot besluiten te komen – er is immers evenmin nog overeenstemming over president, premier en kabinet. ,,De mensen moeten weten wie er achter al dat uitstel zit, ze hebben het recht om dat te weten en ze moeten dat weten'', betoogde een vrouwelijk Assembleelid.

De Iraakse burger kon thuis en in koffiehuizen maar kort meeleven via de rechtstreekse televisieuitzending: na 20 chaotische minuten besloot de waarnemend voorzitter de bijeenkomst in een besloten zitting te veranderen. Journalisten werden eruit gezet en het televisiescherm ging op zwart.

Een van de weinige dingen waarover de verkiezingsoverwinnaars, de religieuze shi'ieten van de Verenigde Arabische Alliantie en het Koerdische eenheidsfront, het tot dusverre eens zijn geworden is dat de parlementsvoorzitter een sunniet zal zijn. Op die manier willen ze de sunnieten bij het bestuur betrekken en hun aandeel in het doorgaande geweld verminderen. De sunnitische minderheid (20 procent) heeft zich uit woede over de nieuwe verhoudingen in Irak grotendeels afzijdig gehouden van de verkiezingen en is daarom nu sterk ondervertegenwoordigd in de gekozen organen. Probleem is echter dat de gedoodverfde kandidaat, interim-president Ghazi al-Yawar, niet wil, en dat de sunnieten geen voordracht van de Koerdische en shi'itische overwinnaars wensen te accepteren maar ook geen overeenstemming kunnen bereiken over een eigen kandidaat.

Structureler en onheilspellender is de onenigheid over de regering. De Amerikaanse machthebbers wilden vorig jaar waarborgen dat de verschillende etnische en religieuze bevolkingsgroepen in Irak in samenspraak zouden blijven over het landsbestuur. Koste wat het kost zou moeten worden voorkomen dat één groep de overhand zou krijgen. Democratie is niet de dictatuur van de meerderheid, was vorig jaar de teneur van Amerikaanse uitspraken. ,,De fundamentele kwestie'', verklaarde toenmalig bestuurder Paul Bremer, ,,is de bescherming van de rechten van minderheden, of het nu Koerden of shi'ieten of sunnieten zijn of iemand die gewoon een tijdje aan de verkeerde kant van een verkiezing zit.''

Daartoe werd vorig jaar in de onder Amerikaanse invloed totstandgekomen interim-grondwet vastgelegd dat belangrijke beslissingen met een tweederde meerderheid in de Nationale Assemblee moeten worden goedgekeurd. Onder die belangrijke beslissingen is de grondwet, zoals in veel landen het geval is, maar ook de bevestiging van de (cermoniële) president en zijn twee vice-presidenten (die formeel de premier en zijn kabinet voordragen.

In overgrote meerderheid hebben de Irakezen langs etnische en religieuze lijnen gekozen, niet voor partijprogramma's, en het resultaat is dat de shi'itische meerderheid (60 procent) ook een absolute meerderheid in de Assemblee heeft. Maar voor een tweederde meerderheid hebben de shi'ieten de Koerden nodig, het op één na grootste blok in de Assemblee.

De namen van de president en de premier zijn al lange tijd bekend – respectievelijk de Koerdische leider Jalal Talabani en de shi'itische politicus Ibrahim Jaafari. Maar de gedwongen samenspraak heeft een verlammende uitwerking gehad. De Koerden beseffen dat ze nú de vergaande autonomie die ze wensen kunnen afdwingen, plus de – deels Arabisch-Turkmeense – oliestad Kirkuk en de olie-inkomsten uit dit gebied. De shi'ieten willen zover (nog) niet gaan; van hun kant eisen ze grotere nadruk op islamitische waarden dan de relatief seculiere Koerden wensen. Daarnaast zijn er nog wat problemen over individuele ministersposten.

Inmiddels wordt al gespeculeerd over vertraging voor de grondwet, die in augustus klaar moet zijn. Verder is overduidelijk geworden dat niet zozeer het belang van het land als het belang van de gemeenschap uitgangspunt van de nieuwe politici is.