Ontspanning onder zeebodem, maar geen garantie

De onderzeese beving van gisteren was veel lichter dan die van tweede kerstdag. Bovendien schokte de bodem op een veel grotere diepte. Een verwoestende tsunami bleef dan ook uit.

De beving die gisteren plaatshad in de zeebodem voor de kust van Sumatra sluit haast naadloos aan op de beving van tweede kerstdag 2004. Bij de `kerstbeving' verschoof de zeebodem tientallen meters langs een breuklijn ten noordwesten van Sumatra. Gisteren, op tweede paasdag om 18.09 uur Nederlandse tijd, was langs dezelfde breuklijn de zeebodem ten zuidwesten van Sumatra aan de beurt.

Seismologen zijn het erover eens dat de nieuwe aardbeving met een magnitude van circa 8,7 voor ontspanning moet hebben gezorgd in dit deel van de aardkorst. ,,Toch geeft het optreden van een beving je nooit de garantie dat er geen nieuwe beving meer zal komen'', zei vanmorgen seismoloog Hein Haak van het KNMI. ,,We moeten bovendien rekening houden met een beving langs de nabij gelegen breuklijn die over het vasteland van Sumatra loopt.''

Net als de beving van tweede kerstdag is de beving van tweede paasdag ontstaan langs het raakvlak op de oceaanbodem van de enorme, op vloeibaar gesteente drijvende Indisch-Australische plaat in het westen en de Euraziatische plaat in het oosten. De kleinere Birmaplaat en de Sundaplaat zijn onderdelen van de Euraziatische plaat.

Langs een zogeheten subductiezone duikt de Indisch-Australische plaat schuin onder de Euraziatische plaat. Dit gebeurt met een snelheid van gemiddeld enkele centimeters per jaar. De aardbevingen zijn het bewijs dat de werkelijke snelheid sterk varieert: de platen blijven jarenlang vastzitten, schieten los en kunnen dan plotseling verschuiven met tientallen meters in horizontale richting en tot enkele meters in verticale richting.

De kerstbeving begon voor de noordwestkust van Sumatra en schoot in enkele minuten door tot 1.200 kilometer verder naar het noorden. De Britse aardwetenschapper John McCloskey (Universiteit van Ulster) waarschuwde anderhalve week geleden in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat de aardkorst langs dezelfde breuklijn naar het zuiden daardoor onder hoge spanning was komen te staan. Hij waarschuwde voor een nieuwe beving én een tsnunami.

De beving is er gekomen, maar het lijkt erop dat de vloedgolf dit keer veel kleiner was. Volgens de eerste berichten heeft een golf van drie meter hoog wel veel schade aangericht op het Indonesische eiland Simeulue (ten noorden van het epicentrum bij het Indonesische eiland Nias).

Volgens seismoloog Haak zijn er twee verklaringen voor de veel geringere vloedgolf. In de eerste plaats was de paasbeving veel kleiner. Seismologen hebben de kerstbeving aanvankelijk een magnitude van 9,0 op de schaal van Richter toegedicht, maar die schatting is omstreden. Onderzoeker Seth Stein van de Northwestern University (Illinois) heeft eerder dit jaar met een alternatieve meetmethode laten zien dat de beving van tweede kerstdag met een magnitude van 9,3 in werkelijkheid de op een na krachtigste aardbeving was sinds 1900. Omdat aardbevingen worden gemeten op een logaritmische schaal betekent dit dat de vernietigende kracht van de kerstbeving zo'n vijftien maal groter was dan de paasbeving.

Die beving van gisteravond heeft zich bovendien voorgedaan op een diepte van naar schatting dertig kilometer onder de zeebodem (tegen een diepte van tien kilometer voor de kerstbeving). ,,Je zou kunnen zeggen dat de aardkorst onder de zeebodem meeveert'', aldus Haak. Een beving op geringere diepte in de zeebodem zorgt zo voor een grotere beweging op de zeebodem en dus voor een grotere waterbeweging.