Waarom Muzarabani toch maar op Mugabe stemt

Geen voorzitter, geen vergadering. Zo simpel is het in Muzarabani, op het Zimbabweaanse platteland. Op zaterdagmiddag zit de voltallige raad van bestuur van een ambitieus landbouwproject in het noorden van het land te zweten onder een boom vol krijsende krekels. Iedereen is er. De penningmeester, die twee uur met de auto onder weg was vanuit de hoofdstad Harare. De coördinator, die op zaterdagochtend liever in de tuin werkt. De vice-voorzitter, ondanks zijn slechte been. Zelfs het meisje voor de thee is er. Alleen de voorzitter niet.

Zeker, het was de voorzitter die het woord `urgent' gebruikte toen hij eerder deze week de vergadering bijeenriep. Urgent, want het begrotingstekort van miljoenen Zimbabweaanse dollars dreigt het project de das om te doen. Er moet bezuinigd worden. ,,Zaterdagochtend: tien uur'', heeft hij gezegd. Dan moeten er knopen worden doorgehakt.

Het is twaalf uur. De raad van bestuur kauwt rietstengels. Geen onvertogen woord over de afwezigheid van de voorzitter. De bestuursleden weten wel waar de voorzitter is. Die staat verderop te speechen, op het dorpsplein. De voorzitter is behalve voorzitter immers ook kandidaat voor regeringspartij Zanu-PF bij de parlementsverkiezingen aanstaande donderdag. Die campagne is vandaag even belangrijker dan de van heinde en ver gekomen raad van bestuur.

Politiek heeft wel vaker voorrang, hier in Muzarabani. Vorig jaar kreeg het project zes computers van een Duitse hulporganisatie, die Zimbabwe veel voorspoed wenste in deze moeilijke tijden. Een van die computers heeft de voorzitter onlangs met veel fanfare aan de lokale school geschonken. Zonder muis, of toetsenbord, maar daar ging het ook niet om. Het dorp was zeer onder de indruk van de vrijgevigheid van de voorzitter.

Nee, over de voorzitter geen kwaad woord in Muzarabani. Hij is, zeggen de dorpelingen, de as waarom de gemeenschap draait, vader en beschermheer. Zeg maar wat de president is voor het land. Het is dan ook met enige aarzeling dat de vice-voorzitter, rond een uur of twee, zijn voorstel doet. ,,Zouden we de agenda niet kunnen doornemen?'', kijkt hij ondeugend naar de penningmeester. Van de penningmeester naar de coördinator. Van de coördinator naar het meisje voor de thee. Ze knikken allemaal.

De penningmeester kan kort zijn over de knelpunten. ,,We geven meer uit dan er binnen komt.'' Ze zouden natuurlijk de oude jeep de deur uit kunnen doen, waarvan het chassis nu op een stapel stenen rust. Ze zouden de waterpomp kunnen verkopen. Of, zoals de hulporganisatie uit Liechtenstein per brief suggereert: een internetcafé in Muzarabani kunnen beginnen voor wat extra inkomsten. De raad van bestuur gniffelt. In Muzarabani werken de telefoonlijnen al maanden niet.

,,Of'', zegt de penningmeester, en buigt over de tafel om de vertrouwelijkheid van zijn woorden te onderstrepen, ,,we schrappen een paar banen''. Het blijft even stil. Iedereen beseft wat dat betekent. Banen zijn er niet zoveel in Muzarabani. Wie over banen beslist, beslist over de levens van kinderen, ooms en tantes, opa's en oma's. Een goddelijke taak welhaast. De coördinator tuurt in de verte. Waar is de voorzitter, nu de raad hem nodig heeft?

De penningmeester doet een suggestie. ,,Is onze chauffeur niet overbodig?'' De vice-voorzitter schudt heftig zijn hoofd. Die chauffeur is deze maand nog hertrouwd. Met zijn vierde vrouw inmiddels. En nog veel belangrijker: die chauffeur heeft de afgelopen jaren uitstekend werk verricht voor de gemeenschap. Heel het dorp weet toch dat hij met zijn tractor de tientallen jeugdmilities naar de plekken reed waar blanke boeren of oppositieaanhangers in elkaar gerost moesten worden? Nee, de chauffeur is een man van `de partij'. De voorzitter schijnt erg op hem gesteld.

De penningmeester geeft nog niet op. Zijn pen gaat over de lange lijst van personeel en blijft steken bij de namen van de twee vrouwelijke medewerkers. ,,Twee secretaresses voor een kantoor zonder telefoon, is dat niet wat veel?'' De raad van bestuur is het nu eindelijk met hem eens. De coördinator stoort zich al lange tijd aan de luiheid van de jongste, een nagellakkende schoonheidskoningin. ,,Wat mij betreft eruit ermee'', zegt hij. De vice-voorzitter zwijgt, heel luidruchtig. De penningmeester begrijpt het al. Hij kent het gerucht over de meest ervaren en hardwerkende secretaresse: haar echtgenoot schijnt drie jaar geleden voor de oppositie te hebben gestemd. Zo'n keuze kost veel in Muzarabani. De penningmeester plaatst een kruisje bij haar naam. Precies de bezuiniging die de organisatie nodig heeft, zegt hij na afloop. Straks nog even de mobiel bellen van de voorzitter. Hij zal tevreden zijn.

In het Zaterdags Bijvoegsel: Zimbabwe, vijf jaar geleden