De kunstenaar als duizendpoot

Weinig kunstenaars kunnen rondkomen van hun werk. Kunstacademies, conservatoria en toneelscholen bereiden hun studenten nauwelijks voor op de beroepspraktijk.

Een paar jaar geleden kreeg Jan Mulder tijdens een uitzending van het programma Barend en Van Dorp een van zijn hevigste woede-uitbarstingen ooit. Soap-actrice en lid van de Amsterdamse beau monde Micky Hoogendijk was die avond te gast aan de nationale borreltafel. Haar nieuwe nachtclub O2, vertelde zij, zou een streng deurbeleid gaan voeren. Dat betekende dat bijvoorbeeld postbodes er niet in zouden komen. Hoogendijk wilde alleen ,,cultureel vernieuwende mensen'' in haar trendy club, en postbodes vielen volgens haar buiten die categorie. ,,Ik spúúg op die pretentieuze lui'', beet Mulder haar toe.

Met O2 is het niet veel geworden. Misschien wel doordat er geen postbodes werden binnengelaten. Want dit beroep is een van de meest populaire bijbaantjes voor kunstenaars. ,,Een opleiding voor postbodes'', noemt directeur Jos Houweling van het prestigieuze Sandberg Instituut (de post-academische opleiding van de Rietveld Academie) het kunstonderwijs gekscherend.

Stel, je zit op de academie en je droomt van een succesvol en, vooruit, meeslepend kunstenaarschap. Dan moet het rondbrengen van enveloppen en postpakketten enkele jaren later een ontnuchterende ervaring zijn. Is er onderweg iets misgegaan? Of falen de kunstopleidingen in het voorbereiden van hun studenten op het leven na de academie?

Zo eenvoudig ligt het niet, zegt Houweling. ,,Er zijn kunstenaars die nauwelijks verkopen, maar die wel in belangrijke musea staan. En er is een circuit van mensen die goed verkopen, maar artistiek niet interessant zijn. Commercieel en artistiek succes is niet hetzelfde. Er zijn mensen die in Cobra-stijl schilderen. Daar kun je van leven. Maar voor mij ligt het doel van het kunstenaarschap niet in het verkopen, maar in het toevoegen van iets nieuws aan wat er al was.''

Artistieke waardering van musea en toonaangevende critici oogsten, en tóch van een bijstandsuitkering moeten leven: het komt voor. Dat neemt niet weg dat kunstacademies, conservatoria en toneelscholen hun studenten nauwelijks voorbereiden op de beroepspraktijk, zo blijkt uit de meest recente Kunsten-Monitor van de HBO-raad, die afgelopen najaar uitkwam en de opleiding en arbeidssituatie van afgestudeerde kunstenaars in kaart brengt. Slechts 35 procent van de ondervraagden vond dat ze tijdens de opleiding voldoende toegerust werden om te werken in het gekozen vakgebied. Door het opdoen van zakelijke vaardigheden, zoals het schrijven van een subsidieaanvraag of het regelen van belastingzaken, maar ook door presentatielessen (`hoe verkoop ik mezelf en mijn werk').

Ook volgens Inger Minnesma, beroepskeuzeadviseur bij de kunstenaarsvakbond FNV KIEM, doen de meeste academies ,,weinig tot niets'' aan de zakelijke kant van het kunstenaarschap. ,,De meeste kunstenaars worden zelfstandig ondernemer, dan moet je toch weten hoe je je producten verkoopt? Dat is net zo belangrijk als de artistieke ontwikkeling, want als je niets verkoopt, houdt het snel op.'' Minnesma denkt dat door de slechte voorbereiding kunstenaars ,,verloren gaan voor de beroepspraktijk''.

We bieden onze studenten cursussen in boekhouden en ondernemen aan'', zegt Monique Bosman, woordvoerder van de Enschedese academie AKI. Lang niet alle studenten komen erop af, erkent ze. ,,Maar moet je dat dan verplichten? Dat zou ten koste van de opleiding gaan en vier jaar is al zo kort.'' En bovendien, zegt zij, worden studenten opgeleid tot kunstenaar en dat is toch een ander slag mensen. ,,Als je ze allemaal van die ondernemers- en presentatielessen gaat geven, gaan ze misschien wel heel erg op elkaar lijken.''

Het probleem van de tekortschietende voorbereiding wordt de laatste jaren steeds meer onderkend. FNV KIEM en de Centra voor Beeldende Kunst bieden volop bijscholingsmogelijkheden voor kunstenaars. Kunstenaars&CO dankt hieraan zelfs zijn bestaan. Gevestigd in een modern pand aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam geeft Kunstenaars&CO workshops en persoonlijke begeleiding aan kunstenaars die wel een zetje kunnen gebruiken. Het aanbod is zeer gevarieerd: van het leren schrijven van een subsidieaanvraag en solliciteren, tot netwerken en `strategisch exposeren'. De workshops zijn kosteloos voor kunstenaars met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars).

`Les één. Zorg dat je niet in de bijstand belandt. Zeg tegen jezelf: dat nooit!'' Loopbaanadviseur Cees Verpoort spreekt de woorden met kracht uit. De cursisten kijken hem aandachtig aan en knikken. Inderdaad, dát nooit.

Verpoort, die tot dramaregisseur werd opgeleid, geeft loopbaantrainingen aan kunstenaars bij Kunstenaars&CO. De verbale presentatie is volgens hem een van de meest genoemde zwakheden van kunstenaars. `Het werk moet voor zichzelf spreken', is nog steeds de heersende opvatting. En netwerken wordt door velen vereenzelvigd met `geslijm'. Dat misverstand wil Verpoort eerst uit de weg ruimen. ,,Is netwerken slijmen, of bedelen?'' vraagt hij retorisch. ,,Nee, netwerken is weten wat er speelt. Dat gaat alleen goed als je het structureel doet. Zie het als een permanent project, waarvoor je actie moet ondernemen.'' De deelnemers krijgen vervolgens een opdracht: ze moeten een potentiële opdrachtgever interesseren en daarvoor hebben ze drie minuten. Er is alle tijd voor de nabespreking, want de opkomst is vandaag laag. Van de zeven deelnemers zijn er maar drie komen opdagen: Henri, saxofonist; Yavanne, illustrator en Karlijn, grafisch ontwerper.

Karlijn begint. Ze geeft een uitgebreide opsomming van haar opleiding en haar werk. Als afstudeerproject voor de Design Academy in Eindhoven heeft ze een kaartenspel ontworpen waar ze trots op is. Enkele soundbites heeft ze ook klaar: ,,Ik zoek iets om mijn tanden in te zetten, en ik ben flexibel.'' Maar ze rijgt de zinnen aaneen zonder tempo- of volumewisseling, waardoor haar verhaal eentonig klinkt. Onervarenheid, geeft ze toe. Verpoort: ,,De kunst is om je verhaaltje klaar te hebben. Oefenen dus. En durf te kiezen. Dat verhaal over die kaarten vond ik leuk, daar wil ik meer over horen.''

Alledrie hebben ze de neiging om zich defensief op te stellen. Yavanne zegt dat ze haar inkomen grotendeels als postbode verdient, dat ze niet handig is met computers, en dat ze een opdracht van een vriend heeft gekregen. Verpoort reageert direct: ,,Niet zeggen dat je postbode bent, dat is niet relevant. En je zegt niet dat je die opdracht van een vriend hebt gekregen. Je zegt: `Dit werk heb ik gemaakt.''' Henri zegt dat hij ,,momenteel niets doet''. Fout, volgens Verpoort. ,,Je geeft aan dat je daar en daar aan werkt.''

Hoe belangrijk is een goede presentatie voor een kunstenaar? Heel belangrijk, zegt Minnesma van FNV KIEM. ,,Kunst is een luxeproduct, in principe kan je best zonder. Als kunstenaar moet je mensen van het tegendeel overtuigen.'' Jos Houweling relativeert dit sterk. ,,Ik kan wel heel leuk en aardig doen, maar als het schilderij je niet bevalt, houdt het op.''

Niet dat hij de voordelen van netwerken onderschat. ,,Het is wel van belang dat mensen je kennen, anders zit je thuis met een groeiende stapel schilderijen zonder dat er iets gebeurt. Het Sandberg Instituut begeleidt de studenten daar ook in. We organiseren eens per twee jaar een grote tentoonstelling van nieuw werk, de Kunstvlaai. Daarmee genereer ik mijn eigen afzetgebied, naast het gevestigde circuit van musea en galeries.''

Als de kunstenaars eenmaal op eigen benen staan, kan een goede presentatie ,,een krachtig instrument'' zijn, zegt Houweling. ,,Rob Scholte had dat in hoge mate. Hij was zanger van The Young Lions, hij deed performances, hij was een van de eersten die met video werkte. Maar zonder dat werk, dat scherp was in zijn tijd, was hij er nooit gekomen. En ik ken ook voorbeelden van succesvolle kunstenaars die nauwelijks iets kunnen of willen zeggen, die zich verstoppen, en hun galeriehouder het woord laten doen.''

Houweling weet naast een goede babbel nog wel een aantal andere eigenschappen die voor een kunstenaar uitermate nuttig kunnen zijn. Hij staat op en komt terug met een lijstje. Een kleine selectie: `vertaalt het tijdsbeeld in zijn werk', `is een geweldige doorzetter', `kan teleurstellingen omzetten in iets anders', `jat en verbetert andermans ideeën', `is bevriend met de juiste mensen', `eet met mes en vork'.

Beeldhouwer Mathieu Nab werkt in een groot en goed geoutilleerd atelier aan de Surinamekade in Amsterdam aan zijn houten en stenen sculpturen. De beelden doen denken aan de koppen op Paaseiland, maar hebben ook iets van de serene gezichten van Modigliani. Zijn werkplaats is schoon. Een dame van een tijdschrift vroeg ooit of hij niet wat zaagsel op de grond wilde strooien, voor de fotograaf. ,,Dat vond ze authentieker'', lacht Nab.

Nab behoort tot de selecte groep kunstenaars die kan leven van artistiek werk. Toch heeft hij naar eigen zeggen nooit contact gezocht met opdrachtgevers of galeriehouders. Sinds hij van de Rijksacademie afkwam is het altijd ,,vanzelf gegaan'', en zo hoort het ook, vindt hij. ,,Ik kan mensen toch niet dwingen om mijn beelden mooi te vinden?'' De laatste tijd doet Nab wel iets meer om zijn klantenkring wat uit te breiden, zoals het opzetten van een nieuwe website.

De verkoop van zijn werk is niet zijn grootste zorg. Hij is nog steeds gefascineerd door ,,de zoektocht naar de ideale vorm'' , maar soms vraagt hij zich bezorgd af hoeveel mensen zijn passie nog delen. ,,Dan denk ik: dat gehak in steen is niet meer van deze tijd. Zit hier nog wel iemand op te wachten? En je doet het allemaal alleen. Op sommige dagen kost het moeite om de motivatie daarvoor op te brengen.''

Volgens de Kunsten-Monitor verdient een beeldend kunstenaar gemiddeld 545 euro per maand met zijn werk, en daar moeten de voor de beroepsgroep hoge kosten dan nog af. 55 procent heeft daarnaast één of meer betaalde bijbanen, binnen of buiten het eigen vakgebied. En juist buiten dat vakgebied liggen interessante mogelijkheden, zegt Yolanda Bakker, hoofd Communicatie van Kunstenaars&CO. Postbode of barman zijn bepaald niet de enige mogelijkheden. ,,Kunstenaars zijn goed in andersom denken. Daarvan kun je op vele manieren gebruikmaken.''

Kunstenaars&CO heeft, in samenwerking met verschillende musea, scholen en zorginstellingen het programma Kunstenaars Elders opgezet. Doel is om de artistieke talenten ook in andere sectoren te benutten: voor de klas, in de gehandicaptenzorg of in probleembuurten. Het is niet de bedoeling dat de kunstenaars het reguliere werk van zorg- of gevangenispersoneel overnemen, maar iets nieuws toevoegen waardoor de kwaliteit van leven in de instellingen verbetert. ,,Het kunstenaarschap zal nóg veelzijdiger worden'', voorspelt Yolanda Bakker. ,,Niet alleen omdat kunstenaars hun talenten op meerdere terreinen kunnen inzetten, maar ook omdat het een welkome aanvulling op hun inkomen is.''

Die les probeert Cees Verpoort ook aan zijn cursisten over te brengen. ,,Iedereen kijkt naar de eredivisie, maar slechts een heel klein deel haalt de top. Mijn boodschap is: be realistic, en doe iets anders ernaast als het niet lukt.''

Verpoort is zelf een levend voorbeeld van deze harde les. Hij is van oorsprong opgeleid tot regisseur, maar werkt nu bij het CWI. Het heeft hem enige tijd gekost om onder ogen te zien dat hij niet tot de top behoorde, geeft hij toe. ,,Natuurlijk! Ik dacht: ik ben regisseur, ik heb niet voor niets de toneelschool gedaan.'' Maar nu heeft hij er vrede mee. ,,Ik regisseer nu af en toe een toneelstuk. Voor mijn plezier.''