Alles is ingesteld op regen maar het regent niet

Bergen mag dan een stad met een verleden zijn, het is vooral een stad met een bruisend heden. Hippe restaurants, mooie musea en het huis van Grieg in zijn laatste jaren.

Het zal geen toeval zijn. Tussen het dozijn films dat wordt aangekondigd in de glazen pui van de grote bioscoop van Bergen zien we één Hollywood-klassieker, en dat is Singing in the Rain. Een staaltje Bergense zelfspot waarschijnlijk, want als de tweede stad van Noorwegen ergens om bekend staat, dan is het om de vele regen die er jaarlijks valt: 1.900 millimeter, twee keer zoveel als in Amsterdam en net zoveel als in de Schotse Hooglanden. Geen wonder dat het hoofdstuk over `The Gateway to the Fjords' in onze Rough Guide begint met de grap van de toerist die na een paar dagen van constante plensbuien aan een jongen vraagt of het hier altijd zo regent. ,,Ik weet het niet'', antwoordt die, ,,ik ben pas dertien.''

Alles in Bergen is ingesteld op 300 neerslagdagen per jaar. In de trottoirs lopen speciale gootjes om het water uit de regenpijpen af te voeren, overal zijn kortstelige stadsparaplu's te koop, in de etalages van alle schoenwinkels staan hoge rubberlaarzen in hippe, kleurige dessins. Zelfs het toeristenbureau tegenover de beroemde – inmiddels overdekte – vismarkt van Bergen, de Torget, doet er niet geheimzinnig over. ,,U heeft geluk'', zegt de dame achter de balie, ,,nu ligt er sneeuw, maar we hebben de slechtste winter sinds jaren gehad: drie maanden met alleen maar regen.''

We zijn dus gewaarschuwd. Maar in de drie maartse dagen dat we in de stad rondlopen zien we geen druppel regen. Wel meer sneeuw, en die zorgt ervoor dat de toch al zo fotogenieke stad extra aantrekkelijk wordt. Nadat we ons van folders en kaarten voorzien hebben, gaan we dan ook meteen met het kabelbaantreintje vanuit de binnenstad naar Fløyen, de 320 meter hoge heuvel die uitzicht geeft op Bergen en de omliggende fjorden en eilanden. Het panorama vanaf het besneeuwde plateau, waar je ook een half dozijn uitgezette wandelingen kunt maken, is inderdaad ontzagwekkend. Duidelijk is te zien hoe de stad is gebouwd op twee landtongen aan weerszijden van een rechthoekige haven, de Vågen. Links het schiereiland Nordnes, met zijn afwisseling van statige gebouwen en houten huizen in tientallen pasteltinten. Rechts de negentiende-eeuwse vesting Bergenhus, die overloopt in Bryggen, de oorspronkelijk middeleeuwse (en op de Werelderfgoedlijst geplaatste) kade met houten handelsposten en werkplaatsen.

Bergen, gesticht in 1070 en nu uitgegroeid tot een stad van 220.000 inwoners, was tot het einde van de dertiende eeuw de hoofdstad van het koninkrijk Noorwegen. Door een gunstige ligging, aan een fjord die dankzij de warme golfstroom nooit dichtvriest, en door economische specialisatie (bouwhout en stokvis, onverminderd populair in de Bergense restaurants) groeide de Noorse haven in de late Middeleeuwen uit tot een van de vier belangrijkste kontore van de Duitse Hanze. Veel oorspronkelijks is daarvan niet terug te vinden, of je moet een bezoek brengen aan de kelders van het archeologische Bryggen-museum, waar de resten van een verwoestende stadsbrand in 1702 zijn blootgelegd. De wirwar van steegjes met houten pakhuizen die nu de trots van Bergen is, dateert van veel later tijd. Het enige echt oude gebouw van de stad is de Romaanse, twaalfde-eeuwse Mariakirken achter de Bryggen, die een schitterend interieur schijnt te hebben. Wij kunnen er niet over meepraten, want buiten het toeristenseizoen blijken de Bergense musea er een eigenaardig openingstijdenbeleid op na te houden, en tussen twaalf en half twee zijn we toevallig nooit in de buurt.

Ook een andere attractie gaat deels aan onze neus voorbij. Een kilometer of acht buiten de stad ligt Troldhaugen, `Trollenheuvel', een houten villa aan het Nordåsmeer waar de nationale held Edvard Grieg (1843-1907) de laatste 22 jaar van zijn leven woonde en componeerde. Als we er op zaterdag na een flinke wandeling vanaf de bushalte aankomen, blijkt bijna alles gesloten: het museum (waarin een overzicht van Griegs leven en tijd wordt gegeven), het huis (dat niet veranderd is sinds de componist van Peer Gynt er woonde), de nieuwe zomerconcertzaal en het restaurant (met een panorama over het nu bevroren meer). Gelukkig is het terrein niet afgesloten; we wandelen langs het door draperieën afgeschermde beige huis naar het lager gelegen componeerhuisje (aftandse meubels, maar wat een uitzicht!), en uiteindelijk naar het in een rots uitgehakte graf van Grieg en zijn vrouw Nina. De simpele grijze steen die de grot afdekt, en de in hanenpoten geschreven namen, maken meer indruk dan de nog door Grieg bespeelde Steinwayvleugel in het huis had kunnen doen.

Er zijn ook in de winter genoeg culturele musts in Bergen die wél ruimhartig open zijn, en de meeste zijn gratis te bezoeken met de `Bergen Card' (250 kronen / 30 euro, 48 uur geldig, ook voor ritjes met het openbaar vervoer, korting op bioscoop, theater en sommige restaurants). Het spectaculairst is de `museummijl' aan de achthoekige Lungegårdsvijver: eerst het West-Noorse museum voor toegepaste kunst (met een zeer creatieve opstelling van internationale mode en vormgeving door de eeuwen heen); daarnaast de kunsthal Stenersen met exposities van verrassende moderne kunst; dán de kunstcollectie van de 19de-eeuwse mecenas Rasmus Meyer (met onder meer een dozijn nog niet gestolen schilderijen van Edvard Munch); en in de hoek het net geopende kunstmuseum in het voormalige elektriciteitsgebouw. Behalve twee verdiepingen Europese en vooral Noorse 19de-eeuwse kunst (veel fjorden en stadsgezichten, kortom Noorwegen in een notendop) herbergt dit monument van Nieuwe Zakelijkheid ook het mooiste restaurant van Bergen: het modern ingerichte Bølgen & Moi, een van de zes filialen van de Jamie Oliver en Nigella Lawson van Noorwegen, gespecialiseerd in verrassende visgerechten (heilbot in limoensaus, romige mosselsoep met witte chocolade!) en een loungy sfeer.

Bergen mag dan een stad met een verleden zijn – je vindt er behalve een Hanze- en een lepramuseum ook het oudste theater van Noorwegen – het is vooral een stad met een bruisend heden. De universiteit, of liever het studentenleven, heeft gezorgd voor een gezellig uitgaanscentrum boven Lille Lungegårdsvann, met hippe restaurants en ondanks de hoge drankprijzen heel veel kroegen. Iets verderop, op het schiereiland Nordnes, is een oude sardientjesfabriek verbouwd tot brasserie annex `Kulturhuset' (cultuurhuis), waar de moderne jazz- en popscene bijeenkomt en waar je vanaf het terras over de haven en de fjord uitkijkt. Alle uitgaansgelegenheden zijn rookvrij, want net als in Dublin of New York is roken in openbare ruimtes verboden – en iedereen staat braaf tussen de gangen of de Noorse biertjes door buiten zijn sigaretje te roken. Het versterkt het imago van Bergen als een oergezonde stad, een dynamisch kuuroord dat dankzij een tolsysteem weinig autoverkeer heeft en waar het 's nachts weldadig stil is. De energie om overdag gewoon te slenteren door de schilderachtige straatjes op Nordnes, of tussen øvregaten en Skanselien, komt zo vanzelf. Zelfs een paraplu schijnt de pret niet te drukken – maar daar kunnen wij niet over meepraten.

Bergen

De KLM vliegt twee keer per dag rechtstreeks (en in minder dan twee uur) op Bergen, voor ongeveer 240 euro retour.

Aan te raden middenklassehotels zijn het klassiek vormgegeven Grand Hotel Terminus (1.460 kronen / 175 euro voor een tweepersoonskamer met geweldig ontbijt, inclusief ingelegde haring) en het simpelere, bij de universiteit gelegen Hotel Park Pension (1.040 kronen/ 125 euro). Noorwegen is een duur land; reken voor een driegangenmaaltijd van enige kwaliteit inclusief wijn op ongeveer 500 kronen / 60 euro per persoon. Bergen heeft ruime keuze in goede restaurants: behalve Bølgen & Moi in het Kunstmuseum en Soho in Haakonsgaten 27 (ook met sushibar) is een goede klassieke optie Enhjørningen, op een sfeervolle zolder van een van de pakhuizen aan de Bryggen: vis en schelpdieren op een Werelderfgoedlocatie!