`Mijn parkeerplaats was gewoon vol'

Met hoge verwachtingen arriveerde zwemmer Thijs van Valkengoed (21) in Athene, gedesillusioneerd keerde hij terug. Deelname aan de WK lijkt ver weg.

Al pratende in zwembad De Tongelreep wordt zijn relaas tot twee keer toe onderbroken. Wanneer Thijs van Valkengoed terugkeert in de moederschoot van Topzwemmen Amsterdam, willen de initiatiefnemers van de niet-clubgebonden stichting weten. Vriendelijk doch beslist wuift de 21-jarige schoolslagspecialist de al dan niet geveinsde belangstelling weg. ,,Ik wil niet terug naar een clubsituatie'', zegt hij zodra TZA-voorzitter Cees Vervoorn uit het zicht verdwenen is.

Van Valkengoed beweert vastbesloten te zijn: hij blijft zijn door TZA op een zijspoor gedirigeerde trainer Fedor Hes en diens XLence Swimteam trouw. ,,Ik geloof in hem, ik geloof in zijn aanpak.'' Niettemin informeerde hij de afgelopen weken voor de zekerheid wel even of in Dordrecht de deur op een kier stond bij Topzwemmen West-Nederland. Een verborgen agenda? Hij schudt het hoofd. ,,Ik verken slechts mijn mogelijkheden; mocht straks blijken dat het financieel allemaal niet lukt, dan moet ik wel wat achter de hand hebben.''

Voorlopig regeert de onzekerheid in het leven van de tweevoudig Europees jeugdkampioen. Want of het wispelturige talent komende zomer te bewonderen is in Montreal bij de WK langebaan (50 meter)? Ook dat zegt Van Valkengoed slechts te kunnen hopen. ,,Het juiste gevoel, het juiste rimte moet ik nog vinden.'' Met zijn 2.20,91 bleef hij gisteren, op de openingsdag van de Dutch Open Swim Cup in Eindhoven, in elk geval ver verwijderd van de limiet (2.13,50) die, net als op de 100 meter (1.01,70), in de buurt ligt van zijn persoonlijk record (2.13,32).

Over vier weken, bij de NK in Amsterdam, moet de kloof zijn gedicht. Het lijkt een helse, ja bijna onmogelijke opdracht. Maar zowel trainer als pupil klampt zich vast aan het verleden, want: ,,Ik heb vaak genoeg bewezen dat ik in een korte tijd grote sprongen kan maken, zeker als ik getapered (volledig uitgerust, red.) ben.''

Van Valkengoed is, meer dan enig ander lid van de Nederlandse zwemploeg, een positivist, soms op het blijmoedige af. Dat weet ook Hes. ,,Dat positivisme is zowel zijn kracht als zijn zwakte. Thijs kan moeilijk tegen kritiek. Als ik na een slechte race zeg dat het waardeloos was, dan slaat hij dicht. Ik moet hem op een positieve manier coachen, want anders loopt het helemaal scheef.''

Scheef liep het afgelopen zomer bij de Olympische Spelen. Met hoge verwachtingen arriveerde Van Valkengoed in Athene, zwaar gedesillusioneerd keerde hij terug. Zowel op de 100 als op de 200 school ging hij ten onder temidden van de grote(re), gespierde jongens. Hoewel: ,,Ik heb bij mijn olympisch debuut toch maar mooi de halve finale gehaald; dat kunnen er niet zoveel mij nazeggen.''

Het was desondanks een hard gelag voor de zwemmer, die acht maanden daarvoor maar liefst zeven Nederlandse records verbeterde in een tijdsbestek van tien dagen. ,,Op dat moment dacht ik de hele wereld aan te kunnen. Zeker als ik er nog een schep bovenop zou doen.''

Dat had hij beter niet kunnen doen. Zeven maanden na het echec ontkomt Van Valkengoed niet aan de conclusie dat hij het onheil grotendeels over zichzelf afriep. In de aanloop naar `Athene' trainde het prominentste lid van de zwemfamilie uit Lelystad zich immers het licht uit de ogen. IJver kon én kan hem niet worden ontzegd. Sterker: Van Valkengoed wekt meer dan eens de indruk té gretig te zijn. ,,Ik wil héél graag, en daardoor wil ik mezelf wel eens voorbij lopen. Toen ik [in het afsluitende trainingskamp] in Como arriveerde, begon mijn lichaam in alle hevigheid te protesteren. Toen wist ik al: dit gaat heel lastig worden.''

Tot overmaat van ramp sloeg in de Griekse hoofdstad de griep toe. ,,Geen wonder dus dat ik in de laatste 50 (van de 200 school, red.) zowat met mijn buik over de bodem schoof. Ik was kapot, mijn systemen deed het niet meer. Ik heb mezelf over het randje geduwd.''

Ideaal was de voorbereiding toch al niet. Zijn moeder werd in het najaar van 2003 getroffen door kanker. Van Valkengoed: ,,Zoiets probeer je van je af te zetten, maar dat lukt niet. Zodra ik in het buitenland was, voelde ik me schuldig, omdat ik haar niet bij kon staan. In plaats van daar met anderen over te praten, parkeerde ik de problemen. Op een gegeven moment was mijn parkeerplaats gewoon vol.''

Schoon is zijn bovenkamer nog altijd niet. Maar Hes wanhoopt niet. Van Valkengoed beschikt volgens hem over dezelfde karaktertrek als het boegbeeld van zijn naar sponsors hengelende formatie, Marleen Veldhuis: ongebreidelde passie. ,,Het is bij hem alleen een beetje `ondergestoft'. Thijs moet poetsen, zowel letterlijk als figuurlijk, maar dat moet-ie zelf doen.''