Receptoreiwit T2R geeft smaak aan bittere stoffen

Muizen die door genetische manipulatie smaakreceptoren van het type T2R missen kunnen geen bittere stoffen proeven. Zet ze een bittere vloeistof voor en ze drinken er van zonder een snorhaar te vertrekken. Daarmee is voor het eerst aangetoond dat het eiwit T2R onmisbaar is voor het proeven van `bitter' (Nature, 10 maart).

De smaakzin dient niet louter het genot, maar beoordeelt ook of een substantie geschikt is als voeding. Veel giftige stoffen uit de natuur zijn bitter, wat de neiging om ervan te `snoepen' tempert. De smaakzin bevindt zich in papillen op het oppervlak van de tong die gevoelig zijn voor één van de vijf basissmaken die zoogdieren kunnen onderscheiden: zoet, zuur, bitter, zout en umami (de `vijfde' smaak die sinds enkele jaren wordt onderscheiden en wordt opgeroepen door het aminozuur glutamaat of verbindingen daarvan). De smaakpapillen worden geactiveerd als specifieke receptoreiwitten op hun membranen in contact komen met smaakstoffen. In de afgelopen jaren is vastgesteld welke receptoreiwitten een rol spelen bij de beleving van de smaken zoet en umami. Ten aanzien van de bittere smaak was al duidelijk dat daar receptoren van het type T2R bij betrokken zijn. Het gaat hierbij om een `familie' van ongeveer 30 eiwitten die alleen in het dekweefsel van de tong en het gehemelte worden geproduceerd. Hun precieze rol was echter nog onduidelijk. Het was bijvoorbeeld de vraag of ze de enige receptoren zijn WAAR bittere stoffen aan binden.

Amerikaanse onderzoekers leverden het definitieve bewijs door genetisch veranderde muizen te kweken waarin de T2R-receptoren ontbraken. De dieren aten bittere stoffen alsof het niet gevaarlijk was, en bovendien maten de onderzoekers geen actiepotentialen in een hoofdtak van de smaakzenuw als ze bij de veranderde muizen een bittere stof op de tong brachten. Dat bewijst dat alleen eiwitten uit de T2R-familie betrokken zijn bij het waarnemen van bittere smaken.

Om te laten zien hoe belangrijk T2R is, veranderden onderzoekers muizen genetisch op zo'n manier dat T2R in smaakpapillen terecht kwam waarmee de dieren normaal gesproken zoete smaken waarnemen. De veranderde muizen likten aan bittere vloeistoffen met de gretigheid waarmee ze normaal aan zoete stoffen zouden likken. Deze receptoren detecteerden de aanwezigheid van bittere stoffen, maar de sensatie die dat teweeg brengt hangt af van het type smaakpapil waar de receptor op zit.

De onderzoekers speculeren dat het inbouwen van de T1R-receptoren – die niet zoals T2R voor bitter maar voor zoet gevoelig zijn – in bittere papillen ertoe zal leiden dat de muizen zoete stoffen zullen mijden als waren zij bitter.