Geen biljartlaken, weg met de coniferen

De nieuwe tuinders in de Zonnehoek in Amsterdam-West zijn vaak homostellen. Zij tuinieren biologisch. Maar de senioren willen geen onkruid meer plukken. Een ietsiepietsie gif, en dan lekker stilzitten: `Genieten'.

Het water wordt vandaag weer aangesloten, nog een paar dagen en het volkstuinseizoen is officieel begonnen. De eerste tuinders zijn er nu al. Om wat kapotgevroren is uit de grond te halen, op te ruimen wat is blijven liggen en nieuw te zaaien. De kapucijners eerst.

Op de kaart zijn het kleine stukjes groen. Volkstuincomplexen in de stad, vaak van gemeentewege aangelegd voor of kort na de oorlog. Lapjes grond met een klein houten huisje voor mensen uit de omliggende buurten, die vaak wonen in bovenhuizen zonder balkon.

Inmiddels liggen de volkstuinen naast een snelweg of een spoorlijn, en vaak naast allebei. Als je je ogen dichtdoet, zegt de volkstuinder, klinkt het als het ruisen van de zee. Nog steeds is er een jaarlijkse tuincontrole door het bestuur van de volkstuinen. En de wekelijkse wisseldiensten om het `algemeen groen' van het complex bij te houden ook, alleen kun je de diensten nu ook afkopen.

Er zijn dagverblijven en slaaptuinen. Op de eerste is wel een huisje, maar daar mag je niet overnachten. Maar dat is, zegt Corrie Reijns van de Zonnehoek in Amsterdam-West, niet het enige verschil. Als je een dagverblijver bent, zoals zij, kom je om te werken. De slaaptuinders willen gewoon een zomerhuisje. Om te zitten. Dat zijn geen echte liefhebbers. De prijzen lopen ook nogal uiteen. Een huisje op een dagverblijf heb je al voor achthonderd euro, een huisje met douche en wc op de slaaptuin kost snel tien keer zoveel.

De `senioren' worden ze genoemd, of `oude tuiners'. De echtparen die al jarenlang hun tuintje hebben. Te herkennen aan de zwarte grond onder de bomen (geen onkruid), de rotstuin, de vijver en rondom coniferen voor de privacy.

Senioren zijn er in twee soorten. Tuinders als het echtpaar Reijns, dat nog volop tuiniert. Maar er zijn er ook, die zeggen: ,,Ik ben gepensioneerd, nu ga ik genieten.'' En genieten is zitten en niks doen. Niet meer bukken om het onkruid tussen de tegels weg te halen, maar de hogedrukspuit erover. Of een ietsiepietsie gif.

En daar gruwen de `nieuwe tuinders' weer van. De nieuwe tuinders zijn soms gezinnen met kinderen, net als vroeger. Maar vaker nog homostellen, man of vrouw, met of zonder kinderen. Vrouwen alleen van middelbare leeftijd, en hier en daar een allochtoon.

Het enige Turkse aan de tuin van Abdullah Var zijn de twee bomen die hij heeft meegenomen uit zijn land, de Dud en de Igde. Verder heeft hij bloemkool staan, kapucijners, sla en narcissen. Met nieuwjaarsdag heeft hij het bestuur van Vereniging de Zonnehoek een koran cadeau gedaan, in de Nederlandse vertaling. Misschien begrijpen ze ons dan beter, zegt hij. Hij tuiniert al dertien jaar, twaalf daarvan heeft de buurman links niet tegen hem gesproken. En als hij eens klaagt over het te hoge gras van het algemene groen, vinden ze hem lastig.

De nieuwe tuinders gebruiken geen kunstmest, en gif al helemaal niet. Ze hebben een meerjarige composthoop in hun tuin. De coniferen van de oude generatie halen zij er als eerste uit. Lelijk. Geen gazon als een biljartlaken of groenten in het gelid. De natuur moet zijn beloop hebben. Onkruid is ook mooi. Een enkeling schakelt over op biologisch-dynamisch. Voor de oude tuinders is dat een ander woord voor rommel.

Marjan Schermerhorn en Rita Dudink uit Amsterdam hebben jaren moeten wachten op hun huisje op `Nut en genoegen'. Nu ze er eenmaal zitten, zien ze wat een werk het is. Maar ze hebben er zin in. Rita wijst op wat losse stenen op het gras. De contouren van de vijver die daar komen moet. En daar, daar komt een rotstuin met een watervalletje.