Hoe is het nu met die mannen achter het hek?

Vijf jaar geleden namen `oorlogsveteranen', vaak met geweld, de boerderijen van blanke boeren over in Zimbabwe. Nu hebben zij op hun beurt plaats moeten maken voor vertrouwelingen van president Mugabe. Donderdag zijn er verkiezingen in Zimbabwe. Waarschijnlijk gaat Mugabe die winnen. `Wat zijn we naïef geweest.'

Ze waren de mannen en vrouwen aan de andere kant van het hek. Op de foto's en televisiebeelden hadden ze meestal stokken en knuppels in hun handen en grijnsden ze door de spijlen van het hek naar de blanke boer, zijn vrouw en het jonge kroost. Die sinistere glimlach betekende dat ook voor deze boeren het uur U was aangebroken.

Met die foto's en televisiebeelden kreeg bloeddorst in Zimbabwe een gezicht en een naam. Oorlogsveteranen heten die mannen en vrouwen aan de andere kant van het hek sindsdien. Ook al zijn de meeste veel te jong om in de onafhankelijkheidsoorlog van Zimbabwe, nu meer dan 25 jaar geleden, te hebben gevochten. De stoottroepen van president Robert Mugabe. Op zijn commando joegen ze de blanke boeren van hun land, zetten ze hun huizen en hun oogst in brand en grepen ze wat er te grijpen was.

Die foto's en televisiebeelden zijn nu precies vijf jaar oud. Dit is het nieuwe beeld. Op het door onkruid overgroeide land honderd kilometer ten westen van de hoofdstad Harare, op een boerderij die Little England heet, steekt Patrick Nwadu zijn knokige hand uit. Een oorlogsveteraan met spillebenen. Drieënzeventig jaar en een schuchtere glimlach. Vijf jaar geleden had hij die hand nooit uitgestoken. Blanken met opschrijfboekjes werden toen met stenen en stokken ontvangen op deze boerderij. Maar nu willen ook oorlogsveteranen hun verhaal kwijt.

Nwadu laat de plek zien waar hij in maart 2000 zijn hut neerzette. De hut die hij als beloning zag voor een lang leven in armoe. De hut die hij bouwde van stro en palen, nadat hij met honderden anderen naar Little England was gemarcheerd en de blanke eigenaar met veel genoegen had uitgezwaaid. De hut die voor gerechtigheid staat. Een correctie van het koloniale verleden. Van die hut zijn nu alleen de verkoolde resten over.

Ze kwamen aan het einde van de middag, zegt hij. Politiemannen en soldaten op vrachtwagens en tractoren, met wapenstokken en fakkels. Niets lieten ze overeind staan op de zesduizend hectaren land. Nwadu laat de platgetrapte maïskolven zien, de vernielde kippenrennen, het gebroken plateau voor het kampvuur. De vruchten van vijf jaar noeste arbeid, ,,in één middag kapot gemaakt.''

De verantwoordelijkheid voor de drijfjacht die kort geleden over Little England raasde, werd twee weken geleden in een dagvaarding opgeëist. Nwadu laat het verfomfaaide papiertje zien. Daar staat het zwart op wit. Hij en de honderden andere landbezetters moeten plaats maken voor de weduwe van Innocent Mugabe, het neefje van de president. Bij nader inzien was Little England niet bedoeld voor keuterboertjes als Nwadu maar voor de familie van de president. De oude man wijst naar de grote boom midden op het erf. Aan die acacia heeft zijn beste vriend en collega-landbezetter zich vorige week verhangen toen hij hoorde over dit verraad.

Vergissing

Aan de vooravond van de parlementsverkiezingen die aanstaande donderdag (31 maart) worden gehouden, legt Little England een vijf jaar oude misvatting over Zimbabwe bloot. De mythe die bij de vorige parlementsverkiezingen in 2000 over dit land werd verbreid is definitief de wereld uit. Het conflict heeft niets met blank tegen zwart te maken. Of de boeren tegen de landlozen. Of de rijken tegen de armen. Of de stad tegen het platteland. En zelfs niet met de regering tegen de oppositie.

In de Zimbabweaanse politiek heeft het altijd gedraaid om het succes van de man die in 1980 namens alle 13 miljoen inwoners de macht van de blanken overnam. Ook of vooral de afgelopen vijf jaar. Robert Mugabe (81), jezuïet, met diploma's in zes universitaire studies, guerrillaleider van weleer, vader van de natie, president. Alleen hij geeft. Alleen hij neemt. Wie zijn welslagen of dat van zijn familie in de weg staat, komt aan de verkeerde kant van het hek terecht, verliest zijn bezittingen en zijn vrijheid en bezegelt ook voor anderen dat noodlot.

Niet alleen de oorlogsveteranen van Little England hebben zich daarin vergist. Iedereen heeft zich de afgelopen vijf jaar vertild.

De oppositiepartij Movement for Democratic Change (MDC) die bij de vorige parlementsverkiezingen manmoedig de strijd aanging met de partij van Mugabe. Onder leiding van de oud-vakbondsleider Morgan Tsvangirai won de MDC in 2000 57 zetels. Vijf jaar later hebben 39 van die 57 parlementsleden voor korte of langere tijd vastgezeten in de gevangenis. Mogen ze geen campagne voeren. Is hun aanhang murw gebeukt. Geven ze publiekelijk toe dat meedoen aan verkiezingen eigenlijk ,,zinloos'' is. Staat de Beweging voor Democratische Verandering muurvast.

De onafhankelijke pers, die sympathie voelde voor de oppositie en het regeringsbeleid openlijk durfde te kritiseren. Vier van die kranten zijn gesloten. Veel journalisten zijn opgepakt. Buitenlandse correspondenten, ook die met een Zimbabweaans paspoort zijn op één na gedeporteerd. De laatste drie verlieten eind februari het land.

De mensenrechtenorganisaties, die vuistdikke rapporten schreven over verkrachting en marteling van andersdenkenden. Ze mogen geen geld meer ontvangen uit het buitenland. Moeten het land verlaten. Of moeten hun deuren sluiten.

De voedselorganisatie van de Verenigde Naties. Het WFP hield sinds 2000 per jaar naar schatting twee miljoen Zimbabweanen op de been met noodhulp. Tot de hulpverleners vorig jaar te horen kregen niet langer nodig te zijn, toen de regering in de gaten kreeg dat voedselhulp de landhervormingen een slechte naam gaf.

De Europese Unie en de Verenigde Staten die de afgelopen 25 jaar naar schatting 7 miljard dollar aan hulp gaven aan Zimbabwe. Sinds ze de oppositie openlijk steunen en sancties instelden tegen Mugabe en 70 vertrouwelingen, heten ze `imperialisten' en zijn hun koloniale bedoelingen het favoriete gespreksonderwerp van de president op zijn spreekgestoelte.

Ook de vlijtige ministers in het kabinet van Mugabe zijn bedrogen. Zelfs Jonathan Moyo, de informatieminister die robuuste wetgeving in elkaar timmerde om de onafhankelijke pers de mond te snoeren. Hij schreef zes columns per dag in de staatspers om het beleid van de regering te verdedigen. Hij liet zelfs een cd opnemen om over de president de loftrompet te steken. Zelfs hij moest naar de slachtbank omdat hij achter de rug van Mugabe had gelobbyd voor een opvolger die de president niet zint. Moyo werd deze maand de partij uitgezet en gaat deze verkiezingen in als onafhankelijke kandidaat.

Blauwe ogen

Moyo is de laatste die zich vergiste. De blanke boeren waren de eersten. Colin Cloete is niet te beroerd om de verkeerde inschatting toe te geven. ,,Wat zijn we ongelooflijk naïef geweest'', zegt hij achter een glaasje prik op het terras van een koloniaal hotel in de hoofdstad. Cloete was president van de Commercial Farmers Union (CFU) in het heetst van de strijd. De vakbond steunde de oppositie zonder gêne. Voor het oog van de camera's van de staatstelevisie overhandigden ze in begin 2000 betaalcheques aan de net opgerichte oppositie. Ze hadden de cameraploeg zelf uitgenodigd, in de hoop dat de rest van het land hun voorbeeld zou volgen.

,,We dachten in Morgan Tsvangirai een meer democratische leider te hebben gevonden. Hij was het jongetje met de blauwe ogen. We steunden hem omdat we geloofden dat een meerpartijenstaat op lange termijn beter voor het land zou zijn. We steunden hem omdat we dachten zo onze toekomst veilig te stellen. Het toont aan hoe weinig we van de Zimbabweaanse politiek begrepen hebben.''

De boeren waren kwetsbaar, al sinds de onafhankelijkheid. Vijfduizend blanken die na twintig jaar 80 procent van de bebouwbare grond in handen hebben, dat geeft scheve ogen. ,,We hebben altijd te veel als boeren gedacht, en te weinig als politici'', zegt Cloete. ,,De blanken hebben zich massaal uit de politiek teruggetrokken na de onafhankelijkheid. Heel onverstandig omdat we zo'n enorme economische macht hadden. We waren de tweede grootste tabaksproducent ter wereld. In de hoogtijdagen verdienden vijfduizend boeren meer dan dertig procent van het nationale inkomen. Op 13 miljoen Zimbabweanen. We hebben niets gedaan om die ongelijkheid recht te trekken. Niets, tot het te laat was.''

In februari 2000 was het te laat. Op die dag wilde Mugabe het volk vragen een grondwetswijziging goed te keuren voor nog eens twee termijnen van ieder zeven jaar. Na twintig jaar aan de macht was het tegelijk een test van zijn populariteit. Maar toen meer dan de helft van de kiezers `nee' stemde, besefte de president dat hij alle zeilen bij moest zetten om een overwinning van zijn partij, Zanu PF, te garanderen bij de parlementsverkiezingen die drie maanden later werden gehouden. Binnen twee weken na de uitslag van het referendum zond de staatstelevisie beelden uit van uitzinnige meutes voor de poorten van een blanke boer. ,,Hondo!'', schreeuwden ze: oorlog.

De boerderij van de gepensioneerde boerenbondleider Cloete werd in augustus 2001 omver gelopen door honderden oorlogsveteranen. Hij boert nog, op een paar vierkante meters en in dagelijks overleg met de leiders van de nieuwe bewoners van zijn land. Hij is een uitzondering. Van de ruim 5.000 blanke boeren die in 2000 actief waren zijn er nu nog 400 over. De rest woont in een appartement in de grote stad, of is geëmigreerd. De meerderheid van de overgebleven blanken is hen nagereisd. In 1980 waren er nog 200.000. Twintig jaar later 130.000. Nu, naar schatting, 20.000.

De boeren hadden de tijdbom moeten horen tikken, redeneert Cloete. De boeren hadden eerder eigenhandig de hervormingen van de landbouw moeten beginnen. De boeren hadden hun land moeten delen met de miljoenen landlozen. De boeren hadden voor de regering moeten kiezen, en niet voor een oppositiepartij. ,,Dan hadden'', zoals Cloete zegt, ,,de boeren nog zeker twintig jaar op hun land kunnen blijven.''

Die redenering is gemeengoed geworden in Zimbabwe. De euforie over de belofte van een meerpartijenstaat van 2000 heeft plaatsgemaakt voor lusteloosheid. De korte flirt met democratie heeft al genoeg pijn gedaan. Het bestolen en bedrogen volk gaat de partij van Mugabe (Zanu-PF) massaal herkiezen, voorspellen de opiniepeilers en analisten. Volgens de Afrobarometer, die jaarlijks de populariteit van Afrikaanse presidenten meet, is de populariteit van Robert Mugabe sinds 2000 verdubbeld, van 20 procent toen tot 46 procent nu.

Dezelfde onderzoekers wijten dat aan repressie, de staatspropaganda en de muilkorving van de vrije pers. Zoals de oppositie haar nipte verlies in 2000 (47 procent), en bij de presidentsverkiezingen twee jaar later (44 procent) weet aan fraude met ,,dode en absente kiezers''.

Waanzin

Die uitleg is maar ten dele waar, leert een autorit naar Marondera, een dorp van boeren en stakkers twee uur rijden van de hoofdstad Harare. Aan het stuur zit Fidilis, een oud-politieagent die uit veiligheidsoverwegingen geen achternaam geeft. De partij van Mugabe zal deze verkiezingen winnen op een golf van overlevingsdrift, angst en teleurstelling in de oppositie, is zijn stelling.

Het landschap tussen Harare en Marondera laat zien wat politiek de afgelopen vijf jaar met Zimbabwe heeft gedaan. We passeren de eindeloze maïsvelden die Zimbabwe tot 2000 de bijnaam `graanschuur van Zuidelijk Afrika' bezorgden. Er groeit nu onkruid. De kassen voor de bloemen en groenten zijn ingeslagen, de wanden omgetrokken, het plastic van het dak gerukt. Fidilis stond er bovenop toen ,,de waanzin'', zoals hij het zelf noemt, zich voltrok. ,,Ik had dienst op het hoofdbureau in Marondera toen het bericht binnenkwam dat er een blanke boer was vermoord. Dat was in april 2000. We wisten wie de moordenaars waren. Maar na een telefoontje van het hoofdkantoor hebben we niet de daders opgepakt, maar de boeren die hun collega te hulp waren geschoten. In de weken daarna werden tientallen oppositieaanhangers het bureau binnengebracht op verdenking van terroristische activiteiten. Het was misselijkmakend.''

Fidilis ging met vervroegd pensioen, omdat hij het bedrog niet langer aan kon zien. Maar hij beseft dat de meeste collega's die luxe niet hebben. ,,Als je wilt overleven op het platteland, dan doe je wat de partij je vraagt. De oppositie heeft de bevolking hier niets te bieden. Alleen de regering zorgt hier voor de banen. Zo simpel ligt het.''

De opmars van de oppositie heeft de greep van de regering op de hele maatschappij verstevigd. Dat is volgens de oud-politieman de paradox waarmee Zimbabwe de afgelopen vijf jaar heeft leren leven. Tien kilometer buiten Harare moet de auto halt houden voor een militaire colonne. Tanks, pantserwagens en legertrucks zigzaggen in de vroege ochtend over de grote weg. ,,Dit beeld zien we nu bijna dagelijks'', zegt Fidilis. ,,De soldaten doen niks. Ze laten gewoon zien dat ze er zijn.'' De colonne slaat af bij de eerste `low density area', zoals de arme wijken rond Harare heten. Daar kwam in 2000 en 2002 de stem voor de oppositie vandaan. ,,Het woord verkiezingen is hier de afgelopen vijf jaar synoniem geworden aan geweld. Wie voor Mugabe stemt, wordt gespaard. Dat is de les die Zimbabwe de afgelopen vijf jaar heeft geleerd.''

Mugabe was niet altijd een despoot. Hij kwam in 1980 aan de macht als de verzoeningspresident. ,,We zullen er voor zorgen dat er plaats is voor iedereen in dit land'', zei hij toen hij in 1980 de macht van het blanke regime overnam, toen nog als premier. Hij verbaasde vriend en vijand met die toon en schitterde zelfs even op de shortlist van het Nobelcomité. Hij was Mandela avant la lettre. Hij bouwde de beste scholen en ziekenhuizen van Afrika en liet de blanke boeren begaan. Democratie vond hij prima, zolang het hem niet hinderde. In 1983 begon hij aan zijn meedogenloze strafcampagne tegen zijn oude kameraad uit de strijd, Joshua Nkomo, die met zijn aanhang in het zuidwesten van het land een oppositiepartij wilde beginnen. Naar schatting 20.000 Ndebele, in grootte de tweede bevolkingsgroep in Zimbabwe, werden in de eerste tien jaar na de onafhankelijkheid vermoord. Het was Mugabe's eerste daad van verraad.

Maar de niet-Ndebele Zimbabweanen waren niet werkelijk bezorgd. Oppositie, daar was het nog wat vroeg voor. En voor het westen was het apartheidsregime in Zuid-Afrika een groter probleem. Pas toen de economie midden jaren negentig stroef begon te lopen door mismanagement, en ook de oplossingsmodellen van IMF en Wereldbank faalden, begon Mugabe's machtsbasis te krimpen. De grootste weerstand kwam van de goed opgeleide generatie waarvoor de president zelf had gezorgd. ,,De grootste fout die de regeringspartij heeft gemaakt'', zei de informatieminister nog niet zo lang geleden, ,,was om toe te laten dat middelbare scholen en universiteiten fabrieken zijn geworden van antiregeringssentimenten.'' De fout is ingezien. De regering heeft nu andere plannen met de jeugd.

Daarom zijn we onderweg naar Marondera. Op een kantoortje kunnen we spreken met een van de leden van de beruchte jeugdmilities. Zij zijn de jongeren die de afgelopen jaren zijn ,,heropgevoed'' in speciale regeringskampen. Zij staan beter bekend als het B-team van de regering. Zij doen de dingen die het A-team, het leger, liever niet wil doen. Jeugdmilities worden in verkiezingstijd op vrachtwagens door het land gereden. Ze verstoren bijeenkomsten van de oppositie. Ze zorgen voor applaus bij iedere openbare aangelegenheid waar de president aanwezig is.

Fidilis is nerveus over de ontmoeting, zegt hij met de handen verkrampt aan het stuur. ,,Vrijdag'', zegt hij, ,,is geen goede dag voor ongeaccrediteerde journalisten om met jeugdmilities te spreken. In het weekend werkt de rechter-commissaris niet. Ontdekken ze wie je bent, dan zit je tenminste drie nachten in een koude cel voor je gedeporteerd kunt worden.'' Hij grinnikt. ,,Of je krijgt twee jaar celstraf. Dat hangt een beetje van de rechter af.''

Daarom stel ik me bij binnenkomst voor als een directeur van een safaripark bij Victoria Falls. Fidilis heeft het lid van de jeugdmilitie een baan als bewaker in het safaripark in het vooruitzicht gesteld. Als hij de baan wil, heeft hij de jongen ingepeperd, zal hij moeten bewijzen dat hij genoeg ervaring heeft met veiligheid. Drieëntwintig jaar oud, drukt Tendai zijn knieën stevig tegen elkaar. Het opnameapparaat ligt voor hem te snorren, onder de regeringsgezinde krant de Herald. Tendai ziet het niet. Hij concentreert zich op zijn verhaal over de opleiding die hij de afgelopen jaren gehad heeft in het opvoedingskamp.

,,Elke ochtend stonden we om vier uur op. Dan moesten we eerst achttien kilometer rennen. Om zes uur kregen we ontbijt. Dan een uurtje vechtsporten. Dan wapenbeheersing. Dan geschiedenisles en politieke oriëntatie.'' Zo leerde Tendai het verschil tussen goed en fout. Zo leerde hij te stemmen. Op 31 maart kiest hij natuurlijk voor de partij van de president. Ook al kreeg hij niet de baan die de regering alle `heropgevoede' schoolverlaters in het vooruitzicht heeft gesteld.

Maïspap

Wie in 2000 dacht dat verandering op komst was, is bedrogen uitgekomen. Zimbabwe hoeft van niemand nog iets te verwachten. Niet van de boeren, die zijn weg. Niet van de jeugd, die denkt niet meer. Niet van de oppositie, die durft niet meer. Niet van buurland Zuid-Afrika. President Mbeki verklaarde begin maart: ,,Ik heb geen enkele reden om te denken dat iemand in Zimbabwe vrije en eerlijke verkiezingen in de weg zal staan.'' Niet van Europa of de Verenigde Staten, die behalve sancties tegen de top van Mugabe's regeringspartij geen drukmiddelen zeggen te hebben.

Zelfs degenen die zich solidair verklaarden met de president en zijn partij hoeven nergens op te rekenen. Dat leerde ook Matthew Takaona, die elf jaar lang journalist was voor de Herald, de officiële spreekbuis van de regering. De Herald kopt nog dagelijks over westerse samenzweringen tegen Zimbabwe. Britse piloten die de hoogste gebouwen van Harare en Bulawayo in zullen vliegen. Het Amerikaanse leger, dat op het punt staat Zimbabwe vanuit buurland Botswana binnen te vallen.

Takaona meed tot voor kort ieder contact met westerse journalisten, maar laat me nu binnen in zijn huisje aan de rand van Harare. Op het fornuis pruttelt de sadza, de Zimbabweaanse maïspap. In de elf jaar bij de Herald hield hij altijd voor ogen dat er 's avonds iets op dat fornuis moest staan, legt hij uit. ,,Overdag schreef ik dat het fantastisch met Zimbabwe ging, terwijl ik thuis de ellende op de stoep vond.'' In december viel ook voor Takaona het doek, nadat de geheime dienst hem had betrapt op een bijeenkomst waar hij met collega's sprak over de wegkwijnende vrijheid van meningsuiting in Zimbabwe. De informatieminister ontsloeg hem op staande voet.

In vijf jaar tijd heeft de regering volgens Takaona op deze manier niet alleen met de onafhankelijke pers afgerekend maar ook met de vrijdenkers bij de regeringsgezinde pers. ,,De redactie van de Herald wordt nu alleen bevolkt door het jonge grut dat klakkeloos de mening van de regering verwoordt.'' Dat standpunt is bekend. Stem lijst Mugabe, of anders.