Britse oud-premier

De Britse oud-premier James Callaghan, die zaterdag aan de vooravond van zijn 93ste verjaardag overleed, was een Labour-politicus van de oude snit. Als een van de weinige Labour-premiers kon de joviale Callaghan bogen op een armoedige jeugd met weinig scholing. Niet in de laatste plaats tot zijn eigen verbazing belandde hij in 1976 op de hoogste politieke post van het land. ,,Stel je voor'', riep hij uit toen zijn partij hem als opvolger van Harold Wilson had aangewezen, ,,en dat terwijl ik niet eens naar de universiteit ben geweest.''

Zelf een voormalige vakbondsfunctionaris, bleef Callaghan de vakbeweging trouw. Anders dan Margaret Thatcher, zijn conservatieve opvolgster als premier, weigerde hij het mes te zetten in de toen nog zeer machtige vakbeweging, ook al werd die in de jaren '70 steeds meer een molensteen om de nek van de Britse economie.

Het waren uitgerekend de acties van de vakbeweging die hem in de zogeheten Winter of Discontent van 1978 en 1979 noodlottig werden. Langdurige stakingen verlamden het land. De doden werden hier en daar niet meer begraven, het vuilnis niet langer opgehaald. De onvrede in het land groeide. Callaghan was echter met handen en voeten gebonden, mede doordat Groot-Brittannië een grote lening had moeten afsluiten bij het Internationaal Monetair Fonds.

Tot overmaat van ramp kon Labour in dat stadium niet langer rekenen op een meerderheid in het Lagerhuis en was Callaghan aangewezen op de ongewisse steun van de Liberalen. In het voorjaar van 1979 kreeg de regering een motie van wantrouwen te verduren. Bij de verkiezingen in mei legde Sunny Jim, zoals Callaghans bijnaam luidde, het af tegen Thatcher en haar Conservatieven, die de macht de volgende 18 jaar niet meer zouden afstaan.

Callaghan verloor al op tienjarige leeftijd zijn vader. Eind jaren '20 wist hij een baantje te bemachtigen als belastingambtenaar. Langs die weg raakte hij betrokken bij vakbondswerk. Hij trad in dienst van de vakvereniging voor het personeel van de belastingdienst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de marine.

In de zomer van 1945 werd hij voor het district Cardiff-Zuid in het Lagerhuis gekozen. De gewiekste Callaghan kwam snel vooruit. Uniek in de Britse politieke geschiedenis bezette hij achtereenvolgens de vier belangrijkste politieke ambten. Eerst was hij minister van Financiën, daarna minister van Binnenlandse Zaken en minister van Buitenlandse Zaken. Over het algemeen niet met bijster veel succes. Zijn verblijf op Financiën werd door deskundigen als ,,rampzalig'' omschreven, vooral omdat hij verzuimde het pond op tijd te devalueren. Als minister van Buitenlandse Zaken deed hij het beter. Op zijn 64ste bereikte hij ten slotte het hoogste ambt, toen Wilson onverwachts aftrad. Callaghan bleek als compromis-kandidaat voor alle vleugels in het Labour-kamp het meest aanvaardbaar.