Nieuwe onderzeese beving jaagt schrik aan

Atjeh was in paniek, maar ditmaal moest Nias de klappen opvangen. Het is nog gissen naar de precieze gevolgen.

Het waren gruwelijke herinneringen, geen harde feiten die vannacht Atjehers en andere kustbewoners aan de Indische Oceaan de stuipen op het lijf joegen. Toen om 23.09 West-Indonesische tijd een drie minuten lange schokgolf de huizen op de noordpunt van Sumatra vervaarlijk deed trillen, ontvluchtten tienduizenden Atjehers hun huizen. ,,Het deed sterk denken aan 26 december'', vertelt een Atjeher. ,,We hebben sindsdien tientallen naschokken gevoeld, maar dit was de ergste.''

Er viel in Banda Atjeh geen huis om, maar de getraumatiseerde stadsbewoners vreesden wat er na de klap kon komen: opnieuw een verwoestende muur van water. Ze trokken met auto's, brommers en motortaxi's met zijspan massaal de stad uit, weg van zee.

Niet alleen de Atjehers raakten in paniek. In Maleisische kustdorpen, in de noordelijke deelstaat Kedah en op de eilanden Langkawi en Penang, ging de politie kort na middernacht van huis tot huis en maande de bewoners om zo snel mogelijk naar hoger gelegen terrein te trekken. Dat was voldoende, want de herinnering aan de tsunami van tweede kerstdag was nog springlevend.

De zeebeving bleek een oefening in waakzaamheid. Sinds de tsunami van 26 december, waarbij zeker 280.000 mensen aan de kusten van de Indische Oceaan omkwamen of vermist raakten, hebben de regeringen van de getroffen landen nieuwe procedures ontworpen voor een snelle waarschuwing van het publiek. Vannacht bleken die te werken. Radiozenders, tv-stations, politie en luiders van kerkklokken waarschuwden na de beving bij Sumatra voor het tsunami-gevaar. Honderdduizenden verlieten hun huizen en zochten hoger gelegen grond. Toen een vloedgolf uitbleef, werd het tsunami-alarm geleidelijk ingetrokken, eerst in Indonesië en Thailand, toen in India, Sri Lanka en Australië.

De noodmaatregelen bleken te werken, maar de noodklok bleek niet geheel betrouwbaar. Een Amerikaanse seismoloog zei om middernacht dat een beving van 8,7 procent op de schaal van Richter ,,100 procent zeker'' vloedgolven veroorzaakt. Er kwam een mondiaal telefoon- en email-gesprek op gang tussen Amerikaanse, Japanse en Franse experts over die kans en de `100 procent' werd binnen een uur omlaaggeschroefd. Laura Kong, directrice van het Internationale Informatiecentrum inzake Tsunami's, dat is gevestig in Hawaii, liet weten dat indien een tsunami twee uur uitblijft aan de kusten het dichtst bij het epicentrum, het gevaar is geweken. Toen er drie uur waren verstreken, verkondigden luidsprekerwagens in Banda Atjeh dat er niet langer reden was om te vluchten. De vluchtelingen hoorden dat niet, maar kwamen vannochtend successievelijk terug in hun huizen – en tenten in de opvangcentra voor de slachtoffers van 26 december.

Toen de internationale paniek voorbij was, werd duidelijk waar de zwaarste klap was gevallen: op Nias, een eiland voor de westkust van de Indonesische provincie Noord-Sumatra, en – in mindere mate – het Atjehse eilandje Simeulue.

Op Nias, dat het dichtst bij het epicentrum van de zeebeving ligt, stortten honderden huizen en gebouwen in, niet onder het geweld van een vloedgolf, maar door het trillen van de aarde. Er volgde een korte, drie meter hoge tsunami, die noordwaarts rolde, richting Simeulue, en daar flinke schade aanrichtte. Ongeveer honderd inwoners verloren het leven.

Nias is een logistieke ramp. Het kleine vliegveld bij de hoofdplaats Gunung Sitoli is zwaar beschadigd. Sinds gisteravond hangt er dichte bewolking boven het getroffen eiland en vanmiddag had er nog geen helikopter kunnen landen. Over de omvang van de schade en het aantal slachtoffers blijft het nog even gissen. De regent van Nias sprak van 300 doden, de Indonesische vice-president Jusuf Kalla maakte uit het aantal ingestorte huizen op dat er mogelijk 2.000 doden zijn te betreuren. Waarschijnlijk zijn de meeste slachtoffers gevallen in de hoofdplaats, want elders op dit afgelegen stukje Indonesië woont men niet in stenen huizen maar in eenvoudige houten optrekjes.

De kustbewoners van Maleisië, Thailand, India en Sri Lanka kwamen met de schrik vrij. De Niassers die de klap hebben opgevangen, moesten het vandaag nog zonder hulp stellen. Morgen landen waarschijnlijk de eerste helikopters. Als er op tweede kerstdag geen tsunami was geweest, zou die hulp waarschijnlijk langer uitblijven.