Octopus is rollende kokosnoot

Kleine octopussen uit Indonesië en Australië lopen soms op twee van hun acht armen over de zandige zeebodems. Zo kunnen ze snel wegvluchten van belagers. Met deze waarneming is voor het eerst vastgesteld dat het lopen op twee ledematen niet beperkt is tot dieren met een skelet. Amerikaanse en Indonesische biologen schrijven dit deze week in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science.

Het gaat om twee soorten inktvissen die zich op verschillende manieren voortbewegen. De Indonesische Octopus marginatus vouwt zijn overige zes armen strak om zijn lijf. Zijn Australische neef Octopus aculeatus steekt de zes vrije armen als een wilde bos omhoog. Volgens de onderzoekers proberen de dieren zo gecamoufleerd weg te sluipen van vijanden, de een vermomd als een rollende kokosnoot, de ander als een bos wier.

Promovendus Crissy Huffard van de University of California in Berkeley ontdekte het twee-armige loopgedrag vijf jaar geleden in twintig tot dertig meter diep water. Pas onlangs slaagde zij erin het op film vast te leggen, waarna zij de octopustred tot in detail kon analyseren.

Anders dan de twee-benige loop van bijvoorbeeld onszelf, lopen octopussen niet slechts op de uiteinden van hun armen, maar golven de armen als een soort rupsbanden over de zeebodem waarbij de ze elkaar onregelmatig afwisselen. Zo wordt een snelheid van zes tot veertien centimeter per seconde gehaald, iets sneller dan dieren die zich verplaatsen op meer dan twee armen. Filmpjes van de wandelende octopussen staan op www.sciencemag.org.