Wie is `het volk' in Kirgizië?

Na de `tulpenrevolutie' van vorige week heeft Kirgizië dagen van chaos en verwarring beleefd, en nachten van plunderingen.

Voor het parlement in Bisjkek staan twee ringen mensen. Op de stoep rookt een groep agenten in camouflage: zij bewaken het parlement. Rond hen haakt een groep boze burgers de armen ineen: zij blokkeren het parlement.

,,Wij zijn de nieuwe oppositie'', roept een betoger. ,,Wij hebben het Witte Huis van de president bestormd, nu willen wij ook in het parlement.'' En banen! En en een normaal salaris! Een oude vrouw met een megafoon krijst machteloos richting gevel. ,,Kom naar buiten, verraders. Wij zijn het volk! Straks bestormen we jullie.''

De nieuwe machthebbers hebben iets uit te leggen. Eerst een menigte voorgaan in de bestorming van het Witte Huis van president Askar Akajev omdat die via stembusfraude een gehoorzaam parlement wilde installeren, daarna datzelfde parlement legitiem verklaren. De contrarevolutie lijkt compleet als Akajev wordt gevraagd naar het vaderland terug te keren – om af te treden.

Legitimiteit, dat is wat het nieuwe bewind zoekt na de chaotische, bijna toevallige revolutie. Het triumviraat van de zuiderling Koermanbek Bakijev (premier), de noorderling Feliks Koelov (politie en leger) en Roza Otoenbajeva (Buitenlandse Zaken) oogt nog fragiel. Een burgeroorlog dreigt, dus houdt men de parlementariërs, machtige zakenlui en clanleiders, liever tevreden. Zelfs als dat de helden van het Witte Huis teleurstelt.

Van tevoren was het de `tulpenrevolutie' gedoopt, naar de wilde tulpen die in de lente de berghellingen van Kirgizië in vuur en vlam zetten. Daarvoor kwam de revolutie te vroeg: de tulpen willen nog niet bloeien. Sterker nog: een loeiende sneeuwstorm joeg dit weekeinde de Kirgiezen hun huizen in. Het bleek een welkome adempauze.

De snijdende kou volgde op een hete, zonnige donderdag, toen het regime van president Askar Akajev ook voor de Kirgiezen zelf verbazingwekkend snel implodeerde. Ze liepen dit weekend verweesd rond. Voor het Witte Huis zwollen groepjes aan en vielen uiteen. Er waren gele armbanden: jeugdprotest. Rode armbanden: ordedienst. Roze-paarse armbanden: zuiderlingen uit de steden Osj en Dzjalalabad. En groene armbanden van noorderlingen die tot voor kort president Akajev steunden. Kirgizië was in de greep van existentiële verwarring. Er waren geruchten. Het drinkwater was vergiftigd. Dictator Nazarbajev van buurland Kazachstan stuurde knokploegen over de grens.

Het Witte Huis, de betonnen taartdoos waar president Askar Akajev zetelde, viel donderdag door incompetentie. Akajev begon in 1990 als democraat en eindigde als een corrupte, maar voor Centraal-Azië nog altijd milde autocraat wiens familie de economie bestierde. Na recente parlementsverkiezingen, waarin slechts 6 van de 75 zetels aan de oppositie toevielen, kwam het zuiden in opstand. Vorige week sloeg de vlam over naar de hoofdstad Bisjkek. Akajev besloot niet af te wachten. Het protest moest in de kiem worden gesmoord. Asija Sasikbajeva, een van de protestleiders, zag donderdag tijdens een betoging van opzij een hondertal `provocateurs' opdoemen die begonnen op de politie in te slaan. Waarna de slecht getrainde ordepolitie een excuus had om een charge te doen, ondersteund door politie te paard. Sasikbajeva: ,,Maar er waren veel mensen uit de dorpen, die zijn niet bang voor paarden. Ze trokken de agenten eraf. Anderen begonnen tegels los te rukken.'' De politie week en trok haastig de uniformen uit, de menigte golfde het Witte Huis in en sloeg aan het vernielen. Akajev vluchtte.

Er volgde een nacht van plunderingen. Eerst moesten de winkelketens van de familie Akajev eraan geloven. Daarna volgden de winkels van Chinezen en Turken, vreemde volksgroepen die succesvoller zijn dan goed voor hen is. Vrijdag was een dag van verlamming. Agent Roeslan durfde zijn uniform niet te dragen. ,,Een agent die de orde wil herstellen is zijn leven niet zeker'', klaagde hij. ,,We hebben een echte leider nodig. Iemand als Stalin, of Poetin.''

Die nacht keerde een soort orde terug. Feliks Koelov, een oud-politieminister die donderdag uit de cel was bevrijd, kreeg de doodsbange politie zover de uniformen weer aan te trekken. Ze kregen gele armbanden om, en plakkaten achter de ruiten van hun wagens: `Wij zijn met het Volk'. De `volkspolitie' hield 150 plunderaars aan. Zaterdag was de orde terug.

Er rest nog weinig enthousiasme over de revolutie. Schaamte, angst en agressie voeren de boventoon. Sasikbajeva geeft toe dat bijna iedereen heeft geplunderd. ,,Mijn man weigerde mee te plunderen. Zal ik dan in elk geval iets voor je hond halen? vroeg onze buurman.'' Anderen geven de schuld aan de zuiderlingen. Die komen we tegen op de grootste openluchtmarkt van Centraal-Azië, in rajon Dordoi: boze jongelui met rode armbanden. Biz el Menen, staat hier op de containers. `Wij zijn het Volk'.

Maar wie is het volk? In het dorp Tsjim-Korgon vinden ze óók dat ze het volk zijn. Dit is de streek van Akajev. Niemand gelooft hier nog in de terugkeer van de oude leider. Hij is laf gevlucht. Bijna iedereen steunt nu de nieuwe sterke man Feliks Koelov. In het Cultuurhuis verzamelt zich zondag de aanhang van de oude macht, vijfhonderd man. Als minister van Rampenbestrijding Achmadalijev binnenkomt, moeten journalisten de zaal uit. We horen door de deur gebrul, applaus, gejuich. Een meisje uit de streek is donderdag in Bisjkek doodgeslagen door hooligans uit Osj, zo heet het. Dat moet gewroken worden.

Twee uur later vertelt Achmadalijev de uitkomst. De nieuwe machthebbers moeten in Tsjim-Korgon hun excuses komen maken voor de bestorming van het Witte Huis en de plundering van Bisjkek. Ook eist hij een lijst van iedere noorderling die is vermoord. ,,En dat zijn er geen twee of drie.'' Om hun punt te maken, blokkeren de oude aanhangers van Akajev in de snijdende wind de snelweg.

Een dag later hebben de leiders in Bisjkek hun bizarre compromis gesloten om iedereen tevreden te houden. De rust is even terug.