`Annan treft geen blaam in oliezaak'

Onderzoekers van het Iraakse olie-voor-voedselprogramma hebben gisteren bekendgemaakt dat VN-chef Kofi Annan niet betrokken is geweest bij het toekennen van een contract aan een Zwitsers bedrijf waar zijn zoon werkte. Maar zij kritiseerden Annan wel voor het ,,gebrekkig'' onderzoeken van belangenverstrengeling tussen hem en zijn zoon Kojo in deze zaak.

Annan zei het rapport met ,,grote opluchting'' te verwelkomen en te beschouwen als een vrijspraak. Het gaat om het tweede interim-rapport van de onderzoekscommissie, die onder leiding staat van ex-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Paul Volcker.

Volgens de onderzoekers hebben het bedrijf Cotecna en Kojo Annan tegenover Kofi Annan en de onderzoekers geprobeerd hun relatie te verbergen, nadat Cotecna een inspectiecontract van tien miljoen dollar per jaar was toegekend in 1998. Het onderzoek naar zoon Kojo duurt voort, ofschoon deze sinds een eerste gesprek met de commissie weigert mee te werken. Annan zei dat hij ,,altijd de hoogste maatstaven van integriteit'' van zijn zoon had verwacht, maar ,,diep bedroefd was dat het tegendeel was bewezen''.

De onderzoekers hebben kritiek op Annans ex-kabinetschef Iqbal Riza wegens vernietiging van documenten die mogelijk licht hadden kunnen werpen op het olie-voor-voedselprogramma. Het rapport wrijft Annan gebrekkig toezicht aan. ,,We zeggen dat hij niet oneerlijk is geweest, maar zeggen tegelijkertijd wel dat hij het onderzoek verkeerd heeft aangepakt'', aldus onderzoeker Mark Pieth.

Het rapport zal de VN-critici in het Congres aanleiding geven vragen te blijven stellen tot aan het eindrapport van Volcker in juli. Het Witte Huis steunde Annan gisteren. ,,Dit is een zeer ernstige zaak'', zei de woordvoerder van president Bush. ,,Het Congres kijkt er ook naar. Wij blijven de VN steunen. We blijven secretaris-generaal Annan in zijn werk bij de VN steunen.''

ANALYSE pagina 5

WWW.NRC.NL tekst rapport