Een stad met een missie

Galati is een stad van verval. Van in onbruik geraakte fabrieken. Maar ook van spiegelruiten en moderne kunst. Terug in de tijd in een stad die vooruit wil.

Galati in Oost-Roemenië is een stad met een missie. Hoewel de oorsprong eeuwen teruggaat, oogt deze stad aan de Donau jong, dynamisch en verrassend modern. Aan de overkant van de rivier liggen buurlanden Oekraïne en Moldavië. De voormalige Sovjet-Unie is dichtbij. Aan deze vooruitgeschoven, strategische positie dankt Galati zijn betekenis, zowel in cultureel als economisch opzicht. De stad bezit de grootste binnenhaven van Roemenië voor zeegaande schepen. Scheepskranen op de werven bepalen het stadsbeeld. Het zijn net reusachtige reigers van gietijzer langs de waterkant.

Even ten noorden van de stad, in de richting van Grindu en Reni, loopt de grens. De weg erheen voert voorbij industrieterreinen met kromme spoorrails, loodsen, fabrieken, schoorstenen en een enkel zwartgeblakerd gebouw waarvan de muren gaten vertonen. Het verval is dichtbij. Roemenië is sinds 1949 lid van de Comecon, die in januari 1991 werd opgeheven. Door de economische terugval stortte deze organisatie van communistische landen voor wederzijdse economische hulp ineen. De zware industrieën kregen een gevoelige klap met als gevolg dat er in Galati, het Hamburg aan de Donau, `inferno's van ijzer' te vinden zijn, zoals de Italiaan Claudio Magris in zijn reisboek Donau (Danubio, 1986) schrijft. Verder besteedt hij ten onrechte weinig woorden aan deze ambitieuze stad die geldt als symbool voor de Roemeense poging zich te ontworstelen aan de Sovjet-Unie.

De ligging aan de Donau is bestaansvoorwaarde van Galati. Hier stichtten in de derde eeuw voor Christus de Galliërs een kolonie. Er is ook een christelijke versie van de ontstaansgeschiedenis; er zou in de vierde eeuw een missionaris hebben gewerkt, Galatos. De eenvoudigste bron luidt dat een visser in de nabijgelegen Donau-delta, een van de mooiste natuurgebieden van Europa, zijn naam Galat uitleende aan Galati, dat uitgesproken wordt als `Galatsj'.

Langs de Donau strekt zich een wandelpromenade uit met eetgelegenheden en terrassen onder de bomen. Het eerste dat opvalt is de afwezigheid van bruggen. De stad is over de rivier alleen bereikbaar met behulp van veerboten die zowel voetgangers, bemodderde personenauto's van het merk Dacia, enorme vrachtwagens en middeleeuws aandoende paard-en-wagens vervoeren. Het havengebouw waar de Donau-schepen aanmeren heeft een neo-klassieke vorm met groen koperen daken. Een visrestaurant is gevestigd in een afgedankte draagvleugelboot die als een bezienswaardigheid op de oever ligt. Onder de restaurants vallen vooral de Italiaanse op, dat is niet verwonderlijk. De stad ligt op 150 kilometer van de Zwarte Zee en is daarmee dankzij de rivier verbonden. In de vroegste geschiedenis bereikten zeilboten van de vloot van Genua deze binnenzee die niet `zwart' heet vanwege de kleur, hij is eerder grijsbruin, maar omdat de donkere, dreigende watermassa een onvriendelijk indruk wekt.

Hogerop, tegen de kliffen van de Donau, staan reusachtige, op voorwereldlijke vogels lijkende sculpturen. Bizar van architectuur is het promenaderestaurant Pescarul, neergestreken als een vliegende schotel. De begane grond en de bovenliggende verdiepingen zijn met grillige trappen verbonden. De keuken serveert hier een keur aan zoetwatervissen, het kapitaal van de Donau-delta, zoals snoekbaars en steur. De vis wordt gegrild of gebakken en voorzien van gekookte aardappels, bestrooid met peterselie. Op mijn vraag aan de ober of er een kenmerkend Roemeens gerecht op de kaart is te vinden, want vis-met-aardappels bepaalt de toon, antwoordt hij beslist en weinig discreet: ,,De typische Roemeense keuken is het eten van zigeuners, en dat bereiden wij niet.''

Het gloednieuwe, in mei 2003 geopende torenhoge Hotel Vega domineert de Donau-oever met vier sterren aan de geveltop. Het telt 69 kamers, een restaurant, bar en conferentiezaal. In de blauwe glaswanden weerspiegelt zich de wolkeloze hemel. De kamers zijn overdadig gemeubileerd met hardblauw en helwit als hoofdtinten. Het restaurant, uiteraard met zicht op de Donau, kent de meest exquise keuken van Galati. Dat het restaurantleven zich voornamelijk afspeelt in hotels is een gegeven dat geldt voor heel Roemenië. In het stadshart bevindt zich Hotel Dunarea met een Italiaanse eetgelegenheid – roodwit geblokte tafelkleedjes, mandflessen – die gedeeltelijk onder de grond is gebouwd. De bezoeker ontdekt opeens dat de ramen van elk horecabedrijf voorzien zijn van spiegelend glas, zodat voorbijgangers geen blik naar binnen kunnen werpen. Galati kent slechts één gelegenheid die iets heeft van een grand café, maar dan zonder leestafel. Een toonbeeld van drinken in het geheim is de smoezelige, achter een donkere gevel schuilgaande tent Express met granieten vloer, plastic tuinmeubilair in schril lichtblauw, kale wanden en kunstbloemen op de wankele tafels. De uitsluitend mannelijke klandizie drinkt bijtend-sterke alcoholdestillaten.

Het centrum van Galati, doorsneden door drukke winkelstraten met modewinkels en zaken vol elektronische apparatuur, heeft de vorm van een passer. De beide benen wijzen naar de Donau-kade en in het noorden van de stad komen de lijnen samen. Hotel Dunarea herinnert aan de communistische tijd met zijn vervlogen stijl van versleten roodfluweel en spilzieke ruimtes. Erachter loopt de voormalige Bulvardul Republicca, nu Str. Domneasca. Een bezienswaardigheid zijn de secondentellers boven de verkeerslichten. Springt het licht op rood of groen, dan tellen de verspringende cijfers de resterende tijdsduur af.

Roemenië heeft onder het communistische regime zwaar geleden. Dictator Ceausescu kwam aan de macht door zich aanvankelijk tegen het sovjetbewind te verzetten. Maar eenmaal op de troon heeft hij gebruik gemaakt van twee eigenschappen van de Roemenen die tijdens de communistische tijd tot een onvervreemdbare karaktertrek zijn geëvolueerd: onverschilligheid en de neiging tot onderdanigheid en berusting. Een Roemeens gezegde luidt dat een gebogen hoofd minder snel wordt afgeslagen dan een fier geheven hoofd. Van die onverschilligheid is in het straatbeeld van Galati een en ander terug te vinden, al was het maar het aantal vervallen huizen en hotels dat het straatbeeld ontsiert. Veel schade heeft de binnenstad geleden in de Tweede Wereldoorlog. In de zomer van 1944 werd een deel van de stad gebombardeerd en platgeschoten bij de aftocht van Hitlers troepen.

Een verrassing is de oude wijk die zich tussen beide hoofdstraten bevindt achter Hotel Dunarea. Na twee, drie stappen ontvouwt zich een intiem patroon van gebogen straten, waaraan achttiende-eeuwse huizen liggen. Ik waande me in de tijd van de Russische toneelschrijver Anton Tsjechov, die hier trouwens in de schouwburg, het Teatrul Dramatic, volop wordt gespeeld met stukken als De Kersentuin en Drie Zusters. De ingetogen huizen hebben een brede entree en een trap van marmer of andere steen die naar de voordeur leidt. Luiken schermen de vensters af, binnen achter de vitrages is het donker. Het is een wandeling door het verleden van stille straten.

Uniek in Roemenië is het Galati Museum voor Hedendaagse Kunst, gesticht in 1956. Naast het hoofdgebouw reiken twee vleugels diep in de tuin vol met beeldhouwwerken, sommige grillig en fantasierijk, andere sober en strak. De oprichting van dit museum was destijds een daad van verzet tegen het heersende regime, want het ijkpunt van de collectie ligt in kunst die puur artistiek is en geen socialistische verheerlijking van arbeid of het boerenleven biedt.

Dit bijzondere museum is vooral westers georiënteerd. De Roemeense schilders van de negentiende en twintigste eeuw hebben op persoonlijke wijze de invloeden van de Franse impressionisten, kubisten en Duitse expressionisten ondergaan en vertaald in een exuberante stijl. Werken die de Donau-delta afbeelden met vissershutten, drogende netten en de kenmerkende vissersboten met hoog opgaande voor- en achtersteven bieden een voorproef van de meest doorslaggevende reden Galati te bezoeken.

Vanaf het havengebouw vertrekken witgeverfde Donau-schepen over de rivier via de stad Tulcea naar de Delta, die is als een ingewikkeld netwerk van kreken, kanalen, meren, smalle stroken vasteland, elzenbosjes, ruige heuvels, zompig moeras, eilandjes met rietgedekte vissershutten, geïsoleerde dorpen waar paard en wagen het beeld bepalen. Een man loopt met een brood rond als het kostbaarste bezit. Het is een onmetelijk gebied, overweldigend in de grilligheid van myriaden waterstromen waarin de Donau langzaam lijkt op te lossen. De delta is een soort verdwijntruc, want waar eindigt de Donau en begint de Zwarte Zee? De volgende middag vertrekt de boot weer naar Galati, hij ploegt stroomopwaarts, meeuwen duiken in het kielzog en het voelt als een thuiskomst de vaste Donau-kade onder mijn voeten te voelen en de stad binnen te gaan. Het is vrijdagmiddag. Galati is een stad om van te houden, het oude Oost-Europa is nog aanwezig in het stucwerk van de gele huizen, in de aloude armoede van de blauw- of roodplastic tuinstoelen in een koffiehuisje als Express.

Galati

Het beste seizoen voor een bezoek aan Galati is voor- of najaar. De winters zijn streng, de zomers heet. Vanuit Amsterdam gaan er geen rechtstreekse vluchten; KLM vliegt drie keer per dag op Boekarest; vandaar gaat met de Tarom een binnenlandse vlucht naar Galati. Ook is er tussen Boekarest en Galati een treinverbinding. Op het vliegveld van Boekarest is autoverhuur, onder meer Europ Car.

Het viersterren Hotel Vega aan de Donaukade is duur (ca. 110 euro) en overweldigend luxe. Tel. 0040 236306080.

Voor liefhebbers van het oude Oostblok is Hotel Dunarea aan Str. Brailei, met Italiaans restaurant, aan te bevelen. Kamers gemiddeld 70-80 euro; tel: 0040 236418041.

Het buitenissige vormgegeven visrestaurant Pescarul ligt aan de oeverpromenade en mag niet gemist worden; tel: 0040 235466003 of www.restaurantpescarul.ro.