Ongelijke behandeling

Een paar weken geleden ontkende u de ongelijke behandeling van man en vrouw. De rechten van de huidige gepensioneerden zijn opgebouwd uit het inkomen van de man. Dit inkomen kon in de praktijk slechts door inzet van beide echtgenoten verworven worden. Het is onbehoorlijk dat dit gemeenschappelijke inkomen tot materieel zeer verschillende rechten leidt. Het overgrote deel van de vrouwen van de huidige generatie gepensioneerden kon bij hun huwelijk geen vaste aanstelling krijgen en dus geen eigen pensioen opbouwen. Ik vraag me af of deze discriminatie weleens is voorgelegd aan het Europese Hof.

(P.S.)

Ik probeerde alleen uit te leggen hoe het ouderdomspensioen van de ene partner zich verhoudt tot het nabestaandenpensioen van de andere partner. Met de pensioenen van vrouwen is het nog slechter gesteld dan u denkt. Tot ver in de jaren vijftig werden vrouwen bij de overheid of in het onderwijs ontslagen zodra ze gingen trouwen. Die vrouwen zijn nu gepensioneerd. Maar ongelijke behandeling op pensioengebied kwam ruim tien jaar geleden ook nog voor. Pensioenfondsen sloten bijvoorbeeld deeltijders (meestal vrouwen) uit van deelname. Of het administratieve personeel (bijna altijd vrouwen) in een technische sector. Of het schoonmaakpersoneel (idem). Het duurt nog tientallen jaren voordat de gevolgen van (indirecte) discriminatie letterlijk uitgestorven zijn. De afgelopen jaren heeft het Europese Hof zich over tal van pensioenzaken gebogen. Dit leidde tot geruchtmakende uitspraken. Vaak ook tot reparatie. Maar onbeperkt repareren is onbetaalbaar. Op basis van uitspraken van het Hof geldt in pensioenzaken afhankelijk van het soort probleem een terugwerkende kracht tot april 1976 of tot mei 1991. Vrouwen die door ontslag bij het huwelijk geen pensioen konden opbouwen, hebben hier helaas niets aan.

Wilma van Hoeflaken behandelt wekelijks pensioenkwesties