Het hele land op één dag: Noorwegen in een notendop

Literatuurrecensent Pieter Steinz maakt in Noorwegen een prachtige dagtrip langs fjorden en meren – en vergeet te lezen op locatie

`If it's Tuesday, this must be Belgium' luidt de misprijzende grap over Amerikanen die in een week Europa `doen'. Een zichzelf respecterend reiziger neemt nu eenmaal de tijd om een land te zien, en België is meer dan Manneken Pis, het Brugse begijnhof en moules frites op de Vogeltjesmarkt. Toch is de verleiding om de clichétoerist uit te hangen af en toe niet te weerstaan. Bijvoorbeeld als je, plannen makend voor een vakantie in Scandinavië, in de reisgids stuit op een georganiseerde dagtrip met de naam `Norway in a Nutshell'.

BOLSTADFJORD

Noorwegen is een gigantisch land, bijna tweeduizend kilometer lang (van de Noordkaap tot het Skagerrak) en bezaaid met spectaculair natuurschoon en houten Fallerdorpjes. Maar de gemiddelde bezoeker komt niet verder dan Oslo, Bergen of een van de andere `grote' steden – als-ie al zo ver komt, want er gaan ontmoedigend weinig Noorse kronen in een euro. Wie met een boot over de fjorden wil, met een bus langs de meren en met het wereldberoemde Flåmtreintje door de bergen, kan tijd besparen door zich in te schrijven voor `Noorwegen in een notendop'. Het kan het hele jaar door, voor ongeveer negentig euro en vanuit verschillende plaatsen in Zuid-Noorwegen.

Wij doen het op een doordeweekse dag, in de winter, wanneer er zelfs in het altijd regenachtige Bergen, ons vertrek- en eindpunt, een dik pak sneeuw ligt. Het kleine stationnetje is in de vroegte al gezellig druk met skiërs in spe. De eerste etappe van de Noorse notendop voert naar Voss, een vooraanstaand wintersportoord, en dus is het vol in de trein; maar dankzij ons speciale ticket worden we niet weggestuurd uit de eerste klas. Wel zijn we te laat voor een raamplaatsje aan de linkerkant, de kant van de Bolstadfjord, waarlangs de rails loopt; en hoewel dat aanvankelijk geen nadeel lijkt (aangezien er nogal wat tunnels aan het begin van het traject zitten), doet het na een halfuurtje af aan de weidsheid van het uitzicht over de fjord met hangbrug. Daar staat tegenover dat we volop kunnen genieten van het okergele station van Vaksdal, de pittoreske houten nederzettingen langs het spoor en het druipijs tegen de rotsen aan onze rechterhand.

GUDVANGEN

Tegen tienen moeten we in het wintersportdorp Voss snel overstappen op een klaarstaande bus, die ons – en een half dozijn andere notendoppers – naar een uitloper van de Sognefjord (drie sterren in de groene Michelin) zal brengen. Het wordt een klassieke pooltocht, langs een voor driekwart bevroren rivier en verijsde watervallen, tussen muren van sneeuw, over een beijsde weg. Als we na anderhalf uur in het vissersdorpje Gudvangen aankomen, blijkt de fjord bevroren en lijkt de beloofde boottocht een onmogelijkheid. Maar dan hebben we buiten het improvisatievermogen van het Noorse toeristenbureau gerekend. De buschauffeur neemt ons een extra stuk mee, door een elf kilometer lange autotunnel, en zet ons aan de andere kant van de bergen bij een niet-bevroren arm van de fjord af. Als bonus krijgen we in het havenplaatsje Undredal het alleroudste kerkje van Noorwegen (elfde eeuw, gebouwd door Vikingen) te zien.

En verder gaat het, nu met een stijlvol partybootje over de fjord. Eerst naar het noorden, waar we uitzicht krijgen op de Fresvikgletsjer, daarna terug naar het zuiden, op weg naar Flåmsdal. Het ongelooflijke groen en blauw van de fjord uit de notendopfolder is in dit jaargetijde bruin en grijs – en wit natuurlijk, want op de meeste hellingen ligt een laagje sneeuw. Zoveel als we kunnen trotseren we de snijdende kou op het bovendek om het natuurschoon te bewonderen: steile gletsjerbekkens met grijs gruis in de monding, minidorpjes die volgens de kapitein van ons schip niet met de auto bereikbaar zijn, en om ons heen het peilloos diepe water. Nu begrijpen we hoe logisch het was dat de Norwegian Blue-papegaai uit de beroemde sketch van Monty Python wegkwijnde uit heimwee naar de fjorden.

FLÅMSBANA

We gaan van boord in Flåm, het begin (of het eind, 't is maar hoe je het bekijkt) van een van de steilste treinbanen ter wereld: bijna 900 meter hoogteverschil binnen twintig kilometer. Maar omdat er een winterrooster van kracht is, hebben we anderhalf uur toeristenpauze – te veel voor het in maart uitgestorven haventje (spoorwegmuseum dicht, restaurants ook), net genoeg om heen en weer te lopen naar het op vier kilometer afstand gelegen scheve houten kerkje van Flaam. Het is gesloten, dus we kunnen de vermaarde zeventiende-eeuwse schilderingen alleen door de ramen zien, maar dat geeft niet, want we hebben toch te weinig tijd. Precies om kwart voor drie beklimmen we bezweet het donkergroene treintje van de Flåmsbana. Een half uur en enkele fjord-panorama's later zitten we al op 500 meter, in een witte wereld die van kleur wordt voorzien door blauwbevroren watervallen en verlaten zomerhuisjes in de nationale Noorse kleuren: grijs, groen, roodbruin en oker.

Als het nu kwart over drie is, dan moet dit onder ons de Kjosvossen-waterval zijn. Misschien iets minder spectaculair dan op de plaatjes, want praktisch helemaal bevroren, maar evengoed imposant. De trein staat even stil om ons van het uitzicht te laten genieten – we weten gelukkig dat de Flåmsbana is uitgerust met vijf verschillende remsystemen – en trekt daarna weer door naar boven. De sneeuw ligt meters hoog, maar we komen veilig aan in Myrdal, waar heel klassiek de post samen met de reizigers wordt uitgeladen. In het houten stationnetje, dat doet denken aan een spooksaloon in het Wilde Westen, wachten we op de sneltrein uit Oslo, die ons terug naar Bergen zal brengen.

Zoevend over de `Bergensbanen', over een immens bergplateau met bevroren meren en langlaufpistes, kijken we tevreden terug op onze dag, maar maken we ook een lijstje van wat hebben we gemist in onze Noorse notendop. Elanden, natuurlijk; het noorderlicht, smørbrød en akvavit – en ja, we zijn vergeten om een boek van Knut Hamsun en een walkman met een suite van Edward Grieg mee te nemen, zodat we hadden kunnen lezen en luisteren op locatie. Maar het was een onvergetelijke ervaring – meer dan genoeg om, net als de Python-papegaai, de rest van ons leven door te brengen met `pining for the fjords'.

Meer Noorwegen in de themabijlage Stedentrips