Armenen voorzien geen korfbaluitslag

Nederland voetbalt vanavond in Eindhoven tegen Armenië, dat sinds de onafhankelijkheid in 1991 nooit een officiële uitwedstrijd won.

Zangeres Cher, zanger Charles Aznavour, tennisser Andre Agassi, autocoureur Alain Prost en schaker Garry Kasparov: de vijf wereldberoemde (sport)artiesten hebben Armeense voorouders. Net als voetballer Youri Djorkaeff, die zijn profloopbaan in Frankrijk opbouwde en in de Verenigde Staten afbouwt. Tot zover de bekende `Armeniërs'. De spelers van het nationale voetbalelftal, dat vanavond in Eindhoven een WK-kwalificatieduel tegen Oranje speelt, zijn stuk voor stuk onbekende grootheden.

Armenië, sinds 1992 aangesloten bij de wereldbond FIFA, is een dwergstaat in het internationale voetbal. Van de 3,3 miljoen inwoners telt het bergachtige land nog geen 3.000 geregistreerde spelers; het merendeel heeft de status van junior. De zomercompetitie telt negen profclubs, de meeste afkomstig uit de hoofdstad Jerevan. Daar vierde de plaatselijke club FC Ararat in 1973 zijn grootste succes, met een landstitel en een bekerwinst in de voormalige Sovjet-Unie.

Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is het bergafwaarts gegaan met het voetbal in de Kaukasus. Armenië werd geteisterd door een verwoestende aardbeving én een bloedig grensconflict met buurland Azerbeidzjan over de enclave Nagorno-Karabach. Door de economische malaise hadden en hebben de meeste Armenen geen geld voor voetbalcontributie.

Het lage percentage geregistreerde spelers – nog niet een procent – geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. Volgens enkele Armeense voetbalverslaggevers vertoont het straatbeeld in Jerevan en omstreken steeds meer tekenen van voetballiefde. Zij waren tijdens hun gezamenlijke verklaring, gisteravond in Eindhoven, nog niet op de hoogte van het 0-0 gelijkspel van Jong Armenië tegen Jong Oranje. De jeugd heeft de toekomst, voorspelden de journalisten in koor.

Het gebrek aan technische bagage van de huidige internationals kwam gisteravond op de training aan het licht in het Philips-stadion. Onder toeziend oog van een handvol Armeense toeschouwers gaf bondscoach Bernard Casoni blijk van de beste traptechniek. De Franse trainer gaf met zijn favoriete linkerbeen het goede voorbeeld aan de Armeense selectie, die bestaat uit grote en harde verdedigers, slimme en behendige middenvelders, kleine en snelle aanvallers. Bij gebrek aan creatieve spelers is countervoetbal een logisch, noodzakelijk gevolg.

Armenië behaalde in 48 officiële interlands 33 nederlagen, negen gelijke spelen en zes (thuis)zeges. De laatste dateert van afgelopen zaterdag, toen Andorra voor eigen publiek met 2-1 werd verslagen. In november vorig jaar verraste Armenië met een 1-1 gelijkspel tegen Roemenië. De bondsvoorzitter klaagde na afloop over het aantal gemiste kansen. Het volk vierde de remise alsof de wereldtitel was binnengehaald. Armenië bezet de gedeelde vijfde plaats in groep 1 van de Europese kwalificatiezone.

Bondscoach Casoni heeft in zijn zoektocht naar voetbaltalent met Armeens bloed in de aderen zonder succes de Europese voetbaltuinen afgestruind. De Fransman moet zich tevreden stellen met tweede garnituur en mijmerde daarom op de persconferentie liever over zijn ongeslagen status tegen de Nederlandse bondscoach Marco van Basten. Van de vier onderlinge duels tegen de superspits van Milan en Oranje zat de modale back van Olympique Marseille en het Franse elftal overigens drie keer op de reservebank.

Casoni zei voor vanavond geen korfbaluitslag te vrezen. De statistieken gaven hem gelijk. De grootste verliezen in de jonge Armeense voetbalhistorie waren een 5-1 nederlaag tegen Duitsland in 1996 en een 4-0 nederlaag tegen Polen in 2001. Dat buurland Azerbeidzjan zaterdag met 8-0 verloor in Warschau, leidde eerder tot optimisme dan tot pessimisme bij de Armenen. Zij beschouwen zichzelf niet langer als het lelijke eendje van de Kaukasus; dat predikaat plakken ze liever op de vijandige Azeri.