De zesde ziekte

De zesde ziekte staat in kinderziekenhuizen bekend als een kwaal waarvan jonge kinderen hoge koorts en gevaarlijk uitziende koortsstuipen krijgen. Maar onder kinderen die niet bij de dokter komen, verloopt de zesde ziekte mild.

BABY'S die wegens hoge koorts op de intensive care in het ziekenhuis zijn opgenomen en dan koortsstuipen krijgen, hebben vaak een infectie met herpesvirus type 6. Onder IC- en kinderartsen is dat humane herpesvirus 6 (HHV-6) dus een berucht virus. Maar Amerikaanse onderzoekers hebben nu HHV-6-ziekte bestudeerd bij een groot aantal baby's die niet in het ziekenhuis waren opgenomen. Daarbij veroorzaakt HHV-6 nooit koortsstuipjes. Buiten het ziekenhuis is deze zesde ziekte een onschuldige kinderziekte (New England Journal of Medicine, 24 febr).

De zesde ziekte heet zo omdat het – historisch gezien – de zesde kinderziekte is met een huiduitslag, naast mazelen, rodehond, roodvonk, de (onduidelijke en wellicht niet eens bestaande) vierde ziekte en erythema infectiosum (de vijfde ziekte). Tegenwoordig krijgen de meeste kinderen vaccinaties tegen de eerste drie rode-vlekjes-ziekten. Het vaste patroon van zes achtereenvolgende kinderziekten met huiduitslag bestaat dus al een paar decennia niet meer.

Kenmerkend voor de zesde ziekte zijn drie tot vijf dagen hoge koorts bij een baby, gevolgd door niet-jeukende, voelbare, roze vlekjes op het gezicht en de romp. Vanwege het plotselinge begin en de korte duur van de huiduitslag wordt de ziekte ook wel exanthema subitum genoemd. Nog weer een andere naam is roseola infantum, naar de kenmerkende kleine rode vlekjes (`roseola', roosjes).

Pas een tiental jaren geleden werd HHV-6 ontmaskerd als het virus dat de zesde ziekte veroorzaakt. Het herpesvirus werd geïsoleerd uit afweercellen (T-lymfocyten) van volwassenen met een gestoorde afweer. Al snel werd duidelijk dat dit virus ook de oorzaak is van de meeste gevallen van roseola bij kinderen. De aanduiding `type-6' is overigens geen verwijzing naar de zesde ziekte. Het was domweg het zesde herpesvirus dat bij de mens werd gevonden.

hoge koorts

Toen HHV-6 eenmaal ontdekt en met een laboratoriumtest aantoonbaar was, bleek het virus een belangrijke ziekteverwekker bij jonge kinderen die met hoge koorts op de intensive care terechtkomen. Zo'n HHV-6-infectie leek niet ongevaarlijk, want meer dan tien procent van die kinderen kreeg daarbij ook koortsstuipen.

Een koortsstuip is een kortdurende epileptische aanval bij kleine kinderen tijdens een plotseling snel oplopende lichaamstemperatuur. Zo'n stuipaanval ziet er verontrustend uit, maar is al met al een betrekkelijk onschuldig verschijnsel. De stuip ontstaat doordat de nog onrijpe kinderhersenen bij koorts soms met spontane ontladingen reageren. Maar zo'n doodziek kind dat plotseling het bewustzijn verliest, met armen en benen schokt en bleek of blauw wordt, jaagt de ouders ook zelf de stuipen op het lijf. Toch is medisch ingrijpen niet nodig. De stuipjes gaan vanzelf over. En het is ook niet zo dat er bij volgende koortsperioden steeds weer een stuip optreedt.

Om te onderzoeken of infecties met HHV-6 ook bij gewone baby's vaak koortsstuipen veroorzaken, keken kinderartsen van het Children's Hospital in Seattle bij een groep van 277 baby's vanaf de geboorte tot hun tweede jaar of ze een infectie met HHV-6 doormaakten en hoe ziek ze daar van werden. Iedere week lieten ze de ouders bij de kinderen wat speeksel afnemen en testten dat op HHV-6. Tegelijk moesten de ouders een dagboek bijhouden als hun kind ziek was.

loopneus

Het bleek dat de meeste HHV-6-infecties opdoken bij een leeftijd tussen de 9 en 21 maanden. Meer dan driekwart van de kinderen raakte uiteindelijk besmet, meisjes iets vaker dan jongens en kinderen met oudere broertjes en zusjes ook iets vaker. De helft van de kinderen kreeg koorts. Andere veel voorkomende verschijnselen waren een loopneus en wat hangerigheid. De rode huidvlekjes waardoor de HHV-6-infectie vroeger de naam zesde ziekte kreeg, kwamen maar bij een kwart van deze kinderen voor. Twee op de vijf kinderen waren zo ziek dat de ouders er een dokter bij riepen. Koortsstuipen waren er niet. In de dagelijkse praktijk zijn die dus veel zeldzamer dan de ziekenhuisdokters veronderstelden.

Een opvallend detail in het onderzoek was dat DNA van het HHV-6 tenminste 12 maanden in het speeksel van een geïnfecteerd kind aanwezig bleef. In de eerste week na de infectie zaten er gemiddeld zo'n 1700 virusdeeltjes in een milliliter speeksel en dat liep in drie maanden op naar 130.000 deeltjes om daarna weer langzaam af te nemen. Speeksel is de belangrijkste infectiebron van HHV-6 en een kind blijft dus heel lang besmettelijk. Dat verklaart de wijde verbreiding van HHV-6-infecties.

Na de infectie duikt HHV-6 onder. Het virus blijft sluimerend in de lichaamscellen aanwezig. Het kan veel later, zelfs op oudere leeftijd, weer uit die latente fase opduiken bij een tijdelijke of langdurige periode van ernstig verminderde afweer. Dat kan gebeuren als de afweer langdurig onderdrukt wordt, bijvoorbeeld bij transplantatiepatiënten. Dan kan HHV-6 een virale longaandoening veroorzaken, een hersenontsteking, leverfalen of zelfs een beenmerguitval.

Of HHV-6 ook bij een kleinere daling van de weerstand opnieuw ziekteverschijnselen kan geven, is nog niet bekend. Bij de andere menselijke herpesvirussen is dat wel het geval. Zo kan herpes simplex type 1 – de verwekker van een slijmvliesontsteking bij kleine kinderen – later koortsuitslag geven bij stress of bij blootstelling aan overmatig zonlicht. Herpes simplex type 2 geeft genitale blaasjes die steeds weer terug kunnen komen. Herpes simplex type 3 – de verwekker van waterpokken bij kinderen – kan later bij volwassenen pijnlijke gordelroos (herpes zoster) veroorzaken. Nog weer een ander herpesvirus, het Epstein-Barr-virus, is niet alleen de verwekker van de bekende ziekte van Pfeiffer bij pubers en jonge volwassenen maar wordt ook in verband gebracht met lymfeklierkanker, de ziekte van Hodgkin en (in Afrika) met het agressieve Burkitt-lymfoom (een kwaadaardige kanker van lymfecellen). Er zijn aanwijzingen dat herpesvirussen ook een rol spelen bij chronische ziekten als multipele sclerose maar dat is nog niet bewezen.