Berinnen worstelend ten onder in groen water

Voor eigen publiek gingen de waterpolosters van Polar Bears zondag ten onder in de halve finales van de Europa Cup. ,,Het aloude liedje: geen geld, geen faciliteiten.''

Het eerste wat opvalt in het Aqua Indoor-zwembad in Ede: het water is niet blauw, maar groen. ,,Foutje van de bedrijfsleiding'', grijnst oud-waterpolointernational Hans Nieuwenburg.

Hemel en aarde zijn sinds de opening, nu ruim vier jaar geleden, al bewogen om het experiment ongedaan te maken en het water zijn oorspronkelijke kleur terug te geven. Het mocht niet baten.

Maar wat maakt het uit? Water is water en bovendien: de clubkleuren van de hoofdbespeler van het Gelderse bassin, waterpolovereniging Polar Bears, zijn eveneens groen. Nieuwenburg, tot vorig seizoen nog trainer-coach van de vrouwenploeg, heeft zich vandaag niet voor niets in een groen T-shirt gehesen. Mister Polar Bears is vandaag vooral supporter. Al was het maar omdat zijn echtgenote, oud-international Sandra Nieuwenburg (35), voor de gelegenheid haar rentree maakt als pinchhitter.

Verbale steun kunnen de meiden met de brede schouders wel gebruiken, want de opdracht waarmee zij vandaag te water gaan, liegt er niet om: met minimaal drie doelpunten verschil winnen van titelhouder Orrizonte Catania. Alleen in dat geval plaatsen de Berinnen de lokale koosnaam zich voor het slotweekeinde (Final Four) van de strijd om de Europa Cup voor landskampioenen.

Maar de Italiaanse recordkampioen (dertien landstitels op rij) in de luren leggen, is een vrijwel onmogelijke opdracht. Daar kan op eerste paasdag ook de jankende sirene in het Edese bad niets aan veranderen. ,,Tot halverwege de derde periode wisten we uitstekend partij te bieden, daarna was het over'', analyseert trainer-coach Hans van Zeeland droogjes na de nederlaag (7-10), waarmee zijn ploeg zondag de waterpolodriedaagse besluit.

Nederland komt de eer toe pionier te zijn geweest in het vrouwenpolo. Maar sinds de olympische erkenning (1997) nemen traditionele waterpolonaties als Italië, Griekenland en Rusland de vrouwenbalsport ook serieus. Gevolg: Nederland is veroordeeld tot een achterhoedegevecht. Het is dan ook geen toeval dat de laatste Hollandse eindoverwinning (Nereus) in Europa's belangrijkste clubcompetitie uit 1996 dateert.

Zoals het ook geen toeval is of was dat gidsland Nederland vorig jaar schitterde door afwezigheid bij de Olympische Spelen in Athene. Boze tongen beweren dat de voortijdige eliminatie bij het kwalificatietoernooi in Imperia alles te maken had met de compensatiedrift van bondscoach Paul Metz. Om de fysieke achterstand goed te maken, liet hij zijn speelsters in de aanloop zo hard trainen en zoveel oefenduels spelen dat de polosters, eenmaal op de plaats van bestemming, als lamgeslagen vissen in het water dreven.

Waterpolo volgt, zo blijkt in Ede eens temeer, dezelfde weg als rugby en ijshockey: eveneens teamsporten waar de krachtsverschillen onder druk van het voortschijdende professionalisme angstvallig groot zijn geworden. Regeert in Nederland het vaak wat aandoenlijke amateurisme, in Italië is professionalisme de norm. Het tactisch uitgekookte Orrizonte Catania, vijfvoudig winnaar van de Europa Cup I, bestaat louter uit speelsters, die tweemaal per dag in het water liggen en de harde kern vormen van olympisch kampioen Italië.

Polar Bears daarentegen beschikt over slechts vier internationals, van wie er één speciaal met het oog op de halve finaleronde is `geleend' van PSV: keepster Marleen Ars. Verder prijst Van Zeeland zich gelukkig met de clubliefde van routinier Nieuwenburg, en kan hij nog altijd een beroep doen op de robuuste oud-international/politieagente Carla Quint.

Het blijft behelpen, maar Van Zeeland (50) wanhoopt niet. De oud-poloër, in 1976 lid van de nationale ploeg die olympisch brons won in Montreal, legde acht jaar geleden tijdens het Europees kampioenschap in Sevilla zijn taken neer als bondscoach van de mannenselectie. Voornaamste reden: de beperkte financiële mogelijkheden. Dat geldt ook nu, maar de diepgewortelde liefde voor het spelletje houdt hem voorlopig langs de badrand. Bovendien: ,,Die meiden willen wel, dat is het probleem niet. Al moeten ze geld meenemen, dan nog komen ze. Het is het aloude liedje: geen geld, geen faciliteiten.''

Hij wil niet overkomen als een zeurkous, want: ,,Wat ik tien, twintig jaar geleden riep over het mannenpolo, geldt inmiddels ook voor de dames. Maar dat weten ze bij de bond ook wel, daar hebben ze mij niet voor nodig. Ik ben allang blij dat de dames zich laatst geplaatst hebben voor het WK, en ze nog niet door de bond zijn vergeten, zoals de mannen.''