`Maak de Jeugdzorg minder machtig'

Minister Donner vindt dat het in de jeugdzorg meer om het kind moet gaan, en minder om de ouders. Als hij dat echt wil, zeggen pedagoog Weterings en kinderrechter Van der Reijt, dan moet hij Jeugdzorg minder machtig maken.

De dood van het 3-jarige meisje Savanna had voorkomen kunnen worden, zegt Tonny Weterings. Jeugdzorg had haar nooit terug moeten laten gaan naar haar moeder. ,,Maar Jeugdzorg richt zich altijd naar de ouders. En Jeugdzorg heeft absolute macht.''

Savanna was als baby bij haar moeder weggehaald en daarna weer teruggebracht. Ze werd vorig jaar september gevonden in de kofferbak van de auto van haar moeder en haar vriend – gestikt in een sok of een washandje.

Tonny Weterings, pedagoog en onderzoeker aan de universiteit van Leiden, adviseerde in 1999 het ministerie van Justitie om in de jeugdzorg de belangen van kinderen boven de belangen van ouders te plaatsen – precies wat minister Donner kort geleden in de Tweede Kamer zei. Het ministerie van Justitie was in 1999 ,,trots'' op het rapport van Tonny Weterings. Dat stond in het voorwoord. Ook werd de hoop uitgesproken dat het advies ,,in brede kring'' ter harte zou worden genomen. Het werd toegestuurd aan alle kinderrechters, alle Raden voor de Kinderbescherming, alle Bureaus Jeugdzorg.

,,De kinderrechters namen het heel serieus'', zegt Tonny Weterings. ,,Maar bij Jeugdzorg zijn ze in wetteksten en protocollen blijven denken: ouders hebben het recht om hun kind zelf op te voeden, dus doen we alles om het kind bij hen te laten zijn.'' En minister Donner, zegt ze, weet niet goed waar hij het over heeft. ,,Hij zéí wel: belangen van het kind centraal. Maar hij zei ook meteen dat kinderen die uit huis zijn geplaatst zo vlug mogelijk terug moeten naar hun eigen gezin.''

Volgens haar is het een ,,fundamentele fout'' om te denken dat kinderen altijd het beste af zijn bij hun ouders. Er zijn ouders die niet in staat zijn om hun kinderen een ,,duurzame emotionele hechtingsrelatie'' te bieden. Vaak hebben ze zo'n relatie zelf ook niet met hun eigen ouders gehad. En zonder hechting, zegt Tonny Weterings, leren kinderen de wereld om zich heen niet te ordenen, ze leren niet wat liefde is, ze voelen zich onveilig, ze worden wantrouwig en vijandig, ze groeien op tot mensen die alleen aan de bevrediging van hun eigen behoeften denken. Ze kunnen geen normaal leven leiden.

Jeugdzorg, zegt Tonny Weterings, is bang voor de agressie van ouders – dat die stenen door de ruiten komen gooien als hun kind uit huis wordt geplaatst. En daarom is gemakkelijker om voor de belangen van ouders te kiezen. ,,Kinderen zijn geen partij.'' En Jeugdzorg kán ook ongecontroleerd voor de ouders kiezen, zegt ze. ,,Voor een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is een uitspraak van de kinderrechter nodig. Maar voor het terugplaatsen van een kind niet. Dat beslist Jeugdzorg.''

Ze vindt het ,,gemeen'' dat het openbaar ministerie nu de voogd van Savanna gaat vervolgen. ,,Die deed precies wat het beleid van Jeugdzorg is.'' Ze maakte zelf in januari nog mee, zegt ze, dat Jeugdzorg het niet eens was met een beslissing van de kinderrechter om een meisje bij haar pleegouders te laten – ze woonde al tien jaar bij hen. ,,Jeugdzorg wilde haar weghalen. En raad eens wat Jeugdzorg zei toen de rechter dat niet goed vond? We gaan in beroep.''

Dat de kinderrechter vóór het meisje en tégen Jeugdzorg en de ouders kon beslissen, komt door een uitspraak van de Hoge Raad uit september 2003 in een zaak van een tien maanden oude baby die ernstig verwaarloosd werd door de moeder. Jeugdzorg had geëist dat het terug moest. De Hoge Raad zei dat de baby bij de pleegouders mocht blijven. De Hoge Raad zei ook dat de kinderrechter ,,het belang van het kind in zijn volle omvang mag toetsen''.

Als minister Donner het méént dat de belangen van kinderen weer centraal moeten staan, zegt Tonny Weterings, dan heeft zij weer een advies voor hem. En dat is dat Jeugdzorg nooit meer een kind mag terug laten gaan naar de ouders zonder eerst onderzoek te laten doen door de Raad voor de Kinderbescherming en een uitspraak te vragen van de kinderrechter. ,,Dat kan morgen worden ingevoerd, zonder wetswijziging.''

Kinderrechter Frans van der Reijt zegt dat hij het daar ,,hartgrondig'' mee eens is. Hij heeft nog een idee, dat ook morgen effect kan hebben. Hij vindt dat pleegouders zich veel beter moeten realiseren dat zij ,,onmiddellijk'' naar de kinderrechter kunnen gaan als zij het niet in belang van het kind vinden als het van Jeugdzorg terug moet naar de ouders. ,,Ze kunnen om schorsing van dat besluit vragen en verzoeken af te zien van de wijziging van de verblijfplaats.'' Dat staat in artikel 263 van het Burgerlijk Wetboek.

Frans van der Reijt weet dat pleegouders vaak niet tegen Jeugdzorg in verzet durven komen, uit angst dat hun pleegkind meteen wordt weggehaald. ,,Maar bij mij zijn ze welkom'', zegt hij. ,,Ik heb al diverse keren een terugplaatsing tegengehouden.'' Hij vertelt over een zaak met een moeder die in de rechtszaal zei dat ze haar kind terugwilde, en Jeugdzorg vond dat het moest. ,,Ik kende die moeder, ik wist dat het tot mislukken gedoemd was. Maar ik bepaal het beleid niet. Toen heb ik gezegd dat ik ter zitting de boodschap had gekregen dat terugplaatsing werd overwogen en dat ik vond dat de Raad voor de Kinderbescherming daarover moest oordelen. Ik heb dat onderzoek toen bevolen. De Raad belde me daarna op, wat was dit nou? Ik zei: het lijkt me fout om in te zetten op terugkeer naar de moeder. De Raad deed het onderzoek en kwam toen met een verzoek tot ontheffing uit de ouderlijke macht.''

Pleegouders, zegt Van der Reijt, kunnen in bepaalde gevallen ook een beroep doen op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: family life. Natuurlijk, zegt hij, zijn er ook pleegouders bij wie kinderen niet goed af zijn. ,,Maar meestal zijn het fantastische mensen. Het hele systeem draait op hen. Niet op de voogden. Die zien de kinderen nauwelijks.''