Privé-overname van 8,7 mld in technologie VS

Sungard, een Amerikaans bedrijf dat technologie levert aan financiële dienstverleners, is gisteren overgenomen voor 11,3 miljard dollar (8,7 miljard euro) door een groep Amerikaanse participatiemaatschappijen onder leiding van Silver Lake Partners. De overeenkomst is een van de grootste buy outs, ofwel privé-overnames, sinds de jaren tachtig. Daarnaast is het de grootste in de technologiesector ooit, en een van de eerste waarbij zoveel partijen betrokken zijn.

Naast Kohlberg Kravis Roberts, Texas Pacific Group en Blackstone Group maken de private-equitydivisies van zakenbanken Goldman Sachs en Morgan Stanley deel uit van het overnameconsortium, alsmede Providence Equity Partners en Bain Capital. Buyout-firma's kopen bedrijven op met geld van privé-beleggers en banken of door de uitgifte van obligaties. Ze proberen het opgekochte bedrijf succesvoller te maken, om het daarna weer met winst door te verkopen of naar de beurs te brengen.

Sungard had in 2004 een omzet van 3,5 miljard dollar en een winst van 454 miljoen dollar. Het bedrijf verkoopt systemen voor het voeren van transacties, bijvoorbeeld op de schermenbeurs Nasdaq, en wil als privé-bedrijf vooral doorgroeien door overnames te doen van aanverwante technologiebedrijven.

De privé-overname volgt op die van Toys `R' Us, het speelgoedconcern, voor 6,6 miljard dollar, twee weken geleden. Ook bij die overname speelde Kohlberg Kravis Roberts (KKR) een grote rol. KKR is actief sinds de jaren zeventig. In 1989 haalde KKR levensmiddelenconcern en tabaksfabrikant RJR Nabisco van de beurs voor 31,3 miljard dollar in een zogenoemde leveraged buy out – een overname gefinancierd met vreemd vermogen. KKR is ook actief in Europa, en heeft bijvoorbeeld een groot belang in Vendex KBB.

De overname door privé-beleggers van grotere beursgenoteerde bedrijven wijst volgens waarnemers op verzadiging op de markt voor privé-beleggingen. Het is steeds moeilijker om ondergewaardeerde bedrijven te vinden die rijp zijn voor een overname. Bovendien vinden participatiefirma's sinds enkele jaren ook durfkapitalisten op hun pad. Rendementen van 40 procent, zoals in de jaren tachtig, zijn niet meer gebruikelijk in de private equity. Beleggers moeten nu genoegen nemen met 20 procent, onder andere doordat bedrijven zich beter bewust zijn van hun marktwaarde.

Ondertussen wijst de hoogte van de overnames van Toys `R' Us en Sungard, en van warenhuisketen Sears in november 2004, erop dat steeds meer middelgrote bedrijven het als een aantrekkelijke optie zien om de aandelenbeurs de rug toe te keren. ,,Als beursgenoteerd bedrijf sta je voortdurend onder druk om je kwartaalwinsten te verhogen, wat ten koste gaat van je langetermijndoelen'', zei Cristobal Conde, de topman van Sungard, tegen zakenblad BusinessWeek gisteren.

Daar komt bij dat publieke ondernemingen in het tijdperk na de bedrijfsschandalen van de afgelopen jaren moeten voldoen aan allerlei tijdrovende en kostbare regelgeving zoals opgenomen in de Sarbanes Oxley-wet, en bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor fraude bij hun bedrijf.

Dat wil niet zeggen dat een overname door een groep van participatiemaatschappijen per definitie ideaal is. Participatiemaatschappijen bemoeien zich doorgaans veel meer met het management van het bedrijf dan normale beleggers.

Als er zeven firma's meekijken, kan dat problemen geven. ,,Het zou naïef zijn om te denken dat dit een eenvoudige klus wordt'', aldus Conde. Overigens heeft de groep te kennen gegeven het volste vertrouwen te hebben in het huidige management. Niet zelden ontslaan participatiegroepen diverse mensen om plaats te maken voor hun eigen interim-managers, die het bedrijf winstgevender moeten maken.