`Ik kan nu niet zeggen: wees maar niet bang'

Voor de tweede keer in een paar maanden werd brand gesticht in de Turks-islamitische basisschool in Uden. ,,Er leeft hier blijkbaar iets dat in andere gemeenten niet leeft. Iets slechts.''

Wie aan een school komt, raakt kinderen, ouders en de hele gemeenschap.

Het is de eerste zin van de protestbrief die gisteren aan de poort van de Turks-islamitische basisschool Bedir in Uden is bevestigd. Schooldirecteur J. van der Voort weet niet wie de schrijver is, ,,maar hij of zij slaat de spijker op de kop'', meent ze. ,,Als geen ander kunnen wij aangeven wat voor schade zo'n aanslag aanricht. Het gaat niet om tafeltjes en stoeltjes, maar om emotionele schade.''

Van der Voort zit vlakbij het bord in een klaslokaal van Bedir. Haar school staat sinds enige maanden in de Aldetiendstraat, nadat het vorige gebouw (aan het Landschrijversveld) op 9 november 2004 in vlammen opging. Door brandstichting. Op de avond van eerste paasdag herhaalde zich dat drama bijna, toen onbekenden een fles met een brandbare stof de school binnengooiden. ,,Dat ze het lef hebben zoiets wéér te doen, nadat de hele wereldpers aandacht aan de zaak besteedde'', zegt de directeur hoofdschuddend.

De brand van eergisteren was snel onder controle, doordat een agent van het nabijgelegen politiebureau het alarm in de school hoorde afgaan en de brandweer waarschuwde. De schade bleef beperkt tot een kapotte ruit, een paar stoelen en wat brandvlekken, aldus de politie, die, naar vandaag bleek, op zondag al een 17-jarige jongen heeft aangehouden. De leerlingen konden vanochtend gewoon naar school.

Degene die genoegen schept in geweld als dit `of anderszins', is ondergeschikt aan het beest in hem zelf. Niet hij of zij, maar het beest is de baas!

Het is de tweede zin van de protestbrief aan de Udense schoolpoort. B. Sahin heeft de brief gelezen. Hij is de vader van twee kinderen (van vijf en negen jaar) die op Bedir les krijgen. ,,Ik weet nog niet hoe ik het mijn meisjes moet uitleggen'', vertelt hij in de gang van de school. ,,Na de grote brand heb ik tegen de kleintjes gezegd: `Ben maar niet langer bang, jullie nieuwe school ligt naast het politiebureau, en de brandweer zit ook dichtbij'. Met die argumenten kan ik nu niet meer aankomen.''

Kort na de brandstichting op eerste paasdag probeerde burgemeester J. Kersten van Uden de betrokken ouders en leerkrachten in het gemeentehuis gerust te stellen. Ze waren volgens haar ,,nog méér geschokt'' dan bij de eerste brand. ,,Niet zozeer door de omvang ervan, maar wel doordat het voor de tweede keer heeft kunnen gebeuren. Niemand hield daar rekening mee.'' Schooldirecteur Van der Voort: ,,Turkse moeders vroegen Kersten: `Wat moet ik morgen tegen mijn kinderen zeggen?' Ze bleef het antwoord schuldig. Een politieman sprong bij. `Zeg hen de waarheid, leg precies uit wat er is gebeurd'. Vond ik prima.''

De dader is alleen maar een domme speelbal van zijn eigen agressie, en brengt zichzelf terug tot helemaal niets.

Het is de voorlaatste zin van de protestbrief aan de Udense schoolpoort. ,,De brandstichters hebben in november veel méér aangericht dan een vuurzee'', is Sahins overtuiging. ,,Mijn twee kinderen hadden enkele slapeloze nachten en durfden niet meer alleen thuis te blijven. Wij hebben bij ons veel moeten praten.''

De bedrijfsarts, een kinderarts en maatschappelijk werk zijn al maanden in gesprek met een deel van de leerkrachten en leerlingen, zegt Van der Voort. ,,Ze maakten toch een traumatische ervaring mee. Sommige kinderen vertonen agressief gedrag, zijn bang voor brand en voelen zich onveilig. En nog iets: hoe moeten wij onze leerlingen nu uitleggen dat de verdachten van de novemberbrand nog altijd niet vastzitten?''

In januari, tijdens het offerfeest, zag ze lichtpuntjes. ,,We nodigden leerlingen en docenten uit van alle Udense basisscholen om te laten zien hoe gewoon Bedir is. De hele dag hoorden we positieve opmerkingen. Zo van: hé, hier zitten normale kinderen, hé, ze hebben dezelfde boeken als wij, en hé, de jufs zijn Nederlands.'' Al met al waren we de laatste maanden bezig met ,,opkrabbelen'', zegt de schooldirecteur. ,,Het was allemaal wat aan het slijten en dan krijg je dít.''

Wat nu? Van der Voort zag laatst een uitzending van Zembla over Uden. Daarin bleek dat zich in de Brabantse gemeente al jarenlang spanningen voordoen tussen jongeren. ,,Die slagen er alsmaar niet in begrip voor elkaar te tonen'', vertelt ze. ,,Wat nu is gebeurd, kan morgen wéér gebeuren'', vreest ze. ,,We hebben met z'n allen een groot probleem.'' Ze pleit ervoor dat Uden ,,de handen ineen slaat''. ,,Gemeente, politie, scholen, ouders – iedereen moet meedoen aan een veiligheidsplan.''

Van der Voort krijgt bijval van Marcel, de vader van een van de drie verdachten van brandstichtingen in de moskee van Uden (in de nacht van 6 op 7 november) en in de school, op 9 november. Marcel (,,mijn zoon en de andere twee hebben niks met de brand met Pasen te maken, ze hebben huisarrest'') vertelt dat ,,overal in Nederland, in Gelderland, Oost-Brabant en specifiek in Uden'' dingen spelen ,,die volwassenen niet in de gaten hebben''.

Onder jongeren zijn ,,zeer onverdraagzamen'', weet hij. ,,In onze gemeente bevechten groepen elkaar. De strijd gaat dan niet zo zeer tussen allochtonen en autochtonen – bij de grote brand waren ook allochtonen betrokken – maar tussen autochtonen en moslims. Daarbij zijn veel vmbo-scholieren betrokken.'' Marcel meent dat de burgemeester het probleem niet onderkent. ,,Ze ziet de branden als een incident. Ze heeft tweehonderd mensen aangeschreven, met wie ze in discussie wil. Ik heb haar aangeboden eens in de keuken te komen kijken van de betreffende jongeren. Dat doet ze niet, ze duikt weg.''

Sahin, van wie twee kinderen op Bedir zitten, denkt niet dat Uden de problemen de baas kan. ,,Er leeft hier blijkbaar iets dat in andere gemeenten niet leeft. Iets slechts. Pak de school in en ga naar elders'', zegt hij bij de schoolpoort. Daaraan wappert de protestbrief van de onbekende die zich in zijn slotzin tot de brandstichter(s) richt: Je bent niet dapper, en je wekt geen bewondering op.