Het nieuws van 26 maart 2005

Iederwijs 2

Is Iederwijs elitair? Jazeker. Want Iederwijs is duur. Op kleine, ongesubsidieerde, particuliere schooltjes wordt `onderwijs' gegeven. De leraren - sorry: begeleiders - zullen het niet voor niks doen. Huisvesting, verwarming, verlichting, lesmateriaal, het moet allemaal uit de portemonnee van de ouders komen. Geen kind van een achterstandgezin zal er terechtkomen. En dat is maar goed ook. Want Iederwijs is een zotte rage, die – hoop ik – spoedig zal uitdoven.

Kinderen zijn gewoon mensen. Geef ze de vrije hand en ze zullen er, op enkele uitzonderingen na, een potje van maken.

Iederwijs lijkt een beetje op de maatschappij die Rousseau in zijn Contrat social beschreef: alle macht berust bij de collectiviteit; geen dwang van bovenaf. In zijn Émile ou de l'Éducation stelde hij dat het hart boven het verstand moet worden gesteld. Net Iederwijs dus. Rousseau was een theoreticus. In de praktijk bracht hij niets terecht van de opvoeding. Zijn vijf, bij Thérèse Levasseur verwekte kinderen bracht hij onder in een vondelingengesticht. Émile was en bleef een boekenfiguur.

Is dan nooit de schone utopie van volledige vrijheid voor het opgroeiende kind in praktijk gebracht? O, zeker wel. In 1859 stichtte Tolstoi in zijn geboorteplaats een school `waar de kinderen zelf hun leerstof mogen kiezen, waar ze zoveel werken als hun bevalt, waar ze plaats zullen nemen naar eigen goedvinden: op de tafels, de grond, de knieën van hun kameraden. Een school die in het begin een chaos zal zijn, maar waar door de werking van natuurlijke krachten een volkomen orde te voorschijn zal treden.' Dat is mooi, maar het werd niks.

Weermannetje Steve Martin

,,And now the toupet report.'' Neen, Harris K. Telemacher, tv-meteoroloog te Los Angeles, lepelt de Californische hogedrukgebieden met plus-dertig-temperaturen niet op zonder een kwinkslag. Het personage met de Groucho Marx-achtige fröbelnaam is dan ook een creatie van all-round amuseur Steve Martin en L.A. Story een innemende fantasie over een Los Angeles dat alleen bestaat in de beleving van zijn auteur. Als de succesvolle Engelenstadbewoner Telemacher heeft hij een goedbetaalde baan bij volksmedium nummer één, standing-bewuste echtgenote, een zekere populariteit. Toch werkt hem zijn gezapige leventje, evenals dat eeuwige subtropische klimaat waarvoor hij dagelijks een oorspronkelijke invalshoek moet verzinnen, op de zenuwen. Zon, zon, zon en nog eens zon – Harris wil wel 's een dagje zonder. Maar wat te doen wanneer alles goed gaat en toch ook weer helemaal niet? Steve zou Martin niet wezen als hij uit dit dilemma geen geestige verhandeling vol licht absurdistische falderietjes had gedistilleerd – ziedaar dus L.A. Story, zijn misschien wel meest persoonlijke komedie. Op de azuurblauwe chansonkadans van Charles Trenets La mer zweven we het windstille L.A. van de palmbomen en privé-zwembaden binnen en belanden in de koddige sprookjeswereld van de happy few. Daarin fungeert Martin als een bijna Monsieur Hulot-achtige toerist in het moderne urbane leven. plaatst kanttekeningen bij de betrekkelijkheid van succes en status, bij alle privileges en navelstaarderij die daar vaak aan kleven. Het ruime hart van deze met magisch-realistische grapjes en korte gastoptredens verrijkte film is echter – hoe kan 't ook anders – de liefde. Wanneer aimabele Harris-in-midlife-crisis de hardnekkig Britse journaliste Sara O'Donnell (Victoria Tennant – indertijd mevrouw Steve Martin) ontmoet, raakt zijn innerlijke klimaat volledig ontregeld. Monty Pythoneske capriolen, rare vluchtroutes en wonderlijke gesprekken – onder meer met een elektronisch verkeersbord dat Harris raadsels opgeeft – zijn het gevolg. L.A. Story kon liefdevoller niet zijn, een cinefiele zomerzotheid die ondertussen toch ook licht weemoedig omziet naar de jaren die zijn geweest en nooit weerom keren. Dus trek na middernacht die goede Chablis open en geniet, want L.A. Story's zijn zeldzaam. Hóógst zeldzaam.