Wie is de baas in Kirgizië?

President Akajev van Kirgizië werd gisteren verdreven. De oppositie kwam aan de macht. Het is geen toonbeeld van eenheid: eerder het tegendeel.

Zelfs de leiding van de oppositie in Kirgizië stond gisteren versteld van de snelheid waarmee haar gisteren de macht in de schoot werd geworpen. ,,Dit had ik zelfs vanochtend niet verwacht'', zei 's avonds Koermanbek Bakijev. Gisterochtend was hij nog de machteloze leider van de centrum-linkse Volksbeweging voor Kirgizië, die dankzij de machinaties van president Askar Akajev bij de parlementsverkiezingen van 27 februari nul zetels in het parlement kreeg. Gisteravond was Koermanbek Bakijev premier. Vanochtend werd hij waarnemend president en waarnemend premier.

Het woord oppositie is in Kirgizië nogal misleidend: het veronderstelt een coherent blok. Maar zo'n coherent blok bestaat niet. Kirgizië telt veertig oppositiepartijen. Toen zij in februari – denkend aan de naderende verkiezingen, denkend ook aan de rozenrevolutie in Georgië, en de oranje revolutie in Oekraïne – de koppen bij elkaar staken, konden ze het alleen eens worden over de noodzaak Askar Akajev na vijftien jaar uit de macht te verdrijven, maar verder werden ze het nergens over eens. Zelfs niet over een gemeenschappelijke kleur van hun revolutie. De `zuidelijke' oppositie – uit de steden Osj en Dzjalalabad – koos voor roze en doste zich bij de protesten tegen de macht uit met roze sjaals. De oppositievertegenwoordigers uit het noorden kozen voor gele sjaals.

De fysische geografie van Kirgizië speelt de oppositie parten. De bewoners van dit dunbevolkte land van bergen van vijf- tot zevenduizend meter hoog en parallel lopende dalen identificeren zich – nog steeds – als leden van een familie, clan en stam eerder dan als burgers van een staat. De bewoners van de diverse dalen hebben weinig contact met elkaar, daarvoor zijn de bergen te hoog. Regionale belangen tellen, en etnische – niet partijprogramma's, of een ideologie, of een staatsbelang.

De oppositie is heterogeen. De meeste oppositieleiders vertegenwoordigen hun stad of regio. Ook hun achtergrond verschilt. Sommigen zijn oude dissidenten uit de tijd van de Sovjet-Unie, anderen hebben in de sovjettijd deel uitgemaakt van de macht, weer anderen hebben lang met Akajev samengewerkt alvorens met hem te breken. Een van die laatsten dook gisteravond na lange tijd weer op: Feliks Koelov (56), in de sovjettijd politieman, later vice-president van Kirgizië, en minister van Veiligheid, en burgemeester van Bisjkek, en vader van de Kirgizische munteenheid, de som. In 1999 brak hij met Akajev en stichtte hij zijn eigen partij, Ar-Namys (Waardigheid). Een vooral in het noorden van Kirgizië zeer populaire leider – zo populair dat niemand echt verbaasd was dat Akajev hem in 2000 liet oppakken toen hij zich kandidaat stelde bij de presidentsverkiezingen van dat jaar. [Vervolg KIRGIZIE: pagina 5]

KIRGIZIE

Nieuwe leiding verdeelt functies

[Vervolg van pagina 1] Hij werd een jaar later wegens machtsmisbruik en corruptie tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld. De zaak-Koelov was een van de grootste smetten op het blazoen van Askar Akajev.

Gisteren werd Koelov uit de gevangenis bevrijd en tot chef van de gecombineerde veiligheidsdiensten gemaakt. Zijn jarenlange gevangenisstraf heeft hem geïsoleerd, maar zijn terugkeer kan hem snel weer populair maken en voor hem lijkt de komende tijd een hoofdrol op het politieke toneel weggelegd.

Koermanbek Bakijev (55) lijkt gisteren de meeste winst te hebben geboekt: hij werd waarnemend president en dito premier. Bakijev heeft zijn machtsbasis in Bisjkek maar is ook populair in Dzjalalabad in het zuiden, waar hij is geboren. Hij leidt de centrum-linkse Volksbeweging van Kirgizië. Ook hij is een oud-medewerker van Akajev: hij was premier van 2000 tot 2002, toen hij met de president brak nadat tijdens een langdurige opstand in het zuiden zes betogers door de politie waren doodgeschoten. Bakijev sloot zich daarop bij de oppositie aan.

Ook Roza Otoenbajeva (54), een van de leiders van de centrum-rechtse partij Ata-Zjoert (Vaderland), heeft lang met Akajev samengewerkt. Ze was minister van Buitenlandse Zaken, ambassadeur in Washington en in Londen en VN-gezant in Georgië. Later brak ze met Akajev. Zij was een van de zes ex-diplomaten die bij de recente parlementsverkiezingen slachtoffer werd van een truc van Akajev: door de bepaling dat alle kandidaten voor zetels in het parlement de voorgaande vijf jaar lang onafgebroken in Kirgizië moesten hebben gewoond, werd Otoenbajeva als oud-ambassadeur automatisch gediskwalificeerd. Haar machtsbasis in de zuidelijke stad Osj, de tweede stad van het land.

Een derde prominente leider uit het zuiden is Azimbek Beknazarov. Akajev liet hem in 2002 oppakken, zogenaamd wegens machtsmisbruik (die jaren eerder zou zijn gepleegd). Daarop begon een golf van protestdemonstraties en protestmarsen van duizenden mensen en hongerstakingen van honderden opposanten in het zuiden. Een half jaar lang balanceerde Kirgizië op de rand van een burgeroorlog. Uiteindelijk moest het bewind Beknazarov vrijlaten. Beknazarov leidde de afgelopen weken een Beweging voor de Afzetting van Akajev.