Buitenlui

De onverbeterlijke Maurice de Hond heeft het buikgevoel nu ook in het Nederlands elftal geïntroduceerd. Hij peilde het volk naar de ideale basisselectie. Wat zei het volk? Liever geen Ajacieden in het elftal! Bondscoach Marco van Basten is zowat de nationale dissident geworden. Dissident van zichzelf, bijna. Marco laat zich door niemand de les spellen. Of het zou door beroepsfluisteraar Johan Cruijff moeten zijn, maar wie het advies van Cruijff wil honoreren moet vloeiend Chinees spreken. Zo ver is Marco nog niet.

Dat Maurice de Hond zo nu en dan het gekkenhuis Nederland in volksstromen wil opdelen, is hem gegund. Iedere hobbyist zijn gebrek. Maar de volksstemming peilen over de gewenste opstelling van Oranje voor de wedstrijd tegen Roemenië is demagogie. Een beetje manipulator heeft het zo voor elkaar dat het volk schreeuwt om zes spelers van ADO Den Haag. De doodstraf uitspreken over Ajax kan ook nog, in peilingen.

Het zou best kunnen dat het Nederlands elftal vanavond aantreedt zonder Ajacied in de basis. Niet dat Maurice de Hond opeens geaccrediteerd zou zijn als souffleur van Van Basten, nee, gewoon omdat Ajax uit is. Zowel in de nationale competitie als in de Europese beeldvorming. De glinstering is weg. Ajax heeft de kleur en klank van een sterfhuis. Daar kan zelfs een totalitaire rasajacied als Marco van Basten niet naast kijken. De selectie van Ryan Babel en Hedwiges Maduro was een circusact van de bondscoach. Ongepast in een sterfhuis.

Het cultuurverschijnsel Ajax heeft zijn langste tijd gehad. Meer dan een vegetatieve nadood zit er niet meer in. Wat cultuur en verval betreft gaan Ajax en Real Madrid hand in hand. De rol van de godenzonen is uitgespeeld. Speelse brille aan de rand van tovenarij is geen cult meer, met uitzondering van Ronaldinho bij Barcelona. In alle Europese topclubs staat het collectief voorop. Dan krijg je een ander soort vedette.

Dirk Kuijt.

Ik hoor het hem nog zeggen, die avond in Katwijk: ,,Ik zie mezelf niet als een kunstenaar. Ik zie me als een onderdeel van een schouwspel dat op kunst lijkt.'' Onderdeel zijn: wie van Ajax zou dat dan willen? Niemand. Iedere speler in de Arena is zijn eigen institutionele design. En dus werd vorige zondag iedere speler weggespeeld door Van Bommel, Cocu en Park. Door jongens die nog nooit voor zichzelf geapplaudisseerd hebben.

De harde kern van het Nederlands elftal wordt nu gevormd door anti-vedetten. Jan Kromkamp, Khalid Boulahrouz, Joris Mathijsen, Dirk Kuijt, zelfs Arjen Robben, een voor een kennen ze het geluk van de waterdrager. Ze zijn verguld als onderdeel van club en land. De ongelukkige Martijn Meerdink is zelfs verguld als onderdeel op krukken: ,,Ik hoop dat de bondscoach me over een jaar niet vergeten is.''

Het collectief is de triomf van verzakelijking. In dat proces zijn PSV en AZ het Nederlands elftal voorgegaan. Met ongekend succes. Tot aan de winterstop werd er in de Randstad met dédain over gesproken. Woestijnvoetbal! In Monaco en Donetsk weten ze beter. De spelers van AZ en PSV zijn door het dolle heen als ze de bal goed raken. Voor minder dan een balletje hooghouden, binden Ajacieden de veters niet. Zelfs de knotwilg John Heitinga voelt alleen maar goud in de wreef kriebelen.

Ruud van Nistelrooy zei in de krant dat ze in Manchester raar hadden opgekeken van het neo-Oranje. ,,Kromkamp, Mathijsen, Boulahrouz, wie waren dat in vredesnaam?'' Van Nistelrooy, die zelf een anti-vedette is, vond het prachtig dat onbekende jongens uit de polder opeens furore maakten.

De cultuuromslag van het Nederlands elftal is drastisch. De vorige generatie gezichtsbepalende spelers had een dubbelleven: op en buiten het veld. Patrick Kluivert, Clarence Seedorf, Edgar Davids, ze waren even behendig met sigaren en Ferrari's als met de bal. Al met al waren ze liever alter ego's van Al Pacino dan aanjager en spits. Dat de buitenlui Frank en Ronald de Boer soms in hun nabijheid kwamen, was een aanslag op hun mondaine parades. Het ego kwam voor de mens.

Vandaag bestaat het Nederlands elftal alleen uit buitenlui. Zelfs de bondscoach liep zondagmiddag de tribune af met de handen in de broekzakken en een houtje tussen de tanden. Zo agrarisch is Rinus Michels nooit geweest.