Zwitsers genieten bewegingloos

Ook in het alternatieve circuit is de Zwitserse perfectie doorgedrongen. Niet dringen, netjes eten en vooral genieten van film en muziek in een trendy uitgaansgelegenheid.

Het vastgeroeste imago van Zürich als een dure en chique stad is verrassend verrijkt door een autonome jeugdcultuur die zich sinds de jaren tachtig in snel tempo heeft ontwikkeld. De Rote Fabrik, een voormalige textielfabriek aan de rand van de stad, staat symbool voor dit nieuwe elan. Het leegstaande complex werd eind jaren zeventig gekraakt, en vanaf 1980 omgebouwd tot een vrijplaats voor jonge, alternatieve kunstenaars. Eind jaren tachtig werd het gelegaliseerd en kreeg de Rote Fabrik een officiële status als cultuurpaleis.

Het uit rode baksteen opgetrokken complex staat op een schitterende plek aan het Meer van Zürich. Heel erg rood is de fabriek overigens niet meer, aangezien spuitbusartiesten tot op drie meter hoog geen stukje muur onbenut hebben gelaten om hun graffitikunstwerken te etaleren. Een nog altijd industrieel ogende toegangspoort geeft toegang tot een langgerekte binnenplaats. Tientallen badkuipen doen dienst als alternatieve plantenbakken. Een hoge gemetselde schoorsteen domineert het complex van tientallen dicht opeenstaande bakstenen gebouwen.

Het complex huisvest een uitstekend restaurant met terras aan het water, twee concertzalen, een expositiezaal en een werkplaats voor fietsen, waar iedereen op donderdagmiddag tegen een kleine vergoeding aan zijn fiets mag sleutelen. Ook is er een projectiewand waarop iedereen zijn zelfgemaakte films mag vertonen. 's Zomers organiseert het collectief van de Rote Fabrik het `Film am See'-programma, waarbij in een provisorisch openluchttheater tal van cultfilms worden vertoond. Regelmatig zijn er voorstellingen van experimentele dans- en muziekoptredens in uiteenlopende genres, van wereldmuziek tot rock, van jazz tot hiphop.

Na 25 jaar is Dä Rotä (op z'n Schweizerdeutsch) nog altijd een begrip in Zürich. Het heeft een reputatie hoog te houden: talloze internationale bands uit de underground van de popmuziek (bijvoorbeeld Sonic Youth, Bad Brains en Einstürzende Neubauten) speelden er al voordat zij internationale bekendheid verwierven.

In de Aktionshalle, een zwartgeverfde concertzaal, ontmoeten we René Graf, een bezoeker van het eerste uur. Hoewel hij al in de vijftig is, is hij nog steeds regelmatig in de Rote Fabrik te vinden. Ditmaal is hij afgekomen op het optreden van de Amerikaanse band Bright Eyes. René vertelt enthousiast hoe het eraan toeging in de eerste jaren van de Rote Fabrik: ,,De jaren tachtig waren voor Zürich de wilde jaren. Regelmatig waren er opstanden van jongeren. Dat kwam omdat er voor hen niets te doen was. Alle cultuursubsidies gingen naar klassieke muziek en gevestigd theater. Voor jongerencultuur was geen geld.''

De rellen kwamen tot een hoogtepunt in mei 1980, toen bekend werd dat de Züricher Opera voor 60 miljoen Zwitserse Franken verbouwd zou worden. René kan zich er nog steeds over opwinden: ,,Dus de rijke lui met hun Mercedessen en Jaguars die geld genoeg hadden, konden gesubsidieerd naar voorstellingen, terwijl er voor jongeren niets werd georganiseerd. Uiteindelijk hadden we succes; de Rote Fabrik werd door het stadsbestuur gedoogd en later als officiële cultuurinstelling voor jongeren gesubsidieerd.''

Ondertussen maakt Bright Eyes, de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Conor Oberst, de belofte waar dat er weer een beginnende grote naam op het podium staat in de Rote Fabrik. Jong als hij is (nog in de twintig), staat Oberst bekend als `de nieuwe Bob Dylan'. De vonken vliegen er vanaf tijdens zijn Zürichse show. Het Zwitserse publiek geniet bewegingloos. ,,Dansen doen Zwitsers niet'', zegt René, maar zelf is hij daarop een uitzondering.

Hoe anders was het de avond ervoor in de Rote Fabrik bij een optreden van de Duitse band Tocotronic. Het publiek ging uit zijn dak en zong uit volle borst mee met de act, die nog niet half zo goed was als Bright Eyes. Waarschijnlijk was de reden dat het publiek bij Tocotronic voornamelijk uit Duitsers bestond. Veel jonge Duitsers studeren in Zürich.

De Rote Fabrik kent een zeer gemengd publiek en dat merk je het best in het restaurant. Er staan lange tafels en iedereen schuift aan waar plek is. Jong en oud, punk en gesoigneerd zit er door elkaar. De sfeer is gemoedelijk en zonder capsones. De mensen zeggen `sorry' als ze je per ongeluk aanstoten, en staan erop dat jij als eerste geholpen wordt aan de bar waar de dorstigen zich verdringen.

Zelfs in het alternatieve circuit is het oer-Zwitserse streven naar kwaliteit en perfectie, diep doorgedrongen. Het restaurant biedt een uitstekende menukaart met veel verse, ecologisch verantwoorde ingrediënten. Op de Insalata Caprese bijvoorbeeld zal de echte buffelmozzarella niet ontbreken. Het restaurant schenkt goede wijnen, evenals diverse champagnes. Voor bierdrinkers is Appenzeller Naturperle, biologisch bier uit een beugelfles, een aanrader. En de prijzen zijn er, voor Zwitserse begrippen, zeer schappelijk.

De succesvolle Rote Fabrik heeft inmiddels navolging gekregen. In het industriegebied pal naast het centrum van Zürich heeft zich de ene na de andere trendy uitgaansgelegenheid gevestigd. In een hal waar voorheen scheepsmotoren werden gebouwd zit nu Schiffbau, een luxe restaurant dat zich in een glazen kooi in de enorme fabriekshal bevindt. Het hippe café Les Halles is gevestigd in een voormalige Peugeot-garage. Behalve een bar herbergt het pand ook een bio-dynamische markt. Een deur verder en eveneens in een voormalige autowerkplaats klinken vanuit Besamemucho housedeuntjes. 's Avonds nemen dj's het roer over en kan er tot diep in de nacht gedanst worden. Een deel van de charme van deze nieuwe uitgaansgelegenheden is dat ze nog steeds in de vervreemdende betonwoestenij van Zwitserse bedrijvigheid liggen.

Zürich

De Rote Fabrik is te bereiken met tramlijn 7 (halte Post Wollishofen) of met een watertaxi vanuit het centrum. Rote Fabrik, Seestrasse 395, Zürich. www.rotefabrik.ch

Vanuit Utrecht vertrekt aan het begin van de avond een nachttrein die de volgende morgen op het Hauptbahnhof in Zürich arriveert. Dagelijks zijn er diverse vluchten vanaf Schiphol naar Kloten, het vliegveld van Zürich. Per auto is het vanuit Utrecht iets minder dan 800 kilometer rijden.

Het Zic-Zac Rock-Hotel in hartje centrum is het goedkoopste hotel in Zürich. De 51 kamers dragen de namen van bekende popartiesten. Er zijn eenpersoonskamers met douche en toilet op de gang, maar ook vijfpersoonsverblijven van diverse onderling verbonden kamers, voorzien van basaal sanitair. Kamers van 50 tot 200 euro. Marktgasse 17, 8001 Zürich, www.ziczac.ch

Eerlijk, goedkoop en biologisch kun je eten in de Rote Fabrik en in Les Halles aan de Pfingstweidstrasse in de industriewijk van Zürich. www.les-halles.ch