Wie kan bestuurder beter kiezen dan betrokken burger?

Een belangrijke doelstelling van D66 was de bestuurlijke vernieuwing. Na het onthutsende optreden van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer is mij zonneklaar gebleken hoe noodzakelijk deze vernieuwing is. Terecht is het beleid van de rijksoverheid erop gericht om bevoegdheden en verantwoordelijkheden te delegeren naar de lagere overheden. Burgemeesters hebben daardoor een steeds zwaardere taak. Wij hebben geen behoefte aan representatieve door de kroon benoemde burgemeesters, maar aan bestuurders die een eigen visie op de ontwikkelingen in de gemeente weten te realiseren. Wie zou de keuze van zo'n bestuurder beter kunnen bepalen dan de betrokken burger of de gekozen gemeenteraad. Het probleem is al meer dan anderhalve eeuw oud.

Prof. Van den Berg wees er in deze krant van 21 maart op dat bij de grondwetswijziging van 1848 Thorbecke niet in alle opzichten zijn zin kreeg. De regering wilde tegemoetkomen aan de conservatieve wensen van koning Willem II en leden van de Tweede en Eerste Kamer. Daar danken wij niet alleen het voortbestaan van het toetsingsverbod en de burgemeestersbenoeming in de Grondwet aan, maar ook het voortbestaan van de Eerste Kamer.

De vertoning die wij op de avond van 22 maart hebben moeten aanschouwen, heeft duidelijk gemaakt dat de Eerste Kamer als bestuurlijke stoorzender optreedt en volkomen overbodig is. Ook is duidelijk geworden dat een tweederde meerderheid van de Eerste Kamer voor een grondwetswijziging waarbij de Eerste Kamer wordt opgeheven een illusie is. Over regenten gesproken.