Spelen in 2028?

Sportkoepel NOC*NSF gaat de haalbaarheid van Olympische Spelen in Nederland (2028) onderzoeken. Hoe zien de Zomerspelen er in 2028, eventueel in Nederland, uit?

Ton Bijkerk, secretaris-generaal International Society of Olympic Historians (ISOH): ,,Nederland heeft de capaciteit om de Spelen te organiseren, maar de meeste mensen hebben de indruk dat het verhoudingsgewijs te duur is. Vraag is wat het Nederlandse volk wil. Het vergt behoorlijke infrastructurele aanpassingen. Ik zou voor Rotterdam kiezen. Dat is een meer levende stad dan Amsterdam. En als het bedrijfsleven in Rotterdam er achter gaat staan, heb je meer kans. Het olympische circus groeit niet verder. Het aantal sporten en deelnemers is gestabiliseerd en aan maxima gebonden. Andere sporten zijn mogelijk in 2028. Golf hoeft van mij geen olympische sport te worden. De moderne vijfkamp moet vanwege de traditie (introductie in 1912, red.) in het programma blijven.''

Gerry Meagher, architect/directeur van Alynia Architecten, ontwerper van sportstadions en -accommodaties (onder meer Thialf, Abe Lenstra-stadion en Gelredome): ,,Voor de Spelen moet je geen gelegenheidsstadions bouwen. Zulke grote en dure objecten moet je zo multifunctioneel mogelijk plannen, zodat een stadion na de Spelen wordt hergebruikt. Denk aan overdekte accommodaties die geschikt zijn voor meerdere sporten. Met verplaatsbare velden kun je een stadion snel aanpassen. Verder kun je denken aan een stadion dat deels wordt afgebroken en na de Spelen in een kleinere versie doorgaat. Verrijdbare tribunes zijn ook een idee.''

Els van Breda Vriesman, Nederlands lid Internationaal Olympisch Comité (IOC): ,,De Spelen moeten een beheersbaar evenement blijven; de kosten moeten niet uit de hand lopen. Het aantal deelnemende sporters is aan een maximum gebonden. En op het programma van de Spelen staan maximaal 28 sporten. Er moet eerst een sport uit voordat er een nieuwe inkomt. Eenmaal in de vier jaar worden de sporten onder de loep genomen. Er zullen in 2028 best andere sporten inkomen. Nu staat bijvoorbeeld rugby (`seven') op het lijstje kandidaten. Voor het eventueel organiseren van de Spelen in Nederland, ligt de bal bij de overheid. Die moet bij zichzelf te rade gaan of ze daar geld en energie in wil steken. De sport en het land moeten er een erfenis aan overhouden. Anders: niet aan beginnen.''

Jan Rijpstra, Tweede-Kamerlid (VVD), drong in 1998 aan op haalbaarheidsonderzoek naar Spelen: ,,Je moet voorkomen dat je kolossen krijgt zoals in Sydney of Athene waar na de Spelen niks meer mee gebeurt. Een olympisch stadion heb je nodig, maar verder kun je volstaan met de bouw van tijdelijke accommodaties. Je moet in elk geval spreiden. Alles in en rond Amsterdam is onmogelijk. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar locaties in de Noordoost-polder. Daar zit ruimte. Mogelijk knelpunt is de hotelaccommodatie.''

Peter Blangé, volleybalcoach, nam als speler viermaal deel aan de Spelen (goud in 1996): ,,Wat de Spelen zo mooi maakt, is de mix van commerciële sporten en amateursport op topniveau. Als je ziet wat voor facelift Athene ondergaan heeft, zijn Spelen in Nederland niet onmogelijk. Het is wel `a hell of a job'. De driehoek Amsterdam-Rotterdam-Den Haag moet je voorzien van olympische accommodaties, zoals extra hallen met een capaciteit van Ahoy' of meer. Exploitatie van accommodaties na de Spelen is vaak een probleem.''

Frits Kessel, arts Nederlandse olympische ploeg in Sydney (2000): ,,Van dopingvrije Spelen geloof ik niks. Doping is een oud probleem en zo verweven met sport. In de detectie van verboden middelen zullen verdere stappen worden gezet, maar gendoping is niet te detecteren. Dat is het schrikbeeld van de toekomst. In sportieve prestaties worden geen enorme sprongen meer gemaakt. In de sfeer van materiaal, trainingstechnieken, periodisering van programma's en fysiologie is nog wel verbetering mogelijk. Verder worden de Spelen te groot en te duur. De organisatie ervan is nauwelijks meer op te brengen. Misschien zie je in 2028 een differentiatie van de Spelen, met minder deelnames per sport of verschuiving van de zaalsporten naar het winterprogramma.''