Heldere en plechtstatige Matthäussen

De `authentieke' Bachpraktijk blijft zich met nieuwe inzichten steeds heruitvinden. Terwijl de Japanse dirigent Masaaki Suzuki vandaag bij de Nederlandse Bachvereniging in Naarden de Matthäus uitvoert met een klein orkest en een `echt' koor voordat artistiek Jos van Veldhoven volgend jaar kiest voor een uitvoering met slechts zestien zangers, zijn er ook orkesten die de Matthäus blijven uitvoeren op groot-symfonische wijze, met moderne instrumenten en rijk bezette koren – inclusief jongetjes – waarin de solisten níet meezingen. In een dergelijke, traditionele uitvoering hebben de meeste luisteraars de Matthäus leren kennen, en getuige de volle zalen willen velen hem zo ook graag blijven horen.

Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest had men een belangrijke solistische rol voor de koorzangers ingeruimd; een leuke tussenoplossing. De leden van Cappella Amsterdam, als koor een hechte eenheid, kregen de kleinere solo's (Petrus, Judas, hogepriesters) toebedeeld. Vooral een zeer karaktervolle Petrus maakte indruk.

Dirigent Daniel Reuss stond voor zijn `eigen' koor, maar hij debuteerde bij het orkest. Reuss koos voor frisse tempi en een gelijkmatig vloeiende, transparante benadering, waarin de tekst niet al te nadrukkelijk werd uitgediept. In de wat opgewondener passages had vooral het tweede orkest, dat opvallend minder goed speelde dan het eerste, af en toe moeite om in zijn enthousiasme mee te gaan.

De Duitse tenor Jan Kobow was als Evangelist bijzonder uitdrukkingsvol, hoewel minder theatraal dan sommige van zijn collega's. Zijn landgenoot Stephan Loges zette, met een soms wat operatesk loeiend vibrato, een indringende Christus neer. Adembenemend waren vooral de Engelse sopraan Joanne Lunn en de Nederlandse mezzo Margriet van Reisen. In de aria So ist mein Jesus nun gefangen, het enige echte duet in de Matthäus, versmolten zij in grootse ontroering. Ook hun solo-aria's, met de beroemde hoogtepunten Aus Liebe (Lunn) en Erbarme Dich (Van Reisen), brachten ze met hartverscheurend kalme expressie. De Engelse bariton David Wilson-Johnson zong vooral zijn recitatieven aangrijpend, maar wist de aandacht in zijn aria's niet altijd vast te houden. André Post, de Nederlandse tenor, zong wisselvallig: soms wat rammelend, soms ook prachtig.

Groot was het contrast met de uitvoering in Den Haag op Goede Vrijdag door het Residentie Orkest en het Residentie Bachkoor onder leiding van de Zweed Arnold Östman. Östman toonde zich in de trage, plechtstatige koralen een dirigent van de oude stempel. Door zware accenten en rijkelijk toegepaste ritenuto's, was van een doorlopende lijn weinig sprake. De aria's daarentegen waren vaak juist aan de snelle, luchtige kant. Dat een orgel en een klavecimbel werden gebruikt in plaats van twee orgels, pakte goed uit, bijvoorbeeld bij een koor als Sind Blitze, sind Donner.

De solistenbezetting was in Den Haag minder homogeen dan in Rotterdam. De jonge sopraan Lenneke Ruiten onderscheidde zich in positieve zin. Met haar vederlichte, fragiele maar karaktervolle stem is ze even innemend als veelbelovend. Evangelist Ludwig van Gijsegem zong erg veel expressieve passages pianissimo, waardoor dat effect aan uitdrukkingskracht verloor. Jelle Draijer was een volle, overtuigende Christus. De bas Hubert Claessens leek wat onrustig op het podium, en vertoonde dezelfde wisselvalligheid als André Post in Rotterdam.

Het Matthäus-seizoen is met deze concerten afgelopen. De tijd voor de feestelijke Paas-cantates breekt morgen echter alweer aan.

Concert: J.S. Bach, Matthäus Passion door het Rotterdams Phil. Orkest/Cappella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss m.m.v. o.a. Jan Kobow (evangelist). Gehoord: 23/3 De Doelen, Rotterdam.

J.S. Bach, Matthäus Passion door het Residentie Orkest/Residentie Bachkoor o.l.v. Arnold Östman. Gehoord: 25/3 in de Dr. Anton Philipszaal, Den Haag.