Ahold niet bang saai te zijn

Onder topman Anders Moberg is supermarktbedrijf Ahold een normaal bedrijf geworden. Met weinig ambitie en weinig verrassingen. ,,Saaiheid is helemaal niet zo slecht voor ons.''

Het is nog maar twee jaar geleden dat Cees van der Hoeven aftrad als topman bij Ahold. Nu al lijkt het supermarktbedrijf in geen enkel opzicht op het concern dat Van der Hoeven achterliet nadat daar een boekhoudfraude van bijna een miljard euro was ontdekt. Van goednieuwsshow naar saaiheid troef.

,,No surprises'', zei de huidige bestuursvoorzitter Anders Moberg gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers over 2004. In zijn tijd wist Van der Hoeven zijn publiek vaak te verbazen met beter dan voorspelde winstcijfers en meende hij dat Ahold de beste managers had. Hij maakte geen geheim van zijn ultieme ambitie de grootste voedselleverancier ter wereld te worden.

Twee jaar na zijn vertrek is er weinig over van dat wereldwijde concern. Onder Van der Hoeven zat Ahold met zijn supermarkten nog in 23 landen. Daarvan zijn er nog acht over. Bovendien zijn veel onderdelen binnen die resterende landen verkocht, vooral in Nederland, Polen en Verenigde Staten. Die bedrijven waren te klein of verliesgevend, meestal beide.

Het toekomstige Ahold lijkt veel op het huidige Ahold, leek Moberg gisteren te willen zeggen. Alle voorgenomen desinvesteringen zijn bijna afgerond en hij heeft ook geen plannen voor acquisities. ,,Misschien een heel kleine overname op enig moment in de toekomst'', vertelde de topman. ,,Ter aanvulling van een bestaande activiteit.'' Zeker geen expansie.

De cijfers van de drie belangrijkste onderdelen van het nieuwe Ahold tonen een resoluut einde aan de jaarlijkse winststijgingen van 10 à 20 procent per jaar. Het paradepaardje van het concern, het Amerikaanse Stop & Shop, draait al een jaar moeizaam. De identieke omzet, waarbij supermarkten worden vergeleken met dezelfde supermarkten het jaar ervoor, daalde vorig jaar met 1,6 procent. In het vierde kwartaal waren de problemen niet opgelost, gezien de teruglopende omzet van 2,3 procent.

Voor Albert Heijn geldt bijna hetzelfde. Daar steeg de identieke omzetgroei in 2004 met 0,9 procent en ook de Nederlandse supermarktonderneming presteerde in het laatste kwartaal minder met 0,6 procent groei. Het bedrijfsresultaat liep er terug met 12 procent tot 79 miljoen euro. Ook hier lijken de ambities niet hoog. Directeur Dick Boer van Albert Heijn zei gisteren dat zijn supermarkten meer klanten trokken en dat ze tevredener waren. ,,Daar gaat het ons nu om.''

Boer hoeft niet veel ambitieuzer te zijn, omdat de drie belangrijkste doelen die Moberg bij zijn aantreden formuleerde al voor een groot deel zijn bereikt. Allereerst zit de winstmarge bij deze drie bedrijfsonderdelen rond de gewenste 5 procent. Het tweede doel, een rendement van 14 procent zal dit jaar worden gehaald door aflossing van een groot deel van de schulden. Dat kan, omdat Ahold 2,5 miljard euro kreeg door verkoop van bedrijfsonderdelen.

Door de lagere rentelasten kan Moberg zijn derde doel bereiken: een omzetgroei van 5 procent per jaar. Een moeilijke doelstelling, omdat experts de groei in de detailhandel de komende vijf jaar schatten op gemiddeld 1,5 procent. Deze omzetdoelstelling kost veel geld. Ahold wil het financieren met de 100 à 200 miljoen euro jaarlijkse rentebesparingen en kostenreducties die per jaar 600 miljoen opleveren.

Wat volgend jaar resteert, is een matig renderend bedrijf. Analisten denken verschillend over de haalbaarheid van de 5 procent omzetgroei. Albert Heijn heeft die de afgelopen jaren niet behaald en toenemende concurrentie in 2004 in de VS drukte ook daar de resultaten. Een derde belangrijke winstbron, het Scandinavische ICA, kampt sinds kort met proble-

men. Na Nederland en de VS is twee weken geleden ook in Zweden een prijzenoorlog uitgebroken.

Misschien komt het heil van groothandel US Foodservice, waar in 2003 een boekhoudfraude van een miljard euro werd aangetoond. Het levert aan restaurants en kantines en is met 14,5 miljard euro goed voor een kwart van de Ahold-omzet. Afgelopen jaar groeide US Foodservice met 5,7 procent. Ondanks dat de nieuwe directie pas afgelopen zomer helemaal op orde was.

Bestuurder Larry Benjamin zei dat er ,,hele grote mogelijkheden'' waren voor zijn groothandel. De marge groeit, het bedrijf heeft volgens hem minder werkkapitaal nodig dan supermarkten en de groei van de sector is meer dan dubbel zo hoog, menen experts. In de VS zou de omzetgroei uitkomen op gemiddeld 3,5 procent per jaar, tegen 1,5 procent voor de Amerikaanse detailhandel.

Kort na zijn aantreden zei Moberg dat hij uiterlijk november 2005 een besluit neemt of hij US Foodservice behoudt. Tot gisteren sprak hij nog nooit zo positief over de groothandel. Die heeft ,,enorme potentie'' en er was ,,geen financiële noodzaak het af te stoten'', zei hij gisteren. Niemand hoeft verbaasd te zijn als US Foodservice blijft, Moberg zal niet snel verrassen. Financieel bestuurder Hannu Ryöppönen: ,,Saaiheid is helemaal niet zo slecht voor ons.''