Zacht verdriet

Vandaag is tekenaar Peter van Straaten zeventig geworden. Als verjaarsgeschenk een portret van zijn melancholieke universum.

Er is een vroege tekening waarop een moeder haar diep bedroefde zoon troost met de woorden: ,,Stil maar, Muis... later als je groot bent, komt alles goed.'' De tekening reikt verder dan het kleine drama, zoals meestal bij de tekeningen van Peter van Straaten. De lezer is, evenals het jongetje, geneigd de bemoedigende woorden in twijfel te trekken – en weet waaróm.

Alle contact tussen mensen, leert ons Van Straaten, is tot falen gedoemd. Uitgebluste echtgenoten, flirtende collega's, prille geliefden, vreemdgangers; ze kunnen nog zo hun best doen van het leven iets te maken, in de melancholieke visie van de tekenaar is het meestal vergeefs. Waarmee niet is gezegd dat hij zijn personages cynisch neerzet; de nietigheid van zijn figuranten beziet hij vol liefde en mededogen; ze kunnen niet anders. Ze vertegenwoordigen het menselijk tekort.

Het oeuvre van Peter van Straaten is één grote zoektocht naar een antwoord op de vraag: bestaat het recept voor geluk? Opvallend vaak vraagt men zich in zijn tekeningen af gelukkig te zijn, dat te zijn geweest of dat ooit te zullen worden. Wie méékijkt met de tekenaar, ziet een onvolkomen wereld waarvan de bevolking steeds weer stuit op taai ongerief. Of op `zacht verdriet', zoals Van Straaten het noemt. Maar hoe onaangenaam ook de situatie, er zijn lichtpuntjes. Zoals de uitgebluste bohémiens te midden van lege drankflessen en volle asbakken: ,,Maar Elly, je zult toch moeten toegeven dat we tot nog toe in ons leven vreselijk gelachen hebben.''

In de samenleving die Van Straaten schetst in zijn `onfatsoenlijke tekeningen' bestaan geen taboes en er is geen jaloezie, schaamte of seksuele moraal. Seks wordt hier voorgesteld als schuldloos tijdverdrijf. De helden in albums als Aanstoot en Nastoot beleven onbelemmerd seksueel genot, ongeveer zoals je ook culinair kunt genieten. Vaak is bij deze taferelen een contrast te zien tussen een genietend paar en de hiermee ogenschijnlijk vloekende, doorgaans `keurige' omgeving. De enkeling die een blik werpt naar de seksuele handeling, doet dat met instemming en tevredenheid.

Voor het overige wordt er zelden echt genoten in Van Straatens universum. Niet van drinken, niet van eten, niet van seks en ook niet van het – in de loop der jaren steeds meer als zonde afgebeelde – roken. Op een groot aantal prenten wordt plechtig voorgenomen te stoppen of wordt gebroken met die gelofte. En dan de drank. De Jellinek-kliniek zou een gehele wand met Van Straaten-prenten kunnen volhangen waarop mensen te zien zijn in uiteenlopende stadia van dronkenschap. In cafés vindt een voortdurend spel van aantrekking, verleiding en afstoting plaats. Want Café Van Straaten wordt wel degelijk óók bewoond door vrouwen: behoeftige, vaak slonzige en jonge, verleidelijke vrouwen. De eerste categorie is vrijpostig of wordt genegeerd, de laatste wordt schutterig benaderd door verlegen jongens en onbeschoft door dronken mannen.

Na het drinkgelag wordt het contact tussen man en vrouw nog ingewikkelder. Dat openbaart zich in de vreugdeloze bedscènes, tijdens welke vooral de mannen onbeholpen pogingen doen het de vrouw naar de zin te maken. De ongenaakbare vrouwen laten mannen om uiteenlopende redenen hun gang gaan: in de hoop er zelf genoegen aan te beleven, in ruil voor status of geld of gewoon omdat hij nu eenmaal zo graag wil.

Komt het tot een huwelijk, dan wordt dat onherroepelijk een kwelling. De vrouw weent, terwijl de man onverstoorbaar de krant leest en zich afvraagt waar toch die gekke geluidjes vandaan komen. Of een man roept grimmig tot zijn de begonia's begietende vrouw: ,,NIET NEURIËN!'' Aan deze hel kan worden ontkomen door vreemd te gaan, maar ook die weg is geplaveid met misverstand en narigheid. Altijd wordt de bedrieger door zijn minnares fijntjes aan zijn wettige echtgenote herinnerd: ,,Ja, toe maar, ga maar vlug naar je vrouw en kindertjes.'' Meestal vanuit het bed, met verwarde haren, de restanten van een woeste nacht in de vorm van verspreid textiel en glaswerk op de grond. De minnares wordt gekweld door de gedachte dat hij haar eveneens zou bedriegen als ze met hem was getrouwd.

De mensen in de hierop volgende levensfase verheugen zich in de tekeningen nog slechts op het doen van `iets leuks' – al nodigen hun vermoeide trekken daar allerminst toe uit. Dat leuks is onder de ouderen die Van Straaten de balans laat opmaken veelal iets onbereikbaars. Zoals de twee bejarden in een herfstig park: ,,Met de vrouwtjes wordt het niks meer, Kees. Zullen we dan eindelijk maar homoseksueel worden?'' De veerkracht is er nog, maar de mogelijkheden zijn begrensd. ,,Straks als we oud zijn?'' corrigeert een vrouw haar man; ,,We zijn oud!'' Maar dan ineens blijkt op gevorderde leeftijd niet alles vergeefs te zijn. Eén van de drie blijmoedige bejaarden aan de bar: ,,Ik heb de laatste tijd toch zo'n verdomd leuk contact met m'n vader.''

Zo schuilt er een schrale troost in de boodschap van de tekenaar: als je maar lang genoeg wacht, komt misschien alles toch nog goed.

Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag vroeg Peter van Straaten tien collega's om met hem te exposeren bij de Wetering galerie, Lijnbaansgracht 288, Amsterdam. `Peter and friends': t/m 23 april, wo t/m za van 12.30 tot 17.30 uur