Bijna 65 jaar geleden

In 1939 en 1940, in de laatste maanden van de Nederlandse neutraliteit, was generaal-majoor G.J.Sas onze militaire attaché in Berlijn de juiste man. Hij had een zeer betrouwbaar contact, Hans Oster, kolonel bij het Amt Ausland-Abwehr, die hem van Hitlers plannen op de hoogte hield. De aanval zou in november 1939 komen, wist hij Sas te vertellen. Maar dat ging niet door. Eerst waren Noorwegen en Denemarken aan de beurt. Dat kostte Sas in Den Haag zijn geloofwaardigheid. De operatie was uitgesteld tot mei. De inlichtingen van Oster werden klemmender en daarmee ook de gecodeerde boodschappen van Sas. Op 9 mei 1940 wist Sas het zeker. Hij belde Den Haag. De volgende ochtend zouden ze binnenvallen. De attaché maakte een nerveuze, gespannen indruk. Zijn boodschap werd met een korreltje zout genomen. Een paar uur later kreeg hij gelijk. Na de oorlog heeft Sas heeft zijn verhaal gedetailleerd verteld aan de Parlementaire Enquêtecommissie.

Het is adembenemende lectuur. Sas blijft de tragische held die tenslotte, door de code te verbreken en in directe taal te vertellen wat er ging gebeuren, zijn leven waagde. Maar tragisch zijn ook de heren aan de andere kant van de lijn die, van niets wetend, bleven verzekeren dat het allemaal wel mee zou vallen. Zij waren de nationale leiders wier voorgangers met succes het land al een eeuw buiten iedere oorlog hadden gehouden – wat op zichzelf meer dan verstandig was – en die dachten dat ze onder de in 1940 geldende omstandigheden hetzelfde konden doen. Mengsel van wereldvreemdheid en zelfoverschatting waarvan ze toen binnen vier dagen en de daarop volgende vijf jaar met het hele volk genezen werden.

Het ligt voor de hand dat we, met gepaste vreugde en dankbaarheid op vijf mei vieren dat we zestig jaar geleden zijn bevrijd. Al ik weet niet hoeveel jaar laten commissies hun gedachten gaan over vernieuwde zingeving en het betrekken van de jeugd en allochtonen bij herdenkingen en feesten. Misschien heeft het weer niet veel gescheeld. Op 26 januari is er nog over gesproken, op de conferentie Breed Initiatief Maatschappelijke Binding, om ook op vijf mei `de samenhang in onze samenleving te bevorderen'. Maar aan die gekte zijn we ontsnapt. Wel blijkt Bevrijdingsdag te zijn omgedoopt tot Dag van de Vrijheid, maar het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft besloten dat aan het karakter van de vijfde mei niets wordt gewijzigd. Aan Quatorze Juilliet en Memorial Day is ook nooit eigentijds gedokterd.

Maar nu we toch een hausse in vaderlandse geschiedenis en nationale identiteit beleven, zouden we daarvan gebruik kunnen maken door 65 jaar later voor het eerst eens nationaal te kijken naar wat het land op 10 mei 1940 is overkomen, een datum even historisch als die van de Bevrijding. Er kwam een einde aan de Nederlandse neutraliteit. Dat is zeer bescheiden uitgedrukt. De werkelijkheid is dat het land toen (zoals de avonturen van G.J.Sas leren) in alle opzichten slecht voorbereid, volstrekt tegen zijn wil en volstrekt onverwacht weer in de stroom van de wereldgeschiedenis werd meegesleurd.

Ter gelegenheid van de aanstaande herdenking is door de Stichting Beeld en Geluid en het NIOD een serie dvd's samengesteld met opnamen van het Polygoon bioscoopjournaal tijdens de bezetting. Een paar dagen geleden zijn op de televisie een paar fragmenten vertoond. Onder meer was de intocht van de Wehrmacht in Amsterdam te zien. Verstomd, verglaasd kijken de mensen naar de colonnes van de vijand. Dat waren niet alleen degenen die toevallig voor de lens stonden. Zowat het hele volk met zijn politieke leiding en alle andere élites wist letterlijk niet wat hun overkwam. Wie de recente vaderlandse geschiedenis wil begrijpen, moet beseffen hoe wereldvreemd in politiek opzicht de Nederlanders door hun eeuw van neutraliteit waren geworden.

De jaren van oorlog en bezetting waren wel een leerschool in alle mogelijke vormen van onderdrukking en geweld, maar geen remedie tegen deze wereldvreemdheid. De oorlog betekende voortzetting van het Nederlandse isolement met andere middelen. Radio Oranje en de `Engelse radio' brachten wel betrouwbaar nieuws, maar niet de verlossing van de natie uit haar provincialisme. Dat is gebleken in 1945, toen we op den duur tegen alle goede raad van de rest van de wereld in op eigen houtje onze grootste oorlog na de Tachtigjarige zijn begonnen, om de democratie in Indonesië te brengen. `Indië verloren, rampspoed geboren', was de andere kant van dit initiatief. Pas tegen het einde van de jaren vijftig leek de tien jaar eerder begonnen drastische Aufklärung wortel te schieten.

Telkens weer vraag ik me af, welke invloed de verwoesting van Rotterdam, 14 mei 1940, op het nationaal bewustzijn heeft gehad. Eén van de grootste misdaden aan Nederland begaan, wordt binnen de nationale context tot op de dag van vandaag eerder behandeld als een omvangrijk uitgevallen incident dan wat het was: een van de grootste en lafste ploertigheden, nog altijd van wereldformaat, in ons eerste oorlogsjaar. Niet dat ik verlang naar een late erkenning van leed. Ik bedoel het vergelijkenderwijs. Dresden komt er wat dit aangaat beter vanaf.

Nationaal herdenken moet. Daar komt geen natie onderuit. Probeer het deze keer eens in Rotterdam, bij het beeld van Ossip Zadkine, Verwoeste Stad. Het komt dichter bij de werkelijkheid van toen dan het Nationaal Monument op de Dam met zijn eeuwige kermis, ijsbaantjes en fun. Denk twee minuten aan een stad die 65 jaar geleden binnen een uur werd vermoord, tot ongeloof en verbijstering van de bewoners.