Pasen

Te midden van de paaseieren, paashazen en paaslammeren bereikte me een mail van iemand die het aan het andere eind van de wereld met aanzienlijk minder moest doen. Een jonge Nederlandse vrouw beschreef haar pogingen om op de Molukken medische assistentie te verlenen aan mensen die zich moeten handhaven in een door oorlogsgeweld gehavend gebied.

Op een groot Moluks eiland moest ze met een groepje hulpverleners zes afgelegen dorpen bezoeken. De bewoners waren een poos naar de bergen gevlucht en hadden bij hun terugkeer hun huizen en andere bezittingen verwoest teruggevonden.

,,Je moet je voorstellen'', schreef ze, ,,dat er echt niets is in zo'n dorp. Geen speelgoed, geen winkeltjes, geen vertier, veel mensen weten niet hoe oud ze zijn. De dorpen hebben een dorpshoofd, een dominee, twee leraren en een secretaris. De rest werkt op het land. Beetje bij beetje worden de afgebrande huizen weer langzaam opgebouwd. Nu leven ze al jaren noodgedwongen in bamboehuisjes met daken van bladeren. Primitief. De kippen, kuikentjes, mini-zwijntjes, honden, puppy's, geiten en lammetjes vormen een belangrijke bron voor voedsel. Ja, ook honden! Het is bijna niet voor te stellen en toch als je deel uitmaakt van dit leven, dan gaat eigenlijk alles ook heel vanzelf.''

Over het resultaat van haar medische missie was ze opgetogen. ,,Die is geslaagd! We hebben meer dan achthonderd mensen met medicamenten behandeld! Super!''

Nee, permanente wonderen verrichten was er niet bij, dat besefte ze ook wel. Als de medicamenten op zijn, komen de klachten weer terug. ,,Toch is het zinvol'', vond ze, en ze noemde het voorbeeld van iemand die een week bevrijd kon worden van reumatische klachten.

Een idealistische vrouw.

Ze had zich na haar studie opgegeven om dit werk een poosje te doen voordat ze aan een carrière in Nederland begon. Misschien had ze ook wel zin in een groot, exotisch avontuur gehad, maar dan had ze beter een mooie wereldreis kunnen maken. Het weinige dat ze schrijft over haar eigen levensomstandigheden, maakt mij niet jaloers. ,,Een wc hebben we niet gezien. Wél vier golfplaten die tot middelhoogte komen en dan mag je gaan hurken. Geen gat, alleen maar zwaar verzuurde, drassige grond.''

Terwijl ik het in mijn geriefelijke stoel allemaal zat te lezen, verscheen op de tv een andere jonge vrouw die uitgelaten naar me riep: ,,Tweede paasdag, dit wordt jouw moment, de lijn staat open, je kunt 5.000 euro winnen. Gewoon een keertje doen, gewoon wat geld binnenslepen! Met één telefoontje kun je 5.000 euro winnen. Kijk nog eens goed. Puzzel mee en laat me het juiste antwoord weten.''

Het was een van die telefoonspelletjes die overdag live worden uitgezonden en nooit meer lijken op te houden. De vrouwen die het presenteren zijn zonder uitzondering jong, mooi en ambitieus. Ze dromen allemaal van een eigen talkshow. Enig moralistisch oordeel over hun activiteiten past mij niet, want als ik moest kiezen tussen hun werk en dat van die vrouw op de Molukken wist ik het wel. Het was beslist geen toeval dat ik ook dit jaar weer tussen de paaseieren, paashazen en paaslammeren zat.