Stokken ademhalen in slaap verhoogt kans op hartdood

Bij mensen die lijden aan slaapapneu, het steeds maar stokken van de ademhaling tijdens de slaap, is het risico op een plotselinge hartdood 's nachts het hoogst. Bij gewone hartpatiënten is dat juist na het ontwaken het geval, aan het begin van de ochtend. Het nachtelijke hartrisico bij apneupatiënten hangt vermoedelijk samen met zuurstoftekort tijdens de slaap.

Medewerkers van het Mayo Clinic Sleep Disorder Center hebben het moment van overlijden geïnventariseerd bij 112 aan een hartaanval gestorven mensen die eerder op slaapapneu getest waren. De 78 met een duidelijke slaapapneu overleden voor meer dan de helft 's nachts, tussen 10 uur 's avonds en 6 uur 's ochtends. Bij de 34 zonder aanwijzingen voor slaapapneu was dat maar een kwart (The New England Journal of Medicine, 24 maart).

De typische lijder aan obstructieve slaapapneu is meestal te dik en snurkt flink. Als bij zo iemand tijdens de slaap het zachte weefsel van de keelholte ontspant, kan de luchtstroom geblokkeerd raken. De Amerikaanse onderzoekers vergelijken de luchtweg van een apneupatiënt met een nat rietje dat dichtvalt als je eraan zuigt. Daardoor stokt de ademhaling, van seconden tot zelfs minuten toe, totdat de slaper door het lage zuurstofniveau in het bloed wakker wordt en een diepe, snorkende teug adem binnenhaalt. Dat herhaalt zich steeds opnieuw. Obstructieve slaapapneu komt voor bij zo'n 2 procent van de vrouwen en 4 procent van de mannen van middelbare leeftijd (in de VS zou dat tegenwoordig zelfs 20 procent zijn). Het overgrote deel van die mensen is zich dat helemaal niet bewust. Ze slapen onrustig en zijn overdag vaak slaperig. Dat kan tot ongelukken leiden in het verkeer.

De Amerikaanse onderzoekers benadrukken dat niet duidelijk is of bij slaapapneu het totale risico op een plotselinge hartdood hoger is of dat het risico eenvoudigweg naar de nachtelijke uren verplaatst wordt. Wel was er een duidelijke relatie tussen de ernst van de slaapapneu en het risico op een nachtelijke hartdood. Die was 40 procent hoger bij ernstige slaapapneu dan bij een milde tot matige vorm.

De Amerikanen zeggen ook niet te weten of de tegenwoordig bij ernstige slaapapneu toegepaste beademing met overdruk (CPAP = continuous positive airway pressure) het risico op een nachtelijke hartdood vermindert. Daarover geeft een ongeveer gelijktijdig in The Lancet (19 maart) gepubliceerd Spaans onderzoek uitsluitsel. Onder met overdruk behandelde apneupatiënten was het aantal hartklachten na tien jaar vergelijkbaar met dat bij lichte snurkers, terwijl het bij onbehandelde apneulijders bijna drie keer zo hoog was.