Politie bezorgd na brand Rijksmuseum

De afhandeling van de brand bij het Rijksmuseum 21 maart baart de politie van Amsterdam grote zorgen, dat zegt de voorzitter van de Amsterdamse Politie Vakorganisatie (APV).

Bij de brand in een bouwput bij het Rijksmuseum kwam rook vrij waarvan de politie aanvankelijk over de politieradio meldde dat het blauwzuur was. De brand ontstond tijdens werkzaamheden aan de riolering. De lijm waarmee pvc-buizen worden bevestigd, vatte vlam. Ongeveer 55 meter aan pvc-buis ging in vlammen op. Later bleek dat er van blauwzuurverspreiding geen sprake was.

Volgens de voorzitter van de APV, G.Verdijk, had de politie, wanneer er wel blauwzuurgas was vrijgekomen, onvoldoende mensen om de buurt af te zetten. Ook was er veel te weinig materiaal waarmee de politie zich tegen dit gas had kunnen beschermen. Pas in een laat stadium van de brand werden mondkapjes aangevoerd. Volgens Verdijk is het echter zeer de vraag of deze kapjes bij blauwzuur hadden geholpen. ,,In zo'n geval heb je persluchtmaskers nodig zoals de brandweer heeft.'' De brandweer heeft standaard voor alle mensen op een brandweervoertuig zogeheten `ademluchtmaskers'.

Verdijk: ,,Bij zo'n brand moet je zeer ruim afzetten, tot de plaatsen waar het blauwzuur niet meer wordt gemeten''. Bij de brand van 21 maart bleken er aanvankelijk veel te weinig politiemensen te zijn om de lintafzetting te bemannen. Hierdoor meldde de politie bij herhaling dat burgers door de lintafzetting waren doorgekropen. ,,Dit had allemaal niet gemogen'', zegt verdijk. Over twee maanden zal de evaluatie van de brand worden besproken op de vergadering van de regionale politievakbonden.