Het begin

De pony's dragen namen als Dondersteen, Malle en Sproeten. Vanmiddag zitten er alleen maar meisjes op. Dat is niet zo verwonderlijk, want de ruitersport is en blijft een vrouwenaangelegenheid. Kinderen leren nog amper met dieren om te gaan, vaak is het aanraken, berijden en verzorgen van een paard voor hen de eerst maal dat ze er fysiek mee in contact komen.

De Rotterdamse Prinsemolen is een echte stadsmanege, omgeven door hoge flats. Bij westenwind is er het nooit stoppende geraas van de Ringweg te horen. Het riekt in een van de plaatstalen hallen naar mest en stro. En naar paarden, leer en zadelvet natuurlijk. Een helm is verplicht, de zweep gelukkig niet. Instructrice Ingrid begint de les met de pony's en hun berijdstertjes wat losjes rond te laten lopen en geeft daarbij met luide stem aanwijzingen over de zithouding. Daarna volgen er kleine oefeningen. De dieren draaien hun zoveelste rondje, slagen er toch nog in om ruzie te krijgen. Proberen elkaar met de achterbenen te raken of een hap uit de manen te nemen. Met hoge stemmetjes worden ze dan bestraffend toegesproken door hun berijdstertje. De kleinste en dus felste pony geeft er na een poosje de brui aan, verrekt het om nog één stap te doen. Dat betekent dus afstappen, vruchteloos het dier proberen te lijmen om nog even, héél even mee te werken. Na afloop zijn er de meegebrachte suikerklontjes, de klopjes op de hals. En wacht er een volgende ploeg kinderen.

Dit is de twaalfde aflevering in een serie over kinderen en sport.