Column

Zondevoeding

Hier in Sjanghai probeer ik mijn vaderland te vergeten, maar dat is niet gemakkelijk. Ik loop over een straatarm marktje, ruik de verschrikkelijke stank van een doerian en moet onmiddellijk aan het benauwde Nederlandse literaire wereldje denken. Leon de Winter loopt door mijn hoofd. Hij kreeg onlangs ruzie met een paar verlate pubers, die de Gouden Doerian voor het slechtste Nederlandse boek wilden uitreiken. Zijn vrouw Jessica Durlacher stond met haar meesterwerk Emoticon op de longlist. In plaats van dat hij er om kon lachen of deed of hij het niet eens gelezen had, klom hij in de hoogste klapperboom en begon te foeteren. Of hij Goebbels erbij haalde? Maakt u zich geen zorgen. Goebbels werd erbij gehaald.

Toen vond ik het allemaal te kinderachtig voor woorden, maar nu ik zo ver van huis door die specifieke Aziatische doeriangeur aan het relletje moet denken, krijg ik opeens de pest in. De doerian herinnert me aan Hollandse spruitjes.

Prins Bernhard schoot ook nog even door mijn hoofd. In Peking belandde ik diep in de nacht in een hele treurige hoerenkit vol blinde snollen. Als je in mijn oor gaat lispelen dat ik een nice body heb dan ben je toch wel toe aan een roodwitte stok en een kwispelende geleidehond. In die tent zaten treurige Europeanen van midden vijftig met meisjes van een jaar of negentien te zwijgen. Taalprobleem. Dus dan wordt het een beetje tragisch braillegewriemel in de erogene zones. Een Nederlander zei dat hij misselijk werd van het leeftijdsverschil en ik legde uit dat de man die ons zeer gewaardeerde koningshuis overeind heeft gehouden, hem op die leeftijd ook in zo’n jong ding frommelde. Een paar dagen later zag ik in het Journaal dat er in Wageningen een bevrijdingsmonument komt dat sterk doet denken aan een erectie. En het monument was ook een ode aan onze prins zaliger. Ik ga, gezien de tijd van het jaar, nog steeds uit van een 1-aprilgrap. Ik zou, als je toch met humor bezig bent, in de zijkant heel groot het bankrekeningnummer van Victor Baarn beitelen.

Het Journaal in Sjanghai? Geen enkel probleem. Je plugt je laptop in de muur van je hotelkamer, gaat naar een bepaalde site en als je wilt krijg je zelfs Linda de Mol met Loveletters op je scherm. Dat moet je wel willen. Als verdrietige Amsterdammer had ik de vier doelpunten van PSV in de Arena maar even niet aangeklikt. Had van mijn zoon begrepen hoe vernederend het allemaal was. Zinloos, want op mijn vlucht tussen Peking en Sjanghai werden de Brabantse doelpunten in het vliegtuig van Dragon Air alle vier groot vertoond.

Ver van huis loskomen van je vaderland is moeilijk. In Sjanghai zag ik de eerste dag een Nederlander in de lift van het hotel, ‘s avonds ontmoette ik hem in een kroeg waar Nederlanders mij mee naar toe hadden genomen en de avond daarna kwam ik hem weer tegen in een ander café. Elkaar in twee dagen drie keer tegenkomen in een stad van twintig miljoen mensen, vind ik veel. Maar Nederlanders klonteren net als de andere buitenlanders graag samen.

In de kroeg die de Nederlanders in Peking tot hun clubhuis hebben omgedoopt, wordt tijdens de borrel een bitterballetje geserveerd. Heimweevoedsel. Het eten in China is fantastisch. Maar niet voor iedereen. Een Nederlandse ex-pat in Peking vertelde mij dat hij elk half jaar een doosje Nederlandse frikadellen het land in smokkelt. Zijn vrouw vriest ze in en elke zondagavond zit de Brabantse familie te smikkelen van een open ruggetje, zoals ze het frikadelletje ketchup noemen. Een andere landgenoot neemt altijd Nederlandse sambal mee omdat die Chinezen dat volgens hem niet kunnen maken. Zondevoeding.

Vanavond land ik zacht op Schiphol en mompel ik nog een keer het rijtje Hongkong-Peking-Sjanghai en dat klinkt anders dan DeventerDelfzijl-Dordrecht. Duizenden beelden, geluiden en geuren vullen mijn kokende hoofd. Rinkelfietsen, toeterauto’s, wolkenkrabbers, sloppenwijken en knipperreclames. Hoeren, travo’s, gokkers en massagechinezen. Het was veel, heel veel, en meer dan regelmatig dacht ik de afgelopen twee weken: Het leven is wél leuk.